Persberichten
Op deze pagina vindt u de actuele persberichten van onze organisatie. Wilt u via e-mail of RSS op de hoogte blijven? Abonneer u dan op onze persberichtenservice. U stelt zelf in over welke onderwerpen u persberichten wilt ontvangen.
Meer nieuws over ons? Volg ons op social media.
De helft van ondernemers die internationaal handelen geeft aan last te hebben van het handelsbeleid van de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder ondernemers die internationaal handelen. In 2025 en 2026 dreigde de Amerikaanse regering meerdere malen met importtarieven. Dit zorgde bij de ondernemers tot toegenomen onzekerheid in de handelsrelatie (40% gaf dit aan). Ook kreeg een deel van de ondernemers te maken met hogere kosten in de handelsketen (28%) en teruglopende export naar de VS (18%).
Geopolitiek: hinder maar ook kansen
Ook andere geopolitiek situaties hebben invloed op ondernemers. Zo geeft 40% aan negatieve gevolgen te ondervinden van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Daarnaast signaleren ondernemers andere risico’s. Bijna de helft (44%) ervaart digitale dreigingen, vooral op het gebied van cybersecurity en databeveiliging. Verder ervaren ondernemers impact van stijgende kosten in transport, lonen en energie.
In de onzekere geopolitieke situatie ziet een deel van de ondernemers ook kansen. Zo ziet 25% van de ondernemers kansen in de hogere defensie-uitgaven om aan de verhoogde NAVO-norm te voldoen. Voorbeelden die genoemd worden, zijn het leveren van textiel aan defensie en hulp bij de aanschaf van groot materieel, zoals onderzeeboten.
Positieve vooruitzichten, imago Nederland goed
Ondanks geopolitieke spanningen en economische onzekerheid blijven Nederlandse ondernemers overwegend positief over hun exportvooruitzichten. 79% van de ondervraagde ondernemers geeft aan vertrouwen te hebben in de groei van hun export in de nabije toekomst. Dit optimisme sluit aan bij de recente ontwikkelingen: bij 45% van de ondernemers nam het exportvolume in 2025 toe ten opzichte van het jaar ervoor.
Nederland staat er goed op in het internationale zakenverkeer. 70% van de ondervraagde ondernemers geeft aan dat het Nederlandse imago helpt bij zakendoen over de grens. Met name ondernemers in de tuinbouw, water- en maritieme sector merken dit positieve imago. Internationale zakenpartners zien ons land als innovatief, ervaart 74% van de ondernemers. Ook merkt 55% van de ondernemers dat Nederlandse bedrijven sneller vertrouwd worden dan bedrijven uit andere landen.
Over het onderzoek
Deze cijfers maken onderdeel uit van de Handelsmonitor, een jaarlijks onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder ondernemers die internationaal handelen. RVO voert dit onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Aan het onderzoek deed een representatieve groep van 1162 ondernemers mee.
RVO stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen. RVO helpt ondernemers die willen innoveren, zowel in Nederland als daarbuiten, met tal van handelsmissies, subsidies en beurzen.
De subsidieregeling Cybersecurity Innovation Fund (CIF-NL 2025) heeft 118 aanvragen ontvangen, met een totaal aangevraagd subsidiebedrag van € 10.652.961. Met deze regeling konden ondernemers subsidie krijgen voor projecten die crypto-agility bevorderen en cybersecurity-oplossingen vereenvoudigen. Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door het Nederlands Cybersecurity Coördinatiecentrum (NCC-NL), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en het European Cybersecurity Competence Centre (ECCC).
Met deze regeling wil NCC-NL Nederlandse organisaties stimuleren om innovatieve producten of diensten te ontwikkelen die de nationale cyberweerbaarheid versterken. De subsidieregeling richt zich daarvoor op 2 soorten projecten. Projecten die crypto-agility bevorderen, moeten zorgen dat organisaties snel en soepel kunnen overstappen op nieuwe en veiligere versleuteling. Hiervoor zijn 23 aanvragen ingediend voor een subsidiebedrag van € 2.194.524. Projecten die cybersecurity-oplossingen vereenvoudigen, moeten cyberbeveiliging slimmer, eenvoudiger en betaalbaarder maken. Hiervoor zijn 95 aanvragen ingediend voor een subsidiebedrag van € 8.458.437.
