Persberichten 2024 en 2025
Op deze pagina vindt u de persberichten die onze organisatie in 2024 en 2025 verzond. Onze actuele persberichten vindt u via de pagina over persvoorlichting. Wilt u via e-mail of RSS op de hoogte blijven? Abonneer u dan op onze persberichten. U stelt zelf in over welke onderwerpen u persberichten wilt ontvangen.
Meer nieuws over ons? Volg ons op social media.
RVO wil een excellente dienstverlener met impact zijn, voor klanten en opdrachtgevers. Veel wet- en regelgeving die op het boerenerf landt en die de boer moet naleven, wordt uitgevoerd door RVO. Door die uitvoering ziet RVO ook wat er speelt in de praktijk. Zo waren er signalen van diverse boeren dat zij belemmeringen in de wet- en regelgeving ervaren. Ook via Stichting Caring Farmers kwamen soortgelijke signalen over belemmeringen binnen, van boeren die zich inzetten voor een natuurinclusieve kringlooplandbouw, ‘koplopers’. Voor RVO reden om na te denken over het verbeteren van de dienstverlening, zodat deze voor iedere boer zo optimaal mogelijk is.
Een rapport van Caring Farmers vormt de basis van het RVO-onderzoek ‘Iedere boer telt’. De 41 daarin benoemde belemmeringen zijn te verdelen in 6 thema’s: administratieve lasten (29%) vestiging (29%), subsidies (17%), diergezondheid (10%), handhaving (7%) en afzet en handel (7%). Daarnaast speelt het feit dat koplopers vaak op een andere wijze landbouw bedrijven dan wat we gewend zijn.
In het rapport ‘Iedere boer telt’ worden aanknopingspunten benoemd die kunnen bijdragen aan het verminderen van belemmeringen. RVO onderzoekt deze punten en kijkt naar mogelijke verbeteringen voor de uitvoering, regeldruk, doenbaarheid en de juridische (on)mogelijkheden.
Het rapport ‘Iedere boer telt’ is in december 2025 naar de Tweede Kamer verstuurd.
De economische waarde van de sector elektrisch vervoer (EV) in ons land neemt sterk toe. In 8 jaar tijd groeide dit van 13 miljoen naar bijna 3 miljard euro. Ook de werkgelegenheid stijgt exponentieel: de EV-sector telt nu 20 keer zoveel voltijdsbanen in vergelijking met 2015. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Tussen 2015 en 2023 groeit de totale toegevoegde waarde van de EV-sector van 0,13 miljard naar 2,93 miljard euro. Met een gemiddelde jaarlijkse groei van bijna 50%. In de transitie naar elektrisch vervoer, liggen OV-bussen voorop: eind 2024 is circa 23% elektrisch. Het personenautopark elektrificeert gestaag, 6% is volledig elektrisch eind 2024. De EV-sector is aan het verbreden. De ontwikkeling van elektrische vrachtwagens, bouwmachines en schepen zet door.
Werkgelegenheid vertwintigvoudigd
De werkgelegenheid groeit eveneens sterk: van 760 voltijdsbanen in 2015 naar 15.800 in 2023. Dit betreft een twintigvoudige groei in minder dan 10 jaar tijd. Inmiddels richt 1 op de 10 banen binnen de automotive sector zich op elektrisch vervoer. De meeste banen in de EV-sector zitten in handel en reparatie van elektrische voertuigen, maar ook voor blijft de installatie van laadpunten neemt de werkgelegenheid toe. Installateurs zetten ook nog eens steeds sneller meer laadpalen neer, doordat dit meer wordt gestandaardiseerd.
Sterke exportpositie
Export draagt ook voor een substantieel deel bij aan de economische groei binnen de EV-sector. Vooral elektrische vrachtwagens en voertuigonderdelen vinden gretig aftrek in het buitenland. In 2023 exporteerde Nederland voor 425 miljoen euro aan elektrische voertuigen en EV-onderdelen, waarvan een waarde van 150 miljoen voor complete voertuigen en voor 270 miljoen aan onderdelen.
Uitdagingen en kansen
De groei van de EV-sector zet door maar kent ook uitdagingen. De Chinese EV-markt – die sneller en goedkoper produceert - wint aan terrein. Dit vergroot de kans op geopolitieke spanningen en eventuele handelsconflicten.
Een overvol stroomnet kan de uitrol van elektrische voertuigen en laadinfrastructuur belemmeren. Tegelijkertijd biedt het kansen voor nieuwe innovaties. Denk aan batterijopslag en software voor het beheren van het laadgedrag van voertuigen. Dit soort oplossingen kunnen buitenlandse investeringen en exportkansen voor Nederlandse technologieën bevorderen. Daarnaast stellen deze oplossingen particulieren en bedrijven in staat nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen.
Dit najaar zijn 4 nieuwe initiatieven gestart in het kader van de regeling Thematische Technology Transfer (TTT). Sinds 2019 wordt er via deze regeling geïnvesteerd in het omzetten van wetenschappelijke kennis naar de praktijk. Dit gebeurt door het creëren van startups en door particuliere fondsen te laten investeren in deze startups. De succesvolle resultaten van deze regeling hebben geleid tot de openstelling van een nieuwe tender speciaal voor defensiethema’s. Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ).
Succesvolle samenwerking
De Nederlandse wetenschap is op veel thema’s toonaangevend. Toch blijft wetenschappelijke kennis nog vaak onbenut, omdat kennis verspreid is en het omzetten van onderzoek naar een succesvol bedrijf uitdagend en risicovol blijft. De TTT-regeling helpt hierbij. Dat deze regeling werkt, blijkt uit de resultaten. Sinds 2019 zijn er al rond de 200 startups opgericht. Daarvan hebben er ruim veertig extra financiering gekregen via een TTT-investeringsfonds. Samen wisten de startups inmiddels meer dan € 300 miljoen aan aanvullende financiering op te halen en dat bedrag blijft toenemen.
Van kennis naar kansrijke startup
Binnen de TTT-regeling ontvangen onderzoeksorganisaties onder andere subsidie om kennis uit te wisselen en validatieprojecten uit te voeren. Hiermee kunnen zij hun ideeën ontwikkelen en testen. Op deze manier wordt de basis voor potentiële startups gelegd. Daarnaast wordt via de regeling een lening verstrekt aan een TTT-investeringsfonds. Hierdoor kan dit fonds investeren in de risicovolle beginfase van nieuwe bedrijven. Zo wordt een belangrijk gat in financiering gedicht en krijgen kansrijke startups de mogelijkheid om een vliegende start te maken.
Innovaties met impact
De huidige startups lopen uiteen van circulaire technologie tot kunstmatige intelligentie (AI). Daarmee dragen ze bij aan oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Zo doet de startup The Time-travelling Milkman onderzoek naar ingrediënten die plantaardige zuivelproducten smakelijker en duurzamer maken. Een ander voorbeeld is HULO.ai. Deze startup ontwikkelt AI-technologie voor lekdetectie in waterleidingen. Deze technologie stelt waterbedrijven in staat om waterverliezen drastisch te verminderen, zonder kostbare infrastructuurwijzigingen.
Robbert Lodewijks is CEO en medeoprichter van HULO: "De TTT-regeling is voor HULO.ai een absolute gamechanger geweest. (…) Dankzij de TTT-regeling hebben wij in een vroege fase investering kunnen ophalen bij LUMO Labs en toegang gekregen tot het Nederlandse innovatie- en AI-ecosysteem, dat tot de internationale top behoort. Vanuit deze solide basis zijn we inmiddels internationaal actief."
4 nieuwe initiatieven en defensietender
Dit najaar zijn 4 veelbelovende nieuwe initiatieven van start gegaan. Zij ontvangen ieder € 10 miljoen en volgen de succesvolle eerdere TTT-programma’s op. Eén van die initiatieven is AI Rise. AI Rise is toegespitst op initiatieven die vernieuwende AI ontwikkelen, vooral voor zakelijke toepassingen. Hierbij moet de innovatie in de AI zelf zitten en niet in de hardware.
Peter Westerhuijs is business developer bij IXA-UvA en namens de UvA programmamanager van het TTT-AI-consortium: "De wetenschappelijke excellentie van Europa geeft ons een unieke voorsprong in AI. TTT AI Rise zet die kracht om in startups met wereldwijde impact."
Verder starten er nog 3 initiatieven. GreenTech richt zich op circulaire technologie, water, landbouw en voeding, biobased materialen en energie. Dit heeft als doel de overgang naar een duurzamere economie te versnellen. DeepTech omvat baanbrekende ontwikkelingen op het gebied van optische systemen en geïntegreerde fotonica, quantumtechnologie, mechatronica en halfgeleidertechnologie. Binnen RegMed ligt de nadruk op geneesmiddelen en medische technologie voor chronische aandoeningen zoals hart- en nierfalen, hersen- en oogaandoeningen, diabetes en artrose.
Daarnaast is afgelopen dinsdag een nieuwe tender geopend voor aanvragen op het gebied van dual use en defensie. De aanvragen voor deze tender moeten gericht zijn op minimaal twee van de Nationale Langetermijn Defensiethema’s: slimme materialen, ruimtevaarttechnologie, quantumtechnologie, intelligente systemen en sensoren. Hiermee neemt de innovatiekracht binnen de defensiesector toe en wordt de strategische technologische autonomie van Nederland versterkt. Voor de tender is € 13,8 miljoen beschikbaar.
Bij een grootschalige, internationaal gecoördineerde actie tegen de illegale handel in beschermde dieren en planten zijn bij een jonge handelaar uit Brabant meer dan 90 opgezette dieren in beslag genomen. De actie was onderdeel van Operatie Thunder. Dat is een jaarlijks terugkerende wereldwijde actie onder leiding van INTERPOL gericht op het opsporen van criminelen en organisaties die zich bezighouden met wildlife crime. In Nederland werkten diverse handhavingsinstanties hieraan mee: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Douane, de politie en het Openbaar Ministerie (OM).
Jonge handelaar
Bij de 24-jarige handelaar troffen inspecteurs van RVO en de NVWA een grote hoeveelheid illegale opgezette dieren, skeletten en kadavers aan. Het ging onder meer om een zwarte beer, leeuwen, apen en meerdere beschermde vogelsoorten zoals paradijsvogels, gieren en raafkaketoes. De handelaar kon voor deze beschermde soorten niet aantonen dat hij ze legaal had verkregen en was bovendien in het bezit van vervalste documenten. Daarnaast werden in een vriezer op een andere locatie van het bedrijf tientallen dode dieren gevonden, eveneens met een onduidelijke herkomst. De geschatte waarde van de in beslag genomen items bedraagt ongeveer 200.000 euro. De vondst heeft ertoe geleid dat de man zowel via het strafrecht als via het bestuursrecht zal worden vervolgd.