€ 21 miljoen aan projecten
Binnen deze regeling was het mogelijk om voor de thema’s crypto-agility en vereenvoudigen van cybersecurity-oplossingen respectievelijk 70% en 50% van de kosten van het project subsidie aan te vragen. Hieruit volgt dat er in totaal voor circa € 21 miljoen aan projectwaarde is ingediend. Jurrien Norder is hoofd NCC-NL: “Het hoge aantal voorstellen laat zien dat er veel tractie zit op cybersecurity-innovatie. Daarmee tonen we niet alleen de innovatiekracht van Nederland, maar dragen we ook concreet bij aan onze strategische digitale autonomie en die van Europa.” De komende periode worden de aanvragen beoordeeld. De best scorende aanvragen komen uiteindelijk in aanmerking voor subsidie.
Behoefte uit de markt
NCC-NL heeft met deze regeling ingespeeld op signalen uit het Nederlandse cybersecurityveld. Uit gesprekken met publieke en private partijen bleek waar organisaties behoefte aan hebben. De markt had een stimulans nodig om crypto-agility te bevorderen, zodat organisaties snel kunnen overstappen op nieuwe, veilige versleuteling. Hierdoor blijven zij beschermd tegen toekomstige cyberdreigingen, zoals quantumcomputers. Voor het mkb blijkt digitale veiligheid vaak nog te ingewikkeld en te duur. Door simpele en betaalbare oplossingen te bieden, blijft cybersecurity ook voor kleinere bedrijven bereikbaar en kunnen zij hun weerbaarheid tegen cyberaanvallen vergroten.
Cybersecurity-innovatie essentieel
De regeling is actueel en relevant. De digitale afhankelijkheid groeit en cyberdreigingen worden steeds geavanceerder. Daarom is innovatie in cybersecurity essentieel voor onze economische stabiliteit en nationale veiligheid. Deze regeling draagt bij aan het verhogen van de cyberweerbaarheid en is een impuls voor Nederland om cybersecurity-innovaties mogelijk te maken. Dit past zowel binnen nationale als Europese beleidsdoelstellingen ter bevordering van de strategische digitale autonomie.
Over NCC-NL
NCC-NL is het Nederlands Cybersecurity Coördinatiecentrum, dat zich richt op het bevorderen van kennisuitwisseling, samenwerking en innovatie op het gebied van cybersecurity binnen Nederland en Europa. Het speelt een sleutelrol in het verbinden van Nederlandse organisaties met Europese cybersecurity-initiatieven, zodat zij toegang krijgen tot financiering en internationale samenwerkingsverbanden kunnen opbouwen. NCC-NL wordt gefinancierd door het ministerie van EZK en de Europese Unie en ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Start-ups die een product in het buitenland willen aanbieden krijgen extra ondersteuning. Met een uitbreiding van de DHI-subsidieregeling komt er voor jonge, innovatieve bedrijven geld beschikbaar om internationaal uit te breiden. Zo kunnen deze bedrijven knelpunten oplossen bij het betreden van een nieuwe markt en verder doorgroeien. Ondernemers kunnen maximaal € 25.000 aan ondersteuning voor deze marktentree aanvragen. De DHI-regeling is vanaf 2 maart 2026 weer open voor aanvragen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De DHI-subsidieregeling helpt ondernemers met ondersteuning voor demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies, investeringsvoorbereidingsprojecten en nu ook met marktvalidaties in het buitenland. Voor 2026 is in totaal 8,5 miljoen euro beschikbaar om exporterende en in het buitenland investerende ondernemers te helpen. RVO voert de DHI-regeling uit namens het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Marktentree
Voordat een start-up een buitenlandse markt op kan en contracten gesloten kunnen worden, moeten er vaak veel hindernissen overwonnen worden. Denk aan het testen van de technologie in het buitenland om te bepalen of de technologie aansluit bij de lokale vereisten. Maar ook het opzetten van samenwerking met lokale partijen, of het oplossen van juridische barrières. Door samen te werken met een partij in het buitenland, kan de marktentree beter worden voorbereid en succesvol worden.
De subsidie voor marktentree kan ook ingezet worden als het nog te vroeg is om een van de andere DHI-modules in te zetten. Voor de ondernemer is het heel aantrekkelijk dat het een flexibel en laagdrempelig instrument is. Het aanvragen kost minder tijd en de ondernemer hoort snel of de subsidie kan worden toegekend. In 2026 kunnen er maximaal 40 projecten voor marktvalidatie ondersteund worden. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld.
Over de DHI-regeling
Met de DHI-regeling ondersteunt de overheid al enige jaren ondernemers die de stap wagen naar een nieuwe exportmarkt, door financiering te bieden voor het uitvoeren van een demonstratieproject, een haalbaarheidsstudie of een investeringsvoorbereidingsproject. De ondernemers kunnen hier een behoorlijk bedrag aan subsidie voor ontvangen, voor demonstratieprojecten kan dit zelfs oplopen tot € 200.000. Vorig jaar was er veel belangstelling voor de DHI-regeling. Veel ondernemers hebben de kans gegrepen om een DHI-project uit te voeren. Er zijn zo’n 90 projecten goedgekeurd en aan het eind van het jaar was het beschikbare budget voor de opkomende en ontwikkelde markten dan ook uitgeput.
Ondernemers zijn enthousiast over de DHI-regeling. Voor velen is het een eerste stap naar export op een nieuwe buitenlandse markt. Vooral doordat je in het buitenland daadwerkelijk kan laten zien wat je te bieden hebt en door met je klanten in contact te komen, neemt de kans op succes toe.
Een samenwerking tussen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en het ministerie van Defensie zorgt ervoor dat afgedankt textiel binnenkort wordt gebruikt voor de constructie van rijksgebouwen. Dit gebeurt voor het eerst op grote schaal. Afgedragen uniformen en ander textiel van onder meer Defensie en de politie worden door producent Agricon Nederland verwerkt tot constructiepanelen. De aanbesteding is een initiatief van RVO en wordt gefinancierd en ondersteund door het ministerie van Defensie en het Programma Groene Innovaties (PGI) van het RVB. Hiermee zet de Rijksoverheid een belangrijke stap richting het verkleinen van de textielafvalberg.
120 ton textielafval beschikbaar
In totaal produceert de Rijksoverheid jaarlijks 600 ton textielafval. Hiervan stelt zij nu 120 ton beschikbaar aan Agricon Nederland om constructiepanelen van te maken. Dat levert 12.000 m2 aan bouwmateriaal op. Het Rijksvastgoedbedrijf kan dit materiaal gebruiken voor buitengevels en binnenwanden, in plaats van gipsplaten of Trespa. Luitenant-kolonel Koert Jan Eefting is categoriemanager Bedrijfskleding Rijk: "Als Defensie dragen we verantwoordelijkheid voor de volledige levenscyclus van onze materialen. Uniformen die hun operationele functie hebben verloren, krijgen via deze samenwerking een nieuwe bestemming in de bouw. Zo dragen we concreet bij aan een duurzamer gebruik van grondstoffen." Naast de verminderde impact op het milieu heeft dit project ook een sociale component. Het sorteren van het textiel gebeurt door werknemers van Biga Groep in Zeist. Biga Groep is een sociaal werkbedrijf. Daarmee draagt het project ook bij aan arbeidsparticipatie en inclusieve werkgelegenheid.
Kwaliteit
Afgelopen jaar konden partijen 2 keer deelnemen aan de aanbesteding voor de verwerking van rijkstextiel tot constructiepanelen. Geïnteresseerde marktpartijen kregen elk een gelijk samengesteld pallet met afgedankt textiel om constructiepanelen van te maken. Zij leverden deze aan met een voorstel om het beoogde volume te kunnen produceren. Daarna werden de panelen getest door keuringsinstituut KIWA. Dit instituut testte de panelen op vochtbestendigheid, brandveiligheid en geluidsdemping.
Duurzaamheid
Naast het testen op kwaliteit werd ook gekeken naar duurzaamheid. Het is van belang dat de panelen met lage energiekosten worden geproduceerd en dat ze ook na gebruik goed recyclebaar zijn. Dit past binnen de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Daarnaast zijn de milieu-impact van de productiewijze en de gebruikte materialen beoordeeld. De panelen van Agricon Nederland kwamen succesvol door alle testen heen. Het product is nu gecertificeerd en het bedrijf staat in de startblokken om grote volumes te produceren. De laatste constructiepanelen worden naar verwachting in september 2026 opgeleverd.