Inbeslagnames in Nederland
Naast de omvangrijke vangst in Brabant werden in Nederland ook op andere plaatsen illegale producten in beslag genomen. In postpakketten, in het vrachtruim van vliegtuigen en bij reizigers werden o.a. grote hoeveelheden haaienvinnen, koraal, pillen, poeders en drankjes waarin beschermde planten zijn verwerkt aangetroffen. Ook werden er in een woning in Arnhem een opgezette wolf en een olifantenslagtand (ruw ivoor) in beslag genomen. Alle in beslag genomen goederen worden door RVO ondergebracht op geheime opslaglocaties. Om te voorkomen dat het niet meer in de illegale handel terechtkomt zal het grootste gedeelte hiervan worden vernietigd.
Strenge regels voor handel in bedreigde soorten
Voor de handel in bedreigde dier- en plantsoorten gelden strenge regels: alleen dieren en planten met een aantoonbaar legale herkomst mogen worden verhandeld. In Nederland controleren RVO en de NVWA of iedereen die in deze dieren en planten handelt, zich aan de regels houdt. Wanneer de regels worden overtreden, treden zij handhavend op. Dit doen zij in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Ook is RVO verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen voor beschermde planten en dieren zoals invoer- en uitvoervergunningen en EU-certificaten. Deze vallen namelijk onder CITES, een internationale afspraak tussen landen om te zorgen dat wilde dieren en planten niet worden uitgeroeid door handel. Deze maand vond de CITES-conferentie plaats in Oezbekistan, waar onder meer werd besloten welke dier- en plantsoorten strenger of juist minder strikt beschermd zullen worden.
Operatie Thunder
Operatie Thunder wordt sinds 2017 georganiseerd door INTERPOL en sinds 2019 ook samen met de Werelddouaneorganisatie (WCO) en richt zich specifiek op de bestrijding van wildlife crime, een wereldwijd groeiend probleem met ernstige ecologische gevolgen en dierenleed. De actieperiode duurt doorgaans een maand. Dit jaar vond de operatie plaats tussen half september en half oktober.
Mbo-instellingen kunnen duurzaamheid en circulariteit versterken met behulp van de nieuwe ‘Tijdelijke subsidieregeling Mbo-verduurzaming’ (MVR). Met de MVR-subsidie kunnen mbo-instellingen één of meerdere duurzaamheidscoördinatoren (DuCo) aanstellen, die hierbij gaan helpen. Aanvragen kan vanaf 16 februari 2026. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de MVR-regeling uit namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
De MVR vergoedt maximaal 75% van de kosten voor duurzaamheidsinitiatieven aan mbo-instellingen, de rest dragen ze zelf bij. Per instelling geldt een maximum van €285.000,- aan subsidie. Met de MVR-subsidie kunnen mbo-instellingen één of meerdere duurzaamheidcoördinatoren (DuCo) aanstellen. Ook kunnen ze de inzet van aanwezige DuCo’s uitbreiden met de subsidie.
Rol DuCo
De DuCo stimuleert en coördineert initiatieven die bijdragen aan toekomstbestendig onderwijs. Zo versterkt de mbo-instelling ermee dat duurzaamheid en circulariteit onderdeel van het onderwijs worden. Door dat te doen, bereidt de mbo-instelling de studenten beter voor op de arbeidsmarkt van de toekomst. Ook dragen ze zo bij aan een duurzame en circulaire samenleving. De MVR-regeling steunt de aanstelling van een DuCo voor een periode van 3 tot 3,5 jaar.
Vanaf 11 november 2025 tot 7 januari 2026 gaat voor de tweede keer een subsidie open om via robotisering en digitalisering de land- en tuinbouw toekomstbestendiger te maken. Denk aan robots die helpen bij het melken, zaaien of het verpakken van producten. Voor deze subsidie is in totaal € 10,47 miljoen beschikbaar. Projecten die in aanmerking komen, gaan daarnaast deel uitmaken van het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP).
Versterken robotisering en digitalisering
In het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma heeft het kabinet ingezet op innovatie in de land- en tuinbouw door middel van onder andere robotisering en digitalisering. Het kabinet doet dit om ervoor te zorgen dat deze sectoren ook in de toekomst tot de meest concurrerende, innovatieve en duurzaamste van de wereld behoren.
Via het Actieprogramma Digitalisering en het innovatieprogramma Robots naar de Boerenpraktijk ontvangen projecten die bijdragen aan digitalisering en robotisering een subsidie. Deze programma’s hebben als doel om digitalisering en robotisering in te zetten voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw, het verbeteren van bodemkwaliteit, waterkwaliteit en dierenwelzijn en het versterken van biodiversiteit. Ook innovaties die zich richten op het verhogen van de arbeidsproductiviteit komen in aanmerking voor deze subsidie.
Meer geld en netwerk
In 2024 konden projecten voor het eerst deze subsidie aanvragen. 19 projecten ontvingen toen gezamenlijk € 8,46 miljoen. Dit jaar is het budget verhoogd naar € 10,47 miljoen en is er extra aandacht voor robots, specifiek binnen het primaire agrarische proces en de nabewerking van agrarische producten. Dit zijn bijvoorbeeld robots die oogsten en voeding geven, maar ook robots die producten selecteren, verpakken en klaarmaken voor de verkoop. Ook dit jaar worden projecten die een subsidie krijgen toegevoegd aan het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP). Dit netwerk bestaat om te leren van elkaars projecten.
Voorwaarden aanvraag
Bedrijven die in een samenwerkingsverband werken aan een project rond innovatie, digitalisering en robotisering in de land- of tuinbouw kunnen hun aanvraag indienen tussen 11 november 2025 en 7 januari 2026. De aanvraag moet aan meerdere voorwaarden voldoen. De belangrijkste is dat het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal één agrariër en één of meer andere deelnemers, zoals een technologie-ontwikkelaar, kennisinstelling en keten- of brancheorganisatie. Aanvragen worden beoordeeld op kwaliteit, niet op volgorde van binnenkomst. Per aanvraag bedraagt de subsidie maximaal € 500.000 per samenwerkingsverband. Uitgebreide voorwaarden en hulp voor aanvragers is te vinden via onze website.
Tien bedrijven zijn uitgeroepen tot de winnaars van het Oranje Handelsmissiefonds 2025. De winnaars krijgen een jaar lang ondersteuning om hun exportdroom te realiseren. Uit meer dan 200 inzendingen koos de jury tien bedrijven die onder andere uitblinken in de kracht van hun product of dienst, ambities, financiële haalbaarheid en de motivatie om te starten of uit te breiden in het buitenland.
De winnaars van het Oranje Handelsmissiefonds 2025 zijn:
- Nauplius Workboats
- Van Putten Instruments
- Fento Knee Protection
- HuMeij Windshifters
- Oceans of Energy
- R-Go Tools
- Van Tuijl Innovations
- Ziemi Services
- Farmcubes
- Maxani Animal Healthcare
Prijzenpakket
De winnaars worden ondersteund met een persoonlijk programma en prijzenpakket om de volgende stap te zetten. Het prijzenpakket bestaat onder meer uit deelname aan een handelsmissie, netwerkondersteuning vanuit het wereldwijde postennet van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een training uit het opleidingspakket van evofenedex en kennisondersteuning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Nieuwe partner: DHL Express
Sinds dit jaar heeft het Oranje Handelsmissiefonds een nieuwe partner: DHL Express. Met een wereldwijd netwerk in 220 landen en gebieden zet DHL zich dagelijks in om ondernemers te helpen hun grenzen te verleggen. De missie van DHL Express sluit uitstekend aan bij de doelstelling van het OHMF: Nederlandse ondernemers helpen succesvol te zijn op het wereldtoneel. Met hun toetreding voegt DHL direct prijzen toe aan het prijzenpakket: een verzendtegoed ter waarde van €500 en een geheel verzorgde reis met een bezoek aan het DHL Innovation Center in Troisdorf (Duitsland) of een bezoek aan de DHL Europe HUB in Brussel (België).
Kees de Lange, Managing Director van DHL Express: "Ik ben trots op onze samenwerking met het Oranje Handelsmissiefonds. Als partner voor mkb-bedrijven die internationaal willen groeien, sluit deze samenwerking perfect aan bij onze kracht."
Over het Oranje Handelsmissiefonds
Het Oranje Handelsmissiefonds (OHMF) helpt jaarlijks 10 mkb-ondernemingen met hun entree op een nieuwe buitenlandse markt. Het Oranje Handelsmissiefonds is een samenwerking tussen evofenedex, EY, DHL Express, Language Institute Regina Coeli en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Samen helpen zij ondernemers op weg met hun zakelijke avontuur in het buitenland.
Om ondernemers en onderzoekers te helpen plastic recycling te verbeteren, kent de overheid € 18 miljoen subsidie toe. Dit geld komt uit de subsidieregeling Circulaire Plastics NL (CPNL). Deze regeling maakt onderdeel uit van het Nationaal Groeifonds-programma CPNL. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regeling uit namens het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).
Toegekende projecten
De projecten richten zich op verschillende circulaire onderwerpen. Zo richt een project zich op verbetering van de kwaliteit en hoeveelheid van gerecycled plastic uit afval van auto's en elektronische toepassingen. Een ander project richt zich op 'hoogwaardige tapijtrecycling'. Concreet kijkt dit project naar hergebruik van verschillende plasticsoorten uit lagen van tapijt om nieuw garen van te maken. In totaal ontvangen 9 projecten subsidie. Dat zijn 6 onderzoeksprojecten en 3 showcases (pilots of demonstratieprojecten gecombineerd met onderzoek) voor de onderwerpen:
- Onderzoek naar het ontstaan van microplastics voor verschillende polymeren in het recyclingproces.
- Onderzoek naar het verbeteren van sorteerprocessen van verpakkingsafval (voor kleine kunststofverpakkingen).
- Onderzoek naar het verbeteren van de keten voor gemengd plastic afvalstromen zodat deze stroom geschikt is als ingangsstroom voor specifieke recyclingprocessen.
- Recycling van technische kunststoffen uit elektrische en elektronische apparaten of uit toepassingen uit de auto-industrie.
- Recycling van verschillende lagen tapijt tot nieuwe garens.
- Recycling van plastic voedselverpakkingen tot nieuwe verpakkingen voor voedsel.
Bekijk meer informatie over de CPNL-projecten.
CPNL
Met de CPNL-subsidieregeling stimuleert de overheid een economie waarin we eerlijk en zuinig omgaan met producten en materialen. Deze subsidie kan ontvangers onder andere helpen bij het oplossen van technologische knelpunten om plastic te recyclen. Met grondstoffen die steeds meer zeldzaam en duur worden is hergebruik van grondstoffen steeds belangrijker.