Maria Hänsch is programmamanager PGI bij het Rijksvastgoedbedrijf: "Dankzij de testen en certificering die we mogelijk hebben gemaakt, kunnen de constructiepanelen nu breed worden toegepast in het RVB-vastgoed, en in potentie ook daarbuiten. We laten hiermee zien hoe samenwerking tussen Rijksoverheid en markt daadwerkelijk impact maakt op weg naar een circulaire economie."
Schaalvergroting
De huidige overeenkomst heeft een looptijd van één jaar, waarbij de Rijksoverheid de afnemer van de constructiepanelen zal zijn. Het plan is om hierna een nieuwe order in de markt te zetten voor een periode van minimaal 3 jaar, zodat ook commerciële partijen afnemer kunnen worden. Hiermee wordt de hoeveelheid textielafval structureel en op grote schaal verminderd en neemt de beschikbaarheid van circulaire bouwmaterialen toe. Maurice Goudsmith werkt vanuit de RVO aan Afvalzorg en Grondstofmanagement, onder meer voor de Rijksoverheid: "Met deze overeenkomst neemt het Rijk nadrukkelijk een voorbeeldrol. Zij stimuleert niet alleen circulaire innovaties in beleid en regelgeving, maar past deze ook zelf toe in de eigen gebouwen en inkoop. Door als eerste afnemer op te treden, creëert het Rijk marktvraag en versnelt het de ontwikkeling van circulaire constructiepanelen."
In maart 2026 houdt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) 4 voorlichtingsavonden voor agrariërs over de Gecombineerde opgave. In een presentatie komen verbeteringen en veranderingen van dit jaar aan bod, maar vooral krijgen deelnemers tips en handigheidjes waardoor het invullen makkelijker zal verlopen. Doel van de avond is om iedereen die de opgave moet invullen, zo goed mogelijk op weg te helpen. De 4 voorlichtingsavonden voor agrariërs worden gehouden in Limburg (9 maart), Utrecht (12 maart), Overijssel (18 maart) en Friesland (19 maart). Deze avond is niet bedoeld voor adviseurs, voor hen wordt een online vragenuur gehouden op 10 maart.
Programma
De avond start met een presentatie over de veranderingen en verbeteringen in de Gecombineerde opgave. Daarna kunnen de aanwezigen bij verschillende inhoudsdeskundigen terecht om hun specifieke vragen te laten beantwoorden. De vragen hoeven zich niet te beperken tot de Gecombineerde opgave. Ook voor de onderwerpen Mest, Mijn percelen en het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zijn namens RVO experts aanwezig.
Aanmelden
Het bijwonen van de bijeenkomsten is geheel kosteloos, maar aanmelding is wel noodzakelijk en vol = vol. Inloop is vanaf 19:30 uur. Het volledige programma is te bekijken op de website van RVO. Ook aanmelden kan via de website: www.rvo.nl/gecombineerde-opgave
Aanmelding voor adviseurs voor het online vragenuur kan via: Vragenuur Gecombineerde opgave 2026 voor adviseurs | RVO.nl
Achtergrond
RVO heeft in voorgaande jaren op uitnodiging van sectorpartijen uitleg en presentaties gehouden, maar dit jaar organiseert RVO voor het eerst eigen voorlichtingsavonden. De Gecombineerde opgave is niet eenvoudig in te vullen, en de behoefte aan meer uitleg is groot. Deze voorlichtingsbijeenkomsten zijn aanvullend aan de dienstverlening rond de Gecombineerde opgave. De afdeling Klantcontact staat weer klaar om telefonisch te helpen bij vragen, en zelfs op verzoek mee te kijken en te helpen bij registraties in Mijn percelen. Ook is op de website van RVO veel informatie te vinden, waaronder handige checklists.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) keurt de operationele programma’s voor 2026 van 11 producentenorganisaties voor de groente- en fruitsector goed. Daardoor ontvangen zij als ze de plannen uitvoeren € 185.027.304,47 Europese subsidie voor het verbeteren en vergroenen van de Nederlandse groente- en fruitteelt. In 2025 ging het om bijna € 165 miljoen aan Europese subsidie. Het subsidiebedrag komt uit de Sectorale Interventie Groenten en Fruit (SIG&F) voor 2026, onderdeel van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). De producentenorganisaties en hun leden worden hiermee beloond voor hun inspanningen die bijdragen aan een betere en groenere groente- en fruitproductie. Daarmee werken ze aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw, een beter klimaat, betere kwaliteit van het water en gezond en beschikbaar voedsel.