Er komt een nieuwe subsidieregeling voor het vergroten van de afzet van biologische landbouwproducten onder de naam Vabiola. Wat deze regeling bijzonder maakt is dat het ook de samenwerking in de regio ondersteunt.
Ondernemers kunnen begin volgend jaar voor het eerst een aanvraag indienen voor deze subsidieregeling. De regeling zal ook in de komende jaren open worden gesteld. Deze regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Met deze nieuwe subsidieregeling wil de Rijksoverheid de biologische afzetmarkt versterken door innovatieve projecten te ondersteunen.
Samenwerken, samen regelen
Ondernemers kunnen subsidie ontvangen voor verschillende soorten samenwerkingsprojecten. Een voorbeeld hiervan is het opzetten van een lokale keten om kansen voor het verkopen van meer biologische producten in de regio te benutten. Bijvoorbeeld door samen te werken aan de ontwikkeling van nieuwe producten. Een ander voorbeeld is een project waarbij gewerkt wordt aan het vergroten van het aanbod biologische producten bij cateringbedrijven. Samen regelen partijen de infrastructuur die nodig is voor het aanleveren van biologische producten. De subsidie is alleen bestemd voor mkb-bedrijven, stichtingen of verenigingen uit Nederland. Andere, grotere ondernemingen kunnen wel deelnemen aan het samenwerkingsverband, maar geen subsidie ontvangen.
Jaarlijks 3,7 miljoen euro beschikbaar
Op 2 februari 2026 gaat de regeling voor het eerst open. Geïnteresseerde partijen hebben tot 1 mei 2026 de tijd om een aanvraag in te dienen. Zij kunnen tussen de € 100.000 en € 500.000 ontvangen voor hun projecten. Waar een aanvraag aan moet voldoen en hoe deze moet worden voorbereid, is te vinden op de website van de RVO. Verder kunnen geïnteresseerden zich via de site aanmelden voor online informatiebijeenkomsten die RVO organiseert. Deze vinden plaats in november 2025 en januari 2026. Het zal ook mogelijk zijn om de subsidie aan te vragen in 2027, 2028 en 2029. Ieder jaar is er € 3,7 miljoen beschikbaar.
Afzet en areaal vergroten
De subsidieregeling is onderdeel van het Actieplan – Groei van biologische productie en consumptie. De belangrijkste ambitie van dit actieplan is om in 2030 in Nederland 15% biologisch landbouwareaal te hebben. Meer biologische landbouw is goed voor de economie en verbetert de water- en bodemkwaliteit, de natuur, het klimaat en het dierenwelzijn. Om de ambitie uit het actieplan te bereiken, is het van belang dat consumenten meer biologische producten kopen. Hiervoor moeten er meer plekken komen waar biologische producten te koop zijn. Bijvoorbeeld bij supermarkten en restaurants, maar ook bij tuincentra en online maaltijdboxen.
De Seed Capital-regeling bestaat 20 jaar. In die periode kregen via de regeling 831 startups toegang tot durfkapitaal, nodig voor de groei van hun bedrijf. In totaal kregen de startups €729 miljoen aan investeringen. De helft daarvan was privaat geld, de andere helft stelde de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beschikbaar. De betrokken investeerders zijn zeer positief over de regeling, maar zien ook kansen voor de toekomst. RVO voert de Seed Capital-regeling uit namens het ministerie van Economische Zaken.
Seedfondsen
De investeringen lopen via zogenaamde Seedfondsen. Dat zijn fondsen met ervaren private investeerders (de fondsmanagers) aan het roer die investeren in kansrijke startups. RVO verdubbelt de inleg van deze fondsen via een renteloze lening. Via deze regeling behalen de fondsen gemiddeld 2 keer zoveel winst, met 2 keer minder kans op verlies.
In totaal hebben 131 Seedfondsen een lening ontvangen. Hieronder zaten 76 fondsen die nieuw zijn opgestart. Met het geld investeerden de fondsen in tal van startups die bijdragen aan maatschappelijke opgaven, zoals verduurzaming, digitalisering of zorginnovatie. Voorbeelden van succesvolle startups die geld ontvingen zijn energie-startup Thorizon en sportplatform OneFit.
Revolverend door exits
Uniek aan de Seed Capital-regeling is dat deze “revolverend” is. Dat betekent dat de investeringen uiteindelijk weer terugkomen bij de financiers; de private Seed-fondsen en de overheid. Inmiddels vond bij 42% van de startups een zogeheten “exit” plaats, waarbij de investeerders hun aandeel in de onderneming opgeven. Dit komt bijvoorbeeld omdat de startup aan een ander bedrijf verkocht wordt. De exits tot nog toe hebben in totaal €542 miljoen opgeleverd voor de investeerders. De verwachting is dat uiteindelijk alle investeringen terugverdiend gaan worden, mogelijk zelfs met winst. Deze winsten kunnen dan in nieuwe startups geïnvesteerd worden.
Ellen Jacobs, directeur Innovatie en Ondernemerschap bij RVO: “De Seed Capital-regeling is een perfect voorbeeld van samenwerking tussen overheid en private investeerders. Doordat RVO als gelijke partner instapt, nemen we risico’s bij privaat kapitaal weg. En het werkt: startups krijgen de kickstart die ze nodig hebben, private investeerders verdienen hun investering terug en de overheid krijgt het geld terug om weer in nieuwe fondsen te investeren. Zo stimuleren we het ondernemersklimaat en bouwen we aan de economie van de toekomst.”
Verder blijken de uitvoeringskosten bij de Seed Capital bijzonder laag te zijn. Met 0,5% van het totaal beheerde vermogen aan uitvoeringskosten (zoals personeelskosten) is de uitvoering van de Seed Capital-regeling uniek in het Nederlandse publieke financieringslandschap. Daarmee wordt de regeling kostenefficiënt uitgevoerd.
Snelle groeiers
Startups die via de Seedfondsen geld krijgen groeien doorgaans snel door. Gemiddeld gaat de omzet van €0,8 miljoen naar €5,1 miljoen in de periode (gemiddeld 4 tot 5 jaar) dat het Seedfonds geïnvesteerd is, een jaarlijkse groei van 36%. Ook het aantal medewerkers groeit gemiddeld van 12 op het moment van investeren naar 26 op het moment van exit, een jaarlijkse groei van 15%. De gemiddelde investering in een startup was €1,9 miljoen, de gemiddelde opbrengsten na de exit €4,1 miljoen. Dat komt neer op een verdubbeling van de inleg.
Veel investeringen Randstad en Noord-Brabant, Oss valt op
Van de startups zitten de meeste in Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Koploper is Noord-Holland, waar 286 startups geld ontvingen. Daarvan kwamen er 227 uit Amsterdam. Die investeringen leverden dan ook het meeste op: van de €177 miljoen die startups in Amsterdam ontvingen ging €71 miljoen naar bedrijven die inmiddels een exit hebben gemaakt. Aan die exits werd €118 miljoen verdiend.
Opvallend is dat met name in Oss de investeringen meer dan zijn terugverdiend: van de €11 miljoen die fondsen investeerden zijn via exits al €108 miljoen terug gekomen. Dit kwam door een bedrijf dat met forse winst werd verkocht. Ook in Rotterdam (€26 miljoen aan investeringen leidde tot €53 miljoen aan exits) en Delf (€19 miljoen aan investeringen leidde tot €52 miljoen aan exits) zijn de investeringen tot nog toe zeer succesvol gebleken.
Seedfondsmanagers positief, maar zien ook kansen
Uit onderzoek onder de Seedfondsmanagers blijkt dat ze zeer tevreden zijn over de regeling. Ook de samenwerking met RVO ervaren ze als (zeer) positief.
Willem van den Berg, managing partner Value Creation Capital: “Een goed voorbeeld van een duurzaam overheidsinstrument waarmee de private markt bewezen meer investeringsrisico neemt en succesvol kan blijven opereren.”
Wel zien fondsmanagers kansen om het startup ecosysteem direct te versterken. Zo had meer budget voor de Seed-regeling tot meer fondsen geleid – 49 fondsaanvragen werden afgewezen door gebrek aan budget. Met name in financiering voor de volgende fase van financiering zit veel onbenut potentiaal, het lukt startups moeilijk om door te groeien naar scaleups."
Een scaleup variant van de Seed Capital-regeling, met grotere investeringsbedragen per startup (rond €10 miljoen) zou dit volgens de fondsmanagers kunnen oplossen.
Maatschappelijke impact
De startups die via de Seed Capital-regeling zijn ondersteund werken aan verschillende maatschappelijke thema’s. Denk daarbij aan onderwerpen als energie, veiligheid, onderwijs, voedsel en gezondheid. De verschillende startups die Seedfondsen steun ontvingen droegen bij aan meer opgewekte energie, lagere CO2-uitstoot, verlaging van de zorgkosten, tegengaan van voedselverspilling, hogere afstudeerpercentages onder studenten, en een snellere reactietijd voor hulpdiensten op noodgevallen.
Over Seed Capital
Met de Seed Capital-regeling verstrekt de overheid een renteloze lening met aantrekkelijke voorwaarden voor terugbetaling aan een startersfonds. Deze lening is maximaal 12 miljoen euro en heeft een maximale looptijd van 12 jaar. De overheid verdubbelt de inleg van private investeerders in het fonds. De startersfondsen investeren dit geld in technologische innovatieve startups die zich in de vroege bedrijfsfase bevinden. Per startup kan een fonds tussen de 100.000 en 5 miljoen euro beschikbaar stellen.
Het ministerie van Defensie en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gaan actief samenwerken aan het versterken en opschalen van de defensie-industrie. Door toenemende geopolitieke spanningen moeten Nederland en Europa meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid. Dit vraagt om snelle, innovatieve samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Dit staat in de intentieverklaring die staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman en directeur-generaal van RVO Abdeluheb Choho vandaag hebben ondertekend.
Gijs Tuinman, staatssecretaris van Defensie: “We zijn met zijn allen verantwoordelijk voor een weerbare samenleving en onze veiligheid. Een belangrijk onderdeel daarvan is een goedlopende defensie-industrie, goed voor de economie maar natuurlijk ook goed voor defensie. Deze nieuwe samenwerking met RVO is een mooi voorbeeld van die gezamenlijke verantwoordelijkheid. RVO wordt hiermee een belangrijke partner van Defensie en ik kijk uit om gezamenlijk te werken aan een weerbare samenleving en de opschaling van onze defensie-industrie."
Innovatie
Innovatie is de drijvende kracht achter economische groei. Ook voor Defensie is innovatie essentieel: het vergroot onze strategische autonomie en versterkt de Nederlandse defensie-industrie. Om dit te realiseren zijn meerdere elementen nodig: bestaande overheidsinstrumenten, de kracht van publiek-private samenwerkingen, industriële capaciteit en ruimtelijke ontwikkelopgaven.
RVO gaat hierin een actieve rol spelen. Instrumenten en samenwerkingen worden zo vormgegeven dat zij ondernemers en de industrie optimaal ondersteunen. Defensie en RVO willen daarbij voortbouwen op de bestaande samenwerkingen en deze structuren versterken als het gaat om innovatie en opschaling van de industrie, gebiedsgerichte ontwikkeling en weerbaarheid.
RVO zal haar netwerk en expertise inzetten om Nederlandse bedrijven beter toegang te geven tot Europese innovatiesubsidies, financiering en internationale samenwerkingen op het gebied van militaire en dual-use technologie. Ook wordt gewerkt aan een loket voor bedrijven waarbij vraag en aanbod van producten, diensten, instrumenten en informatie kunnen worden gekoppeld.
Abdeluheb Choho, directeur-generaal RVO: “Defensie werkt aan grote en complexe uitdagingen: het versterken van onze veiligheid in een onzekere wereld. Dit is niet alleen een rol van defensie, maar een gezamenlijke opgave waarin overheid, bedrijven en uitvoeringsorganisaties hun krachten moeten bundelen. Publiek-private samenwerking maakt het mogelijk de defensie-industrie, alsook het versnellen van dual-use innovatie snel op te schalen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft veel kennis op het gebied van innovatie en ondernemerschap en een sterk netwerk van bedrijven, nationale en regionale maatschappelijke organisaties. Dat zetten we komende tijd graag in om de veiligheid en weerbaarheid in Nederland te versterken.”
Nederland bundelt krachten voor veiligheid en innovatie
Nederland en Europa moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid en dat vraagt om snelle, innovatieve samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Defensie en Economische Zaken stellen ruim een miljard euro beschikbaar voor de opschaling van innovatie en productie. Een sterke defensie-industrie is noodzakelijk, niet alleen voor de krijgsmacht, maar ook voor de economie en de arbeidsmarkt. Nederland telt inmiddels zo’n 900 defensiebedrijven. De gezamenlijke omzet daarvan is in 3 jaar bijna verdubbeld tot ruim 9 miljard euro.
Slim laden wint rap aan terrein onder elektrische rijders (EV-rijders). Terwijl het stroomnet wordt ontlast, ziet de EV-rijder vooral kansen om hier in eigen portemonnee van te profiteren. Veel EV-rijders die thuis laden (op eigen aansluiting), laden al slim. Onder die thuisladers is een verdubbeling te zien van het aantal dynamische energiecontracten, waarbij het loont om op te laden als de stroomprijs laag is. Dat blijkt uit het Nationaal Laadonderzoek 2025, afgenomen onder ruim 4.500 respondenten.
Met slim laden wordt het tijdstip en de snelheid van de laadsessie aangepast naar momenten waarop de stroom goedkoper is, er meer duurzame stroom is, of het minder druk is op het stroomnet.
Eigen voordeel pakken
61% van alle geladen kilometers wordt thuis geladen, op de eigen huisaansluiting. Daar kan de EV-rijder financieel voordeel uit halen, omdat vrijwel alle thuisladers zonnepanelen hebben en bewust laden als de zon schijnt.
Daarnaast pakt de EV-rijder steeds vaker financieel voordeel door gebruik te maken van een dynamisch stroomcontract. Bij zo’n contract wisselen de stroomtarieven elk uur, op basis van de vraag en het aanbod van elektriciteit. Het aantal EV-rijders met een dynamisch stroomcontract groeit explosief ten opzichte van een jaar eerder. Maar liefst 41% van de thuisladers heeft nu al een dynamisch stroomcontract en een groot deel van andere thuisladers geven aan hiernaar te willen overstappen. Ter vergelijking: slechts 6% van alle Nederlandse huishoudens heeft nu een dynamisch stroomcontract. Omdat bij het laden van elektrische auto’s veel stroom gevraagd wordt en de gebruiker vaak flexibel is in wanneer deze op te laden, is het thuis slim laden van de elektrische auto in combinatie met zo’n contract een logische stap.
Ook bij het laden op straat of op het werk ziet de EV-rijder graag kansen om voordeliger te laden. Zo zou bij publieke laadpalen, afhankelijk van het tijdstip, het laadtarief kunnen worden aangepast (met een laag tarief in daluren en een hoog tarief in de spits), of de laadsnelheid kunnen variëren (minder stroom tijdens spitsuren). Op sommige plaatsen is dit al mogelijk. De EV-rijder heeft hier voorkeur voor slimme laadtarieven boven slimme laadsnelheid en vindt dat een belangrijk argument om slim te laden. Zekerheid dat de auto vol genoeg geladen kan worden voor de volgende rit is een belangrijk punt voor EV-rijders om slim te gaan laden op straat.
Handmatig slim stekkeren
Terwijl er dus behoefte is aan slim laden, gebruiken nog niet alle slimme thuisladers de technische functionaliteiten – zoals een app of slim uitgeruste laadpaal - om dit handig te doen. In de praktijk plaatst en verwijdert een kwart van de EV-rijders nog handmatig de laadkabel op momenten van voordeel: als de zon schijnt of het laadtarief laag is.
Maar liefst een derde van de mensen die niet op eigen terrein kan opladen, sluit nu de auto met een lange stroomkabel aan op de huisstroomaansluiting. Zo maken ze toch gebruik van hun ‘thuisvoordelen’, zoals stroom uit eigen zonnepanelen of een dynamisch stroomcontract.
Meer prijstransparantie, onwetendheid blijft
Inzicht in de laadtarieven van individuele openbare laadpalen neemt toe. Toch weet nog 28% van de EV-rijders meestal niet wat ze betalen voor het openbaar laden in de buurt van hun woning. Bij laadpalen verder van huis is hier nog meer onbekendheid over. Bijna 80% van de EV-rijders vindt het belangrijk om vooraf inzicht te hebben in het laadtarief van de openbare laadpaal, aangezien het gros van hen zelf de laadkosten betaalt.
Over het onderzoek
Het Nationaal Laadonderzoek is een jaarlijkse, grootschalige enquête onder Nederlandse EV-rijders naar hun ervaringen met en meningen over het opladen van elektrische auto’s. Het onderzoek is een initiatief van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), ElaadNL en de Vereniging Elektrische Rijders (VER). Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is betrokken bij de uitvoering en validatie van het onderzoek.
Het aantal zonnepanelen en hun totale opwekcapaciteit is afgelopen jaar in Nederland opnieuw toegenomen. De Monitor Zon-PV van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) laat in 2024 een stijging van 18% zien ten opzichte van een jaar eerder. Zonne-energie draagt hiermee met ongeveer een vijfde bij aan de totale elektriciteitsproductie. Wel ligt door een vol stroomnet en een verminderde businesscase voor zonne-energie het groeitempo lager dan voorgaande jaren.
Afvlakking groei
Het opwekvermogen van zonne-energiesystemen groeide vorig jaar met 4,3 gigawattpiek (GWp). In de topjaren 2022 en 2023 was die groei nog 4,7 en 4,8 GWp. Vooral bij kleinschalige systemen (kleiner dan een totaalvermogen van 15 kilowattpiek, met maximaal ongeveer 50 zonnepanelen) was er fors minder groei te zien dan een jaar eerder. In deze categorie groeide het totale opwekvermogen met 1,6 GWp, ten opzichte van 2,5 GWp een jaar eerder. Bij grootschalige projecten, zoals zonnepanelen op bedrijfsdaken, valt op dat deze steeds vaker gerealiseerd worden zonder SDE++-subsidie.
Verminderde businesscase en netcongestie
De businesscase voor zonne-energie staat onder druk door een daling van de (verwachte) opbrengsten. Energieprijzen dalen sinds 2023, waardoor er een minder grote prijsprikkel is om te verduurzamen. Ook de beëindiging van de salderingsregeling vanaf 1 januari 2027 en toenemende terugleverkosten zorgen ervoor dat investeren in kleinschalige zonne-energie-installaties minder aantrekkelijk is geworden. De terugverdientijd van kleinschalige zonne-energieprojecten kan verbeterd worden door verbruik te verschuiven naar momenten dat zonne-energie wordt opgewekt.
Het aantal uren met negatieve marktprijzen nam vorig jaar toe, met 458 uur ten opzichte van 316 uur in 2023. Grootschalige zonne-energieprojecten (zowel met als zonder SDE-subsidie) zien hun opbrengsten hierdoor dalen. Na de beëindiging van de salderingsregeling zal het effect voor kleinschalige systemen vergelijkbaar zijn. Zonne-energie-installaties die in 2024 afschakelden tijdens alle uren met negatieve marktprijzen hadden op jaarbasis ongeveer 20% minder productie.
Door een vol stroomnet is het voor zonne-energieprojecten steeds moeilijker om een aansluiting op het stroomnet te krijgen. Projecten lopen hierdoor vertraging op of de originele plannen moeten worden herzien.
Oplossingen in de toekomst
Tegelijkertijd neemt het aantal kansen voor de inpassing van zowel kleinschalige als grootschalige zonne-energieprojecten toe. Steeds meer bestaande en nieuwe grootschalige zonne-energiesystemen worden uitgerust met apparatuur om afschakelen op afstand mogelijk te maken. Hierdoor kan inkomstenverlies tijdens uren met negatieve prijzen beperkt worden en kunnen soms ook nog extra inkomsten gegenereerd worden op de congestie- en balanceringsmarkten. Eind 2024 had zo’n 60% van alle projecten met een vermogen van meer dan 500 kilowattpiek afschakelmogelijkheden.
Daarnaast ontstaan steeds meer mogelijkheden om bij zonne-energieprojecten efficiënter gebruik te maken van hun omgeving en opgewekte elektriciteit direct te gebruiken, zoals bij parkeren, daken, gevels en agrarisch gebruik. Batterijopslag kan hierbij een belangrijke rol spelen, omdat het helpt om opgewekte zonne-energie tijdelijk op te slaan en zo het gebruik ervan te optimaliseren, ook wanneer de zon niet schijnt. Hierdoor neemt de zelfconsumptie toe en neemt de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet af. Zonnepanelen blijven voor een aanzienlijke besparing zorgen op de energierekening.
Meer weten?
Bekijk onze Monitor Zon-PV.
Steeds meer ondernemers hebben oog voor biologisch, waaronder in retail en foodservice. Deze ondernemers krijgen extra handvatten bij het communiceren over biologische producten.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) lanceert de webpagina's Communiceren over biologische producten. Op deze pagina's staat praktische uitleg over wet- en regelgeving, productinformatie en voorbeeldclaims met bronnen. Hiermee biedt RVO ondernemers in retail en foodservice meer duidelijkheid over wat zij wel en niet kunnen delen over biologische producten.