Eigen bijdrage vanuit de sector
Door voortdurend te ontwikkelen, verduurzamen, investeren en innoveren maken de producentenorganisaties en hun leden de groente- en fruitteelt groener en beter. Hiervoor leveren ze zelf ook een behoorlijke financiële bijdrage van € 88.814.526,03. In 2025 was dit € 76,7 miljoen. Met de SIG&F-subsidie kunnen ze dit proces versnellen. Zo zetten ze samen met de overheid de sector nog beter op de wereldkaart van kwalitatief goed, gezond en veilig voedsel.
Uiteenlopende duurzame maatregelen
De inspanningen en maatregelen uit de operationele programma’s zijn gericht op onder meer energiebesparing, duurzame energie(opwekking) en -opslag. Denk aan vervanging van bestaande belichting door led-belichting, energiezuinige koeling, tweede energieschermen, zonnepanelen, gebruik van aardwarmte, batterijen en warmtepompen. Daarnaast zijn er voor 2026 meer maatregelen gepland die gericht zijn op onderzoek en robotisering met bijvoorbeeld UV-robots. Deze robots worden met name gebruikt in de kassenteelt om schimmels – bijvoorbeeld in aardbeien en komkommers – te bestrijden zonder gebruik te maken van chemische gewasbestrijdingsmiddelen.
Ook zetten de producentenorganisaties in op het telen van nieuwe producten en meer klimaatbestendige rassen. Dit vermindert de kwetsbaarheid voor extreme weersomstandigheden en klimaatverandering. De financiële steun wordt ook gebruikt om innovatie en onderzoek te bevorderen. Er is dan aandacht voor verbeterde teeltmethoden, gewasvariëteiten en technologieën. Dit draagt bij aan de productiviteit en de kwaliteit van de groenten en het fruit.
Erkenning
Om voor de Europese SIG&F-subsidie in aanmerking te komen, hebben de 11 deelnemende producentenorganisaties een erkenning van de overheid verworven. Het betreft alleen (trans)nationale producentenorganisaties. Erkende producentenorganisaties kunnen op basis van hun meerjarenplannen de SIG&F-subsidie elk jaar via RVO aanvragen. RVO voert dit beleid van de Europese Unie uit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In 2026 zijn er geen nieuwe producentenorganisaties bijgekomen.
Naar verwachting kunnen in september dit jaar bedrijven meedingen naar de vergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuw windpark op de Noordzee. De kavel IJmuiden Ver Gamma-A zal een vermogen hebben van 1 gigawatt (GW) en wordt met subsidie vergund.
Om dit te kunnen bekostigen, is een reservering getroffen van zo’n €2,5 miljard. Daarvan is €0,9 miljard vrijgemaakt uit het Klimaatfonds en het resterende bedrag van zo’n €1,6 miljard komt vrij uit de SDE++. Het winnende tenderbedrag bepaalt of het volledige bedrag wordt aangesproken. Het maximale tenderbedrag per opgewekte megawattuur (MWh) energie is vastgesteld op €104.
Grotere slagingskans bij 1GW
Het is op basis van het onafhankelijke advies van het Planbureau van de Leefomgeving niet mogelijk gebleken om binnen deze middelen een tender voor 2x 1 GW met een aannemelijke slagingskans te openen. Een tender voor een tweede kavel van 1GW, zoals voorgenomen in het Actieplan voor windenergie op zee, wordt in de loop van dit jaar bekeken.