Wens vanuit de markt
Meerdere supermarkten en foodservicebedrijven hebben doelen gesteld voor de verkoop van biologische producten. In de praktijk blijkt vaak dat onduidelijkheid over regelgeving het lastig maakt om te communiceren richting consumenten. Op verzoek van ondernemers ontwikkelde RVO daarom handvatten voor communicatie over biologische producten en thema’s zoals bodem, biodiversiteit, planeet, dieren en kwaliteit.
De handvatten zijn bedoeld voor inkopers, marketeers en duurzaamheidsmanagers in retail, catering en foodservice, maar ook voor de ketenpartners van gemeenten en provincies. Zij vinden er onder meer:
- Achtergrondinformatie: video’s en uitleg over wat biologisch is, de betekenis van het EU-keurmerk Biologisch en de kracht en toekomst van biologisch ondernemen.
- Productwijzer Biologisch: per productgroep uitleg over de biologische regels en kenmerken.
- Voorbeeldclaims: communicatievoorbeelden die in lijn zijn met Europese wetgeving.
Kip met scharrelgarantie
De nieuwe productwijzer geeft inkopers inzicht in wat een product biologisch maakt. Er zijn per productgroep namelijk regels voor bijvoorbeeld teelt, bewerking of dierenwelzijn. Zoals de regels voor de leefruimte voor kippen: binnenruimte met scharrelgarantie. Daarnaast zijn in het overzicht van product- en duurzaamheidsclaims voorbeelden te vinden van claims die door juristen zijn getoetst aan Europese wetgeving. Deze maken het makkelijker voor ondernemers om zelf claims te doen, maar het blijft belangrijk dat zij claims altijd koppelen aan feitelijke productkenmerken. Bij elke voorbeeldclaim is daarom een link geplaatst naar een artikel in de Europese Bio-verordening of naar een relevant wetenschappelijk onderzoek. Ondernemers kunnen deze claims gebruiken als inspiratie en richting. Hiermee verkleinen ondernemers het risico op misleiding en communiceren zij zo transparant mogelijk richting consumenten.
Praktische hulpmiddelen
Het streven van de overheid is om het oppervlak voor biologische landbouw in Nederland in 2030 te laten groeien naar 15%. Momenteel is dat nog 5,4%. Retail- en foodservicebedrijven kunnen als ketenpartijen hier een rol in spelen. Dat biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige communicatie. Met deze praktische hulpmiddelen kunnen ondernemers hun klanten beter informeren en bijdragen aan de verdere groei van biologisch.
RVO en biologisch ondernemen
RVO stimuleert en ondersteunt lokaal en biologisch ondernemen op verschillende manieren. Dit doet de Rijksdienst al langere tijd door het vergroten van kennis over biologische bedrijfsvoering en het helpen bij de omschakeling van boeren. Sinds kort ook door het bieden van praktische handvatten voor communicatie over biologisch. Via de site van RVO kunnen ondernemers vragen stellen over biologisch ondernemen. Bijvoorbeeld over subsidies, fiscale regelingen of opleidingen. Maar ook om in contact te komen met deskundigen of collega’s die al biologisch ondernemen.
Er is nog veel budget beschikbaar van de subsidie Omschakeling Plasticverwerkers (SOPV). Deze subsidie helpt ondernemers te onderzoeken hoe ze meer circulair plastic kunnen gebruiken. Van het totale budget van € 13 miljoen is nog ruim € 10 miljoen beschikbaar. Aanvragen kan alleen dit jaar nog tot 2 oktober 12:00 uur via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Per aanvraag is maximaal € 25.000 beschikbaar. Ondernemers mogen in 2025 de subsidie 2 keer aanvragen voor de uitvoering van verschillende productietesten. Met de subsidie krijgen ondernemers 75% van de kosten die ze maken vergoed. 25% investeren ze zelf. Meer informatie en aanvragen kan via RVO.nl.
Technische tests
Met de subsidie kunnen plasticverwerkers en compounders (ondernemers die stoffen toevoegen aan plastics om het juiste eindproduct te krijgen) productietests uitvoeren om te onderzoeken of ze een deel van het fossiele plastic in hun productieproces kunnen vervangen door gerecycled of biogebaseerd plastic. Gerecycled plastic is plastic uit afval dat na inzameling en bewerking weer kan worden ingezet als plastic grondstof. Biogebaseerd plastic wordt gemaakt van bijvoorbeeld planten(resten) of algen.
Plastic wordt nu nog vooral gemaakt van fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas. Omdat deze grondstoffen op raken en er bij de productie veel CO2 vrij komt, gaan bedrijven die plastic (deel)producten produceren meer gebruik maken van gerecycled en biogebaseerd plastic.
Minder fossiel, meer recyclaat en biogebaseerd plastic
De subsidieregeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om een hoger percentage van gerecycled of biogebaseerd materiaal toe te passen in nieuwe plastics. Denk bijvoorbeeld aan plastic op basis van suikerriet dat verwerkt wordt in drinkflesjes.
In 4 jaar tijd hebben Nederlandse wetenschappers meer dan 1 miljard euro aan Europees geld opgehaald voor fundamenteel onderzoek. Het geld gaat naar ambitieuze projecten die kunnen leiden tot grote wetenschappelijke doorbraken. Zo stimuleren we de innovaties van morgen.
Het geld komt van de European Research Council (ERC), onderdeel van Horizon Europe. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) helpt als Nationaal Contactpunt onderzoekers met het aanvragen van de beurzen. Zo geven de ERC-adviseurs van RVO trainingen en workshops, feedback op onderzoeksvoorstellen en helpen ze onderzoekers met de voorbereiding van hun interview voor ERC. RVO doet dit in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Hoge bedragen per jaar, enkele vakgebieden springen eruit
Per jaar komen de cijfers uit op:
- 2021: 241 miljoen euro
- 2022: 204 miljoen euro
- 2023: 289 miljoen euro
- 2024: 270 miljoen euro
In totaal komt dit neer op een bedrag van ruim 1 miljard. Van dit geld worden projecten in alle onderzoeksgebieden gefinancierd, waaronder de natuurwetenschappen en techniek (zoals natuurkunde en scheikunde), levenswetenschappen (zoals biologie en medisch onderzoek), en sociale wetenschappen en geesteswetenschappen (zoals geschiedenis en sociologie).
Beurzen voor wetenschappers in verschillende fasen
De beurzen zijn gegeven voor wetenschappers in verschillende fasen van hun carrière. Zo zijn er de starting grants, voor onderzoekers die voor het eerst een eigen onderzoeksteam opzetten. Daar ging in 212 projecten 335 miljoen naartoe. Ook zijn er de consolidator grants, voor onderzoekers die verder zijn in hun carrière. Zij ontvingen in totaal 277 miljoen euro voor 131 projecten. Voor de topwetenschappers zijn de advanced grants, die voor 102 projecten 268 miljoen kregen.
Verder zijn er ook 87 zogeheten proof of concept-beurzen gegeven. Dit is voor wetenschappers die hun onderzoeksresultaten mogelijk willen omzetten in een commercieel product.
Het Nederlandse wagenpark bestaat inmiddels uit meer dan 9 miljoen auto’s. Vooral in 2024 kwamen er meer auto’s bij dan in de jaren ervoor. Het aantal batterij-auto’s groeit, maar wel iets minder hard dan voorgaande jaren. De diesel verdwijnt langzaam uit het straatbeeld en verder is de nieuwprijs van een compacte elektrische auto relatief hoog in vergelijking met die van een benzineauto. Dat zijn een aantal conclusies uit het trendrapport Personenauto’s 2025 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Revnext.
Grote elektrische auto’s relatief goedkoper, actieradius neemt toe
De kleinste auto’s zijn met name benzineauto’s en die worden minder nieuw gekocht. De middenklasser wordt het meest nieuw verkocht. Particulieren kiezen voornamelijk kleine tot middenklasser auto’s; het zijn vooral zakelijk rijders die in de hoge segmenten auto’s kopen. Kleinere batterij-auto’s zijn gemiddeld duurder dan een benzinemodel, maar de prijsverschillen nemen af. In de hogere segmenten is het andersom: grotere batterij-auto’s zijn gemiddeld goedkoper dan die van benzinemodellen of plug-in hybrides. Naast de prijs is de actieradius van elektrische auto’s belangrijk voor autorijders. Hoe verder je kunt rijden, hoe beter. De gemiddelde actieradius is toegenomen bij bijna alle groottes, zelfs oplopend tot 33% extra in de afgelopen 5 jaar. Helaas geldt deze toename niet voor de allerkleinste compacte elektrische auto’s.
Zakelijk rijdt steeds meer elektrisch
Van alle nieuwe auto’s groeit het aandeel batterij-auto’s door naar 35%, vooral ten koste van benzineauto’s. Nieuwe dieselauto’s worden nauwelijks meer verkocht. Ongeveer 60% van alle nieuwe auto’s wordt gekocht door bedrijven, maar van alle nieuw verkochte batterij-auto’s staat 71% op naam van de zaak. Eind 2024 reden er in totaal bijna 558 duizend batterij-auto’s rond, goed voor 6,1% van het totaal. Iets meer dan de helft daarvan is van zakelijke rijders.
Openbare laadpalen meer gebruikt
In 2024 waren er bijna 1 miljoen laadpunten in Nederland, waarvan 183 duizend openbaar toegankelijk. Dat is een stijging van 26% ten opzichte van het jaar ervoor. Eind 2024 voldeed 83% van de Nederlandse buurten aan de norm voor voldoende publieke laadpunten. De verhouding tussen het aantal stekkervoertuigen en openbaar toegankelijke laadpunten is iets toegenomen, wat betekent dat het gemiddeld iets drukker is geworden bij openbare laadpalen. Toch blijft deze verhouding in Nederland zeer gunstig in vergelijking met andere landen.
Over het Trendrapport Nederlandse markt personenauto’s
Het trendrapport geeft een overzicht van de feitelijke ontwikkelingen in het aanbod, de instroom, uitstroom en doorstroom van het Nederlandse wagenpark van 2013 tot en met 2024. Het geeft daarbij bijzondere aandacht aan de Battery Electric Vehicle (BEV) en de elektrische laadinfrastructuur, omdat naar verwachting steeds meer mensen elektrisch gaan rijden. Het overstappen op elektrische auto’s is een belangrijk doel van het beleid om de vervuiling door auto’s te verminderen. Het rapport wordt jaarlijks opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Revnext in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) gaan nauwer samenwerken. Zo willen ze startups, scale-ups en innovatieve mkb-bedrijven beter ondersteunen bij hun groei. Deze ondernemers spelen een belangrijke rol in het oplossen van grote uitdagingen van deze tijd, zoals veiligheid en klimaatverandering.
Door de krachten te bundelen, ontstaat er één duidelijk pakket van subsidies, financiering en advies. Het doel is dat ondernemers hier sneller en makkelijker gebruik van kunnen maken. Ook gaan RVO en de ROM’s hun aanpak beter afstemmen op de behoeften van specifieke sectoren en technologieën en delen ze meer informatie met elkaar. Daardoor kunnen ze ondernemers nog gerichter helpen, problemen nog sneller signaleren en beleidsmakers nog beter adviseren.
Ellen Jacobs, directeur Innovatie en Ondernemerschap bij RVO: “Als RVO helpen we elke dag innovatieve ondernemers vooruit. Door onze samenwerking hierin met de ROM’s te versterken, zorgen we dat die dienstverlening aan ondernemers toegankelijker, meer gefocust en effectiever wordt. Zo bereiken we samen nog meer ondernemers en krijgt elke ondernemer de ondersteuning die nodig is om door te groeien.”
Ondernemers staan voor uitdagingen rond schaarste van personeel, ruimte en energie. Ook gaan de technologische ontwikkelingen rond digitalisering en AI razendsnel. Dat creëert nieuwe kansen, maar het betekent voor ondernemers ook dat innoveren en groeien steeds complexer wordt. Door intensiever samen te werken willen RVO en de ROM’s deze ondernemers helpen beter om te gaan met de uitdagingen waar ze voor staan.
Wendy de Jong, algemeen directeur Oost NL en voorzitter ROM-Nederland: “Regionale ontwikkelingsmaatschappijen staan letterlijk en figuurlijk dicht bij de ondernemers: we zitten tot in de haarvaten van de regio’s. Door onze regionale kennis, instrumenten en netwerken te verbinden met die van RVO, maken we samen nog veel meer impact voor innovatieve mkb-ondernemers, startups en scale-ups.”
De organisaties werken al intensief samen op ondersteuning voor internationaal ondernemen. Geïnspireerd op deze succesvolle samenwerking wordt met deze nieuwe stap de dienstverlening voor ondernemers die innovatief werken versterkt. Eind dit jaar leggen de organisaties de verdere samenwerking formeel vast in een convenant.
Over RVO
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. RVO werkt met ondernemers aan 3 grote maatschappelijke vraagstukken: de klimaattransitie, de landbouwtransitie en de economische transitie. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen.
Over de ROM’s
De 9 regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) in Nederland richten zich op het versterken van de regionale economie van morgen. Door de groei van innovatieve ondernemers te versnellen versterken de ROM’s vanuit de regio de innovatieve ecosystemen van Nederland. Zo zorgen ze voor de duurzame groei van de regionale economie en werkgelegenheid. De ROM’s zetten zich in om met startups scale ups en innovatief mkb impact te maken op maatschappelijke thema’s zoals de energietransitie, voedseltransitie, digitalisering van de industrie, circulaire economie, betaalbare en toegankelijke zorg.
Opgezette dieren, bontjassen en de slagtand van een narwal (een walvissoort) werden ingeleverd in de CITES inleverbak bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in Den Haag. Het afgelopen jaar zijn meer dan 1.000 voorwerpen van bedreigde plant- en diersoorten ingeleverd. Het grootste gedeelte hiervan is ivoor.
“We blijven onder de indruk van wat mensen vrijwillig inleveren aan voorwerpen van bedreigde soorten”, zegt Jamie Bekkers van RVO. “Daarmee helpen mensen actief mee te voorkomen dat onbedoeld de wet wordt overtreden, door het bijvoorbeeld te koop te zetten zonder documenten.”
Narwaltand
De spiraalvormige slagtand van de narwal wordt vaak vergeleken met de hoorn van een eenhoorn. De narwal wordt daarom ook wel de eenhoorn van de zee genoemd. De tand die bijna 3 meter kan worden, ziet er niet alleen indrukwekkend uit, hij is ook functioneel. De tand bevat namelijk miljoenen zenuwuiteinden waarmee de narwal temperatuur, druk en zoutgehalte voelt.
Veel ivoor en opgezette dieren
Tot de overige ingeleverde voorwerpen behoren armbanden, kettingen en beeldjes van ivoor. Ook werden meerdere bontjassen ingeleverd en opgezette dieren zoals brilkaaimannen, kraaien, een sneeuwhaas en een gordeldier. Medewerkers vonden verder zo’n 60 schilden van een zeeschildpad in de inleverbak, de huid van een jachtluipaard met kop, en delen van onder meer varanen, anaconda’s, franjeapen, krokodillen en cobra’s. Ook producten uit de traditionele geneeskunde, waarin onder meer tijgerbot is verwerkt, zaten tussen de ingeleverde spullen.
Let op bij vakantie-aankopen
Vakantiegangers zijn zich er vaak niet van bewust dat souvenirs van beschermde soorten afkomstig kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan sieraden gemaakt van schelpen, tassen van slangenleer, cactussen of kaviaar. Op de website van RVO is te controleren of een souvenir onder de CITES-regels valt en of het legaal is om het mee te nemen naar Nederland.
Strengere regels rond ivoor
Sinds 1 januari 2022 gelden strengere EU-regels voor olifantenivoor. Mensen mogen alleen ivoor van vóór 1947 bezitten, als aangetoond kan worden waar het vandaan komt en hoe oud het is. Het overgrote deel van de ingeleverde voorwerpen wordt vernietigd om te voorkomen dat ze opnieuw in de (illegale) handel belanden. Een klein deel wordt ingezet voor educatieve doeleinden. Voorwerpen van beschermde dier- of plantensoorten kunnen anoniem en kosteloos worden ingeleverd bij RVO.
RVO en het CITES – verdrag
CITES is een wereldwijd verdrag, dat handel in bedreigde dier- en plantensoorten reguleert om hun voortbestaan in het wild te beschermen. Meer dan 180 landen, waaronder Nederland, zijn hierbij aangesloten. Op 1 juli bestond het CITES-verdrag 50 jaar. RVO is verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke handhaving, CITES-vergunningen en -certificaten, werkt samen met de NVWA en Douane voor toezicht, en voorziet ondernemers en particulieren van informatie over regelgeving en het aanvraagproces.
Meer informatie over de regelgeving rondom beschermde diersoorten? Kijk dan op www.rvo.nl/cites of bekijk de CITES nieuwsbrief.
Zet het perspectief van de ondernemer centraal bij het werken aan maatschappelijke opgaven. Die oproep doet de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aan de politiek en beleidsmakers in de 3e Stand van RVO. Verschillende programma’s en regelingen op het gebied van klimaat, landbouw en economie komen bij de ondernemer samen. Vaak wordt pas bij de ondernemer duidelijk dat sommige programma’s en regelingen conflicterend, concurrerend of complex zijn. Daarom roept de Rijksdienst op regelingen en programma’s voor ondernemers in samenhang vorm te geven. Dit maakt de dienstverlening aan ondernemers effectiever en efficiënter.
Directeur-generaal van de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland Abdeluheb Choho vertelt dat de concurrerende, conflicterende en complexe regelingen en programma’s die RVO aankaart niet nieuw zijn: "Vergelijkbare knelpunten kwamen ook al naar voren uit de Staat van de Uitvoering en eerdere Standen van RVO. Hoewel we steeds beter het gesprek hierover weten te voeren met de beleidsmakers, is ook verandering nodig in de manier waarop de politiek beslissingen neemt. Omdat wij als dienstverlener dagelijks contact hebben met ondernemers, weten wij als geen ander waar zij tegenaan lopen. Geef RVO de mogelijkheid om ondernemers opgavegericht en meer integraal te kunnen helpen. Zo worden ondernemers ontzorgd en doen zij waar zij goed in zijn: ondernemen."
Van losse beslissingen naar één besluit
Bij warmte- en koudeprojecten voor bijvoorbeeld het verwarmen van gebouwen of wijken komen vaak vele regelingen en subsidies vanuit verschillende ministeries bij elkaar. Zo ging het bij de aanleg van een warmtenet met duurzame warmtebronnen in Ede om ruim 20 verschillende subsidieverleningen en vergunningen. Het gevolg was onzekerheid bij de betrokken organisaties, onnodige vertraging en extra kosten. Eisen en termijnen van verschillende regelingen sloten niet altijd op elkaar aan. Subsidies moesten aangevraagd worden, terwijl de vergunning nog niet rond was. Hierdoor werden regelingen niet optimaal benut.
Daarom doet RVO de oproep om bij dit soort projecten regelingen beter op elkaar aan te laten sluiten en om één besluit over het geheel aan regelingen te nemen. Zo weten ondernemers eerder waar ze aan toe zijn en is er duidelijkheid voor het hele project. De politiek heeft ook een rol als het gaat om vergelijkbare regelgeving. RVO roept de politiek op om toekomstige besluiten en nieuwe wet- en regelgeving op elkaar af te stemmen.
Meer ruimte voor eenvoud, samenhang en uitvoerbaarheid
In het landelijk gebied lopen agrarisch ondernemers vaak tegen versnipperde regelgeving aan. Zo zijn er voor dezelfde strook boerenland verschillende regelingen voor mest, gewasbescherming en Europese subsidies. Voor deze regelingen gelden net weer andere voorwaarden. Dit zorgt voor onduidelijkheid bij agrarisch ondernemers en verhoogt de kans op fouten in de uitvoering op het boerenbedrijf. Met grote trajecten op komst, zoals de doorontwikkeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, is dit het moment om in een vroeg stadium echt oog te hebben voor samenhang en uitvoerbaarheid. Dat vraagt om politieke en bestuurlijke daadkracht, en om de bereidheid om integraal beleid te maken over de grenzen van Kamercommissies, departementen en directies heen.
Lees de hele Stand van RVO hier
Afgelopen maandag ging de subsidieregeling voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed, DUMAVA, open. De regeling komt eigenaren van maatschappelijk vastgoed tegemoet in de kosten om te verduurzamen. Kosten voor isolerende maatregelen of een warmtepomp kunnen hiermee vergoed worden. Nieuw dit jaar is dat amateursportclubs ook in aanmerking komen. Het budget is dit jaar verhoogd tot 405 miljoen euro. Na openstelling zijn er al 544 aanvragen ingediend, voor een totaalbedrag van bijna 145 miljoen euro.
Het verduurzamen van (publieke) gebouwen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelen. De DUMAVA-subsidie wordt vooral aangevraagd voor de verduurzaming van schoolgebouwen, culturele instellingen, overheidsgebouwen, religieuze gebouwen, zorginstellingen en rijksmonumenten. De subsidie bedraagt minimaal 5.000 euro en maximaal 1,5 miljoen euro per aanvraag. Behalve voor verduurzamingsmaatregelen kan de subsidie ook worden ingezet voor energieadvies en certificering met energielabel.