Belang doorgang windenergie op zee
De subsidietender sluit aan op het Actieplan van het ministerie van Klimaat en Groene Groei om de businesscase voor wind op zee te verbeteren. Windenergie op zee vervult een sleutelrol in de energietransitie. Geopolitieke ontwikkelingen laten de urgentie zien van een weerbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem waar we zoveel mogelijk zelf controle over hebben. Er zijn daarbij geen alternatieven voor windparken op zee die tijdig en op deze grote schaal energie kunnen leveren. Tegelijkertijd zien we dat de businesscase van windparken op zee in Nederland en landen om ons heen sterk onder druk staat. Het is daarom belangrijk om te voorkomen dat de ontwikkeling van windenergie op zee stilvalt.
Meer informatie
De concept-subsidieregeling is vandaag gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl en staat vanaf nu 6 weken open voor consultatie. Na de consultatie volgt de definitieve tenderregeling enkele maanden later met publicatie in de Staatscourant.
Voor 2026 trekt de overheid 155 miljoen euro uit voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). MIA en Vamil bieden ondernemers een fiscaal voordeel als zij investeren in een van de ruim 200 innovatieve en milieuvriendelijke technieken. Jaarlijks doen bedrijven voor 3 tot 5 miljard euro aan milieu-investeringen een beroep op de MIA\Vamil. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit.
Milieulijst 2026
Investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel van de MIA\Vamil staan vermeld op de zogeheten Milieulijst. Om op de lijst te komen, moeten deze investeringen een aanzienlijke milieuverdienste hebben (boven de wettelijke norm) en ook innovatief zijn. Dat gaat gepaard met hogere investeringskosten ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche. De regelingen helpen deze kloof te verkleinen, zodat deze innovaties makkelijker op de markt kunnen worden gebracht. Daarmee blijft de Milieulijst aangesloten bij de ontwikkelingen in de markt. De Milieulijst wordt ieder jaar aangepast. Ten opzichte van 2025 zijn er 12 nieuwe investeringen opgenomen, 78 investeringen gewijzigd en 27 investeringen van de lijst verwijderd.
Nieuwe innovatieve technieken
Nieuw op de lijst zijn een elektrische maaiboot om begroeiing vanaf het water te verwijderen en een inzamelvoorziening voor verfresten en spoelwater. Door gebruik te maken van een wasstation met spoelwaterrecycling, kunnen schildergereedschappen beter worden hergebruikt. Andere nieuwe investeringen die dit jaar op de lijst staan, zijn een elektrische funderingsmachine voor bouwwerkzaamheden, een installatie voor organische nitraatproductie op een glastuinbouwbedrijf, een automatisch meetsysteem voor ammoniak-emissie in een stal en een innovatief systeem voor de aanpak van onkruid op verhardingen.
Mobiliteit
In 2026 is het in aanmerking komende bedrag voor elektrische mobiele werktuigen verhoogd naar 90% van het investeringsbedrag. Het minimuminvesteringsbedrag is 25.000 euro. Het oplaadpunt voor elektrische zware voertuigen en mobiele werktuigen is van de lijst verwijderd. Via de SPRILA-regeling (Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven) is hier nog wel overheidssteun voor mogelijk.
Voor een aantal investeringen die al op de Milieulijst stonden, zijn de mogelijkheden uitgebreid. Zo komen elektrische bakfietsen nu ook voor MIA\Vamil in aanmerking als deze worden gebruikt voor het vervoer van dieren. En oplaadkluizen mogen nu ook worden gebruikt voor het opladen van elektrisch (hand-)gereedschap.
Het is in 2026 niet meer mogelijk MIA\Vamil te combineren met de SSEB-regeling (Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel) en de SWIM (Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit).
Landbouw
Voor investeringen in veestallen met een lagere milieubelasting zijn een aantal voorwaarden vervallen, o.a. wat betreft het aantal dierplaatsen. Het ruwvoermengsysteem voor herkauwers (zoals koeien) en mulch-apparatuur (voor organische bodembedekking in land- en tuinbouw) zijn voorbeelden van investeringen voor agrariërs die van de lijst zijn verwijderd.
Gebouwen
Voor alle gebouwen op de Milieulijst geldt nu dat de (BENG)berekening van de energieprestatie gedaan moeten worden door een vakbekwaam adviseur. Daarnaast is voor alle industriegebouwen met een duurzaamheidscertificaat volgens de maatlatten BREEAM- of GPR
het maximale bruto vloeroppervlak (bvo) dat in aanmerking komt voor MIA verhoogd van 5.000 vierkante meter naar 7.000 vierkante meter.
Meer weten?
Alle wijzigingen staan hier op een rijtje. Staat uw innovatieve milieuvriendelijke investering niet op de Milieulijst 2026? Dien dan een voorstel in voor de Milieulijst 2027.
De mogelijkheden voor ondernemers om met fiscaal voordeel te investeren in energiezuinige technieken worden het komende jaar nogmaals verruimd. In 2026 is een budget van 460 miljoen euro beschikbaar voor de Energie-investeringsaftrek (EIA), een verhoging van 29 miljoen euro ten opzichte van 2025. Bedrijven die investeren in technieken uit de zogenoemde Energielijst, kunnen via de EIA 40 procent van de investeringskosten aftrekken van hun fiscale winst. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regeling uit.
Wijzigingen Energielijst
Met de Energie-investeringsaftrek geeft de overheid een impuls aan energiebesparing, CO2-reductie en duurzame economische groei. De Energielijst is de basis van de EIA-regeling. Op deze lijst staan verschillende innovatieve, energiebesparende en duurzame energietechnieken. De lijst wordt elk jaar geactualiseerd. Mede dankzij voorstellen van bedrijven is de Energielijst aangevuld met 8 nieuwe technieken. Daarnaast zijn weer technieken verwijderd en zijn de eisen van een aantal technieken aangepast. Daarmee blijft de Energielijst aangesloten bij de ontwikkelingen in de markt.
Zonnepanelen en accu’s
De aanstaande afschaffing van de salderingsregeling heeft met name gevolgen voor de terugverdientijden van kleinschalige zonne-energieinstallaties. Ondernemers hebben voor investeringen in deze kleine systemen ondersteuning nodig, daarom is binnen de Energielijst de voorwaarde voor zonnepanelen aangepast. Het maximale gezamenlijk piekvermogen is opgehoogd van 55 kW naar 100 kW. Ook de omschrijvingen voor elektriciteitsopslag zijn verruimd, nu komen meer typen accu’s in aanmerking. Accu’s met vloeibaar lood-zuur hebben een lage efficiency en komen daarom niet in aanmerking.
Verduurzaming en circulariteit
Op de lijst is nu een omschrijving voor verduurzaming van bestaande luchtbehandelingskasten opgenomen, waarmee bedrijfsgebouwen geventileerd, gekoeld en verwarmd kunnen worden. Door een bestaande kast te renoveren, wordt het energieverbruik verlaagd en de levensduur verlengd. Voor hernieuwbare (biobased) isolatie is een nieuwe omschrijving op de lijst opgenomen. Vanwege de hogere kosten van deze materialen geeft de EIA hiervoor een hogere financiële ondersteuning dan voor gangbare isolatie.
Op de Energielijst staan vanaf 2026 vrijwel alleen nog warmtepompen die gebruik maken van halogeenvrije koudemiddelen. Deze zijn minder belastend voor het milieu. De toepassing van een bepaald type warmtepomp met een halogeenvrij koudemiddel wordt nu ook gestimuleerd in nieuwe bedrijfsgebouwen.
Een verwarmingsketel die werkt op fossiele brandstoffen en die bestemd is als hoofdverwarming komt in 2026 niet meer in aanmerking voor Energie-investeringsaftrek.
Innovatieve nieuwe technieken
Een aantal innovatieve nieuwe technieken die zijn opgenomen op de Energielijst zijn een elektrisch aangedreven agrarische drone, adsorptiedroging met een geïntegreerde warmtepomp, een systeem voor het energiezuinig beluchten van afvalwater en een zonvolgend systeem dat met een spiegel licht concentreert op een zonnepaneel en het overige licht doorlaat naar de onderliggende tuinbouwkas.
Ook is een aerodynamische vrachtwagencabine op de Energielijst opgenomen. Deze verlaagt de luchtweerstand van een vrachtwagen en bespaart hiermee brandstof.
Meer informatie?
• EIA-regeling op RVO.nl
• EIA in de praktijk