Amateursportverenigingen
Ons land telt tienduizenden amateursportverenigingen. Deze verbruiken veel energie door bijvoorbeeld grootschalige veldverlichting of een grote hoeveelheid aan douches. In combinatie met verouderde clubgebouwen die slecht geïsoleerd zijn, zorgt dit voor een onnodig hoge energierekening. Doordat deze clubs veelal gerund worden door vrijwilligers en afhankelijk zijn van een ledencontributie zijn er vaak weinig financiële middelen om de sportaccommodatie te verduurzamen. Dit jaar zijn de aanvraageisen voor DUMAVA verruimd zodat ook deze sportclubs in aanmerking komen.
Nieuwe aanvraageisen
Aanvragers kunnen sinds dit jaar DUMAVA combineren met andere subsidies voor dezelfde maatregelen, tot maximaal 50% van de kosten. Dit kan alleen met subsidie die niet van de Rijksoverheid is, zoals gemeentelijke subsidies. Ook nieuw dit jaar is dat een extra verklaring vereist is als vanuit het gebouw of locatie waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ook goederen of diensten worden gekocht.
Het grootste deel van DUMAVA (ruim 283 miljoen euro) is gereserveerd voor zogenoemde integrale verduurzamingsprojecten waarbij een pakket van maatregelen gebaseerd op maatwerkadvies wordt uitgevoerd. Voorwaarde voor subsidie is dat het maatregelenpakket leidt tot een energieprestatieverbetering van minstens 3 energielabelstappen (voor niet-monumentale panden tot minimaal energielabel B).
Over DUMAVA
De DUMAVA-regeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om de gebouwde omgeving te verduurzamen zoals vastgelegd in het beleidsprogramma ‘Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’, onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda. De regeling keert jaarlijks terug tot 2030. In totaal is er 1,9 miljard euro beschikbaar, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Eigenaren zijn hierdoor flexibel om te bepalen in welk jaar zij de subsidie willen aanvragen. De aanvragen worden door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beoordeeld.
Links
Meer informatie over Dumava:
Het budget voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) voor kleinere sectoren wordt opgehoogd met 78 miljoen euro. Daarmee is er in totaal 128 miljoen euro beschikbaar voor ondernemers met geiten, vleeskalveren, overig rundvee, vleeseenden en konijnen die hun bedrijf vrijwillig willen beëindigen. De regeling was overtekend, maar dankzij de ophoging kunnen alsnog alle aanvragers die aan de voorwaarden voldoen gebruik maken van de regeling.
De Lbv voor kleinere sectoren was opengesteld van 18 november 2024 tot en met 20 december 2024, met een budget van € 50 miljoen. De regeling was binnen één dag overtekend. Daardoor waren tot op heden 65 aanvragen nog in afwachting van extra budget. Het kabinet vindt het belangrijk dat ondernemers die het ingrijpende besluit hebben genomen om een aanvraag voor een beëindigingsregeling in te dienen (en voldoen aan de voorwaarden), daadwerkelijk kunnen deelnemen. In de besluitvorming rondom de Voorjaarsnota 2025 zijn er middelen vrijgekomen voor de ophoging van het budget van de Lbv voor kleinere sectoren. De Europese Commissie heeft de ophoging van het budget op 22 mei 2025 goedgekeurd, waardoor de aangepaste regeling nu gepubliceerd kan gaan worden.
Naar verwachting zal de aangepaste regeling binnen twee weken gepubliceerd worden in de Staatscourant. Daarna kan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zo snel mogelijk starten met het afgeven van de positieve beschikkingen aan de ondernemers die momenteel nog wachten op nader bericht over hun aanvraag. Dit proces zal naar verwachting enkele weken duren.
Meer informatie over de voorwaarden van deze regeling vindt u op de website van RVO.
Bedrijven hebben vorig jaar voor 5,7 miljard euro geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Een groot deel hiervan is geïnvesteerd in duurzame gebouwen, zoals circulaire woningen, elektrische bedrijfsvoertuigen en duurzame kassen. Zo blijkt uit een jaarverslag van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de MIA\Vamil-regelingen uitvoert.
Via twee fiscale regelingen maakt de overheid het investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk: de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Het totale belastingvoordeel dat ondernemers via deze regelingen ontvingen, komt naar verwachting uit op 270 miljoen euro. De Milieulijst wordt jaarlijks aangepast. Door de aanpassingen in 2024 leverden sommige bedrijfsmiddelen minder voordeel op. Daardoor is het totale belastingvoordeel voor ondernemers 60 miljoen euro lager dan in 2023.
Circulair bouwen, duurzame mobiliteit en landbouw
De belangstelling om te investeren in circulaire en duurzame gebouwen blijft met 3 miljard euro groot. Voorbeelden hiervan zijn circulaire (prefab) woningen en duurzame gebouwen met een BREEAM- of GPR-certificaat. De mobiliteitsinvesteringen zijn toegenomen van 1,3 miljard euro in 2023 naar 1,6 miljard euro in 2024. Het gaat hierbij vooral om de aanschaf van elektrische bussen, bestelauto’s en vrachtwagens. Ook landbouwinvesteringen blijven met een kleine half miljard euro een belangrijke pijler. Het meest is geïnvesteerd in duurzame kassen (Groen Label Kassen).
Milieulijst
De basis van de regelingen is de zogenoemde Milieulijst, een lijst met meer dan 200 bedrijfsmiddelen en investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel via de MIA\Vamil. Of een bedrijfsmiddel nieuw op de Milieulijst verschijnt, hangt af van verschillende criteria: een bedrijfsmiddel moet een aanzienlijke milieuverdienste hebben, boven de wettelijke norm, en ook innovatief zijn (en daarmee vaak duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche). U kunt tot uiterlijk 15 augustus een voorstel indienen voor de Milieulijst 2026.
Over de MIA\Vamil
Het ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën zijn verantwoordelijk voor de MIA\Vamil-regeling. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit.
Meer weten?
Voorwaarden MIA en Vamil voor ondernemers
Infographics en jaarcijfers 2024 en toelichting
Praktijkverhalen van ondernemers over MIA\Vamil
Ondernemers maakten vorig jaar minder gebruik van belastingvoordeel via de Energie-investeringsaftrek (EIA) voor de aanschaf van energiebesparende middelen zoals warmtepompen en zonnepanelen. Het totale bedrag aan energiezuinige investeringen was ruim € 3,2 miljard. De gedane investeringen leveren een energiebesparing op die vergelijkbaar is met het jaarlijkse energieverbruik van 584.000 huishoudens. Hiermee blijft de gerealiseerde energiebesparing stabiel in vergelijking met 2023. Dit blijkt uit de cijfers van het EIA-jaarverslag 2024 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de regeling uitvoert.
Minder animo, wel hoger investeringsbedrag
Het aantal keren dat bedrijven gebruik maakten van de EIA ligt een derde lager dan een jaar eerder. Een mogelijke verklaring voor de verminderde animo is dat bedrijven in de voorgaande jaren versneld meer energiebesparende investeringen hebben gedaan in verband met de hoge energieprijzen. Ook zijn in 2024 verschillende codes van bedrijfsmiddelen op de Energielijst aangescherpt of vervallen omdat deze technieken standaard zijn geworden of in meer of mindere mate verplicht zijn. Zo worden bijvoorbeeld warmtepompen alleen nog via de EIA gestimuleerd voor bestaande bouw, omdat bij nieuwbouw een warmtepomp inmiddels standaard techniek is. Bij zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking bij een kleinverbruikersaansluiting worden alleen nog systemen met een beperkt vermogen gestimuleerd.
Het investeringsbedrag per aanvraag ligt in 2024 bijna twee keer zo hoog als het gemiddelde bedrag over de gehele looptijd van de EIA. Dit komt deels door inflatie, maar vooral door een aantal grote projecten die momenteel worden uitgevoerd en gepaard gaan met aanzienlijke investeringen.
Transport en energieopslag
Waar energiezuinige investeringen binnen de gebouwde omgeving en landbouw afnemen, is juist een toename te zien binnen energieopslag en de transportsector. Investeringen in batterij-opslag zijn met 70% toegenomen vergeleken met een jaar eerder. Batterij-opslag kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van een overbelast elektriciteitsnet.
Energielijst
Ondernemers kunnen met de EIA 40% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. De energie-investering (bedrijfsmiddel) moet voldoen aan de omschrijving op de zogenoemde Energielijst. De Energielijst wordt ieder jaar geactualiseerd. Er komen jaarlijks nieuwe bedrijfsmiddelen bij en er worden bedrijfsmiddelen van de Energielijst verwijderd, bijvoorbeeld als daar weinig of geen gebruik van wordt gemaakt of als de terugverdientijd van deze bedrijfsmiddelen inmiddels minder dan 5 jaar bedraagt. U kunt tot en met 1 september een voorstel indienen voor de Energielijst 2026.
Meer informatie: EIA Jaarverslag in vogelvlucht.
Het aantal publieke laadpunten voor elektrische auto’s is in Nederland vorig jaar met 25 procent gestegen tot 183.704. De landelijke dekkingsgraad neemt daarmee toe tot 83%. Toch kan een overvol stroomnet, een tekort aan installateurs en een gebrek aan transparantie bij de verschillen in laadprijzen van publieke laadpalen op den duur voor stagnatie zorgen. Dat stelt de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) in zijn Voortgangsrapportage 2024.
Het plaatsingstempo van nieuwe laadpalen ligt in 2024 iets lager dan in de jaren daarvoor. Dit komt onder meer door een aantal grote aanbestedingen van publieke laadpalen, waarbij vaak een opstartperiode is waarin aanzienlijk minder laadpalen (kunnen) worden geplaatst. Ook zorgt netcongestie in enkele regio’s en een tijdelijk personeelsgebrek in Noord-Nederland tot een lager plaatsingstempo. Daarnaast wordt nu vooral datagestuurd gewerkt, wat soms tot een lagere plaatsingsbehoefte leidt.
Desondanks blijven er gemiddeld 1.600 publieke laadpunten per maand bijkomen. Het aantal snellaadlocaties en -punten in Nederland groeit ook. Inmiddels hebben ruim 1.200 laadstations in totaal 5.800 snellaadpunten, waaronder steeds meer krachtige laders van 350 kilowatt of meer. Door de invoering van zero-emissiezones vanaf 2025 neemt de vraag naar snellaadinfrastructuur toe, vooral voor elektrische logistieke voertuigen.
Logistiek
In 2024 is een verdubbeling te zien van het aantal elektrische vrachtwagens. De focus van de NAL ligt op het ontwikkelen van een publiek basisnetwerk en het ondersteunen van bedrijven bij de aanleg van private laadinfrastructuur, inclusief oplossingen voor netcongestie. Prognoses tonen aan dat het merendeel van de lichte en zware bedrijfsvoertuigen in 2050 elektrisch zal zijn. Dankzij samenwerking, kennisdeling en nieuwe subsidieregelingen worden steeds meer bedrijven ondersteund bij de overstap naar elektrisch vervoer. De landelijke uitrol van laadoplossingen en regionale pilots zorgen voor een stevig fundament voor een toekomstbestendige logistieke laadinfrastructuur.
Netcongestie
De toenemende druk op het elektriciteitsnet vormt een groeiende uitdaging voor de uitrol van laadinfrastructuur in ons land, Laadinfrastructuur is daarbij een van de grootste nieuwe energievragers. Met name in de regio’s Utrecht, Gelderland en Flevoland loopt het net tegen z’n grenzen aan. Toch kunnen laadpalen ook juist een kansrijke schakel in de energietransitie zijn. Door slim te sturen op plaatsing, gebruik en tijdstip van laden – bijvoorbeeld via slim laden – kan laadinfrastructuur juist bijdragen aan het afvlakken van piekbelasting en een efficiënter gebruik van het bestaande net. Daarmee helpt het niet alleen de verduurzaming van mobiliteit, maar ondersteunt het ook andere sectoren die willen elektrificeren. Overheden hebben hierin een belangrijke sturende rol, door gericht te plannen, data-gedreven keuzes te maken en samen te werken met netbeheerders en marktpartijen aan integrale oplossingen.
Tekort aan personeel
De snelle groei van elektrisch rijden vraagt om veel meer laadpalen, terwijl er tegelijkertijd een tekort is aan monteurs. Het convenant Human Capital Agenda Laadinfrastructuur dat de NAL heeft opgesteld blijft werken aan oplossingen voor de versnelling van opleidingen voor monteurs.
Zie ook:
Over de NAL
In de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) werken overheden, netbeheerders en kennisinstellingen gezamenlijk aan de uitrol van landelijke laadinfrastructuur. Het gaat om laadpunten op de eigen oprit, maar ook in de openbare ruimte, op bedrijventerreinen en bij tankstations. De NAL ondersteunt regio’s en gemeenten om een dekkend, betrouwbaar en toekomstbestendig laadnetwerk te realiseren. Eind vorig jaar is de samenwerkingsovereenkomst tussen de Rijksoverheid en de zes NAL-samenwerkingsregio’s verlengd tot en met 2030.
In oktober dit jaar kunnen bedrijven meedingen naar de vergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuw windpark op de Noordzee. Voor de kavel Nederwiek I-A worden de tendercriteria aangepast om de businesscase voor wind op zee te verbeteren. De minister van Klimaat en Groene Groei neemt deze maatregelen om de aankomende tenderronde aantrekkelijker te maken en de bouw van windparken op zee te laten doorgaan in een realistisch tempo.
Windenergie op zee is onmisbaar in ons huidige én toekomstige energiesysteem. Het is een relatief betaalbare en goed schaalbare bron van schone energie. Het kabinet wijst daarom kavel Nederwiek I-A aan voor een volgend windpark op zee. Dit windpark zal een vermogen hebben van 1 gigawatt (GW), wat goed is voor ongeveer 3,5% van ons Nederlandse elektriciteitsverbruik.
Minder kavels en versoepeling inschrijfeisen
Kavels IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B (2 x 1 GW) stonden ook op de planning voor deze tenderronde. Vanwege de verslechterde marktomstandigheden voor windenergie op zee projecten, onder meer door het uitblijven van grootschalige vraagtoename naar elektriciteit, worden Gamma-A en B later getenderd.
Ook worden de regels en criteria versoepeld in de tender voor Nederwiek I-A. In september 2024 werd al aangekondigd dat de kavelgrootte wordt verkleind van 2 GW naar 1 GW. Dit verlaagt de benodigde investering per kavel, waardoor de financiële risico’s voor windparkontwikkelaars lager worden. Ook is de maximale aansprakelijkheid voor een windparkontwikkelaar gelimiteerd in de eerste twee jaar van de vergunning. De windparkontwikkelaar kan in die periode de minister vragen de vergunning in te trekken bij betaling van de bankgarantie. Bijvoorbeeld als de marktomstandigheden te slecht zijn om door te gaan met de ontwikkeling van het windpark.
Daarnaast heeft het kabinet de criteria waarop het aanbod van de windparkontwikkelaars wordt beoordeeld verlicht. Deze criteria stimuleren partijen tot innovaties op bijvoorbeeld ecologie of circulariteit. Door te verlichten kunnen kosten voor de windparkontwikkelaars voor het toepassen van die innovaties worden verlaagd. Bovendien hoeft het vrijwillige financieel bod pas te worden betaald vanaf de realisatie van het windpark, in plaats van vanaf het moment van vergunning.
Inpassing windparken en mijnbouwplatforms
Voor kavel Nederwiek I-A is voor het eerst een maatwerktraject afgerond om te zorgen voor een veilige bereikbaarheid per helikopter van het nabijgelegen gasplatform K13-A. Uit onderzoek blijkt dat de operatie op K13-A niet in het geding komt en er dus ruimte is voor zowel het windpark als het mijnbouwplatform op dit stukje Noordzee. Ook uit het maatwerktraject in kavel IJmuiden Ver Gamma-B is een positieve uitkomst gekomen, waarbij door slimme en ruimtebesparende oplossingen de mogelijkheid blijft om nieuwe gasreserves aan te boren. Het hierop aangepaste kavelbesluit zal binnenkort worden gepubliceerd. Dit is een eerste mijlpaal in maatwerk op zee voor het combineren van windparken en gaswinning, beide prioriteiten voor het kabinet.
Actieplan Wind op Zee
De verslechterde marktomstandigheden vragen om een overheid die de markt door deze fase heen helpt. Het kabinet werkt daarom nu aan een actieplan voor windenergie op zee waarmee het investeringsklimaat voor windenergie op zee en tegelijkertijd het investeringsklimaat voor elektrificatie door de afnemers hiervan kan worden verbeterd. Daarbij wordt voor de periode vanaf 2027 ook gekeken naar instrumenten voor financiële ondersteuning, zoals een minimum en maximum prijsgarantie (Contract for Difference).
Vorig jaar is in ons land voor 127 megawatt vermogen aan windmolens bijgebouwd. Dat is de laagste toename sinds 2017. Daarmee is nu in totaal bijna 7 duizend megawatt vermogen wind op land operationeel. Dat blijkt uit de monitor Wind op Land, opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
In 2024 zijn 5 parken (deels) gerealiseerd in Flevoland, Groningen, Zeeland, Friesland en Limburg. Het windaandeel per regio verschilt sterk. Flevoland levert met 6,11 terawattuur (TWh) de meeste windenergie per jaar. Gevolgd door Groningen met 2,73 TWh en Friesland met 2,00TWh. In de regio’s Zuid-Limburg, Amersfoort en Twente staan nog helemaal geen windmolens.
Weerstand en vertraging
Al eerder zorgden veranderingen in wet- en regelgeving voor een stagnatie van de bouw van nieuwe windmolens. Ook werd bij veel windprojecten juridisch bezwaar gemaakt. De vertraging die hierdoor werd opgelopen kan ook moeilijkheden geven bij het voldoen aan de realisatietermijnen vastgesteld binnen de kaders van de SDE++-subsidie.
Daarnaast nemen zorgen bij omwonenden toe. Dit kan leiden tot vertraging in de besluitvorming. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht kunnen mogelijk controversiële beslissingen nog verder uitgesteld worden. Ten slotte neemt de intensiviteit in activiteiten van Defensie toe. Er is meer behoefte aan train- en oefengebieden. Dit kan leiden tot beperkingen voor de plaatsing van windturbines op of bij huidige Defensieterreinen.
In de pijplijn
Eind vorig jaar stond er nog voor 1.305 megawatt aan projecten op de planning om gerealiseerd te worden. Verschillende projecten hebben beschikking over een SDE++-subsidie. Met de realisatie van alle projecten met een SDE-beschikking zou zo’n 2 TWh additioneel kunnen worden geproduceerd bij een gemiddeld windjaar. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is het klimaatdoel om in 2030 35 TWh elektriciteit uit zonne- en windparken op land te producerengoed haalbaar, maar de benodigde groei voor doelen op de langere termijn stagneert. Dit beeld wordt onderschreven in de monitor Wind op Land.
Over de monitor
De monitor Wind op Land presenteert landelijk en regionaal inzicht in gerealiseerde vermogens, verwachte jaarproducties, geplande projecten en geeft duiding aan de cijfers door te reflecteren op de ontwikkelingen die impact hebben op de ontwikkeling van wind op land. Het voornaamste doel van de monitor is om een zo compleet, nauwkeurig en objectief mogelijk inzicht te geven in de stand van zaken van windprojecten in Nederland.
Meer weten?
Vanaf 1 april kunnen bedrijven en instellingen die vastlopen door het volle stroomnet subsidie aanvragen om advies in te huren en/of investeringen te doen om verder te kunnen met hun groei- of verduurzamingsplannen. Het doel is dat bedrijven door praktische oplossingen verder kunnen, zonder eerst te hoeven wachten op een zwaardere aansluiting op het stroomnet. Voor de regeling is 62 miljoen euro beschikbaar.
Het stroomnet zit op de meeste plaatsen niet 24 uur per dag vol, maar vooral tijdens ‘spitsuren’: als bedrijven en huishoudens tegelijkertijd veel stroom gebruiken, bijvoorbeeld tussen 16.00 en 21.00 uur. Als een bedrijf het stroomverbruik tijdens de spitsuren kan beperken, kan het toch mogelijk zijn om te groeien en/of te verduurzamen. Dat is in de praktijk vaak niet makkelijk om te organiseren; daarom helpt de overheid bedrijven hierbij.
Het kabinet blijft daarnaast inzetten op het zo snel mogelijk uitbreiden van het stroomnet, want in heel Nederland loopt het stroomnet tegen de grenzen aan. Bedrijven met een grootverbruikersaansluiting die een nieuwe of zwaardere aansluiting willen, bijvoorbeeld om uit te breiden of te verduurzamen, komen op een wachtlijst te staan. Netbeheerders en de overheid werken aan het zo snel mogelijk uitbreiden van het stroomnet, maar dat kost tijd. Het is daarom belangrijk om de ruimte op het stroomnet ook beter te benutten.
Hulp bij advies en investeringen met Flex-e regeling
Met de nieuwe Flex-e regeling kunnen bedrijven en instellingen met een aansluiting vanaf 100kW daarom expertise op locatie inhuren om de mogelijkheden in kaart te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door apparaten aan te sturen om de ‘spits’ op het stroomnet te mijden, warmte of elektriciteit op te slaan op het eigen terrein en/of over te stappen op een ander type contract met de netbeheerder. De regeling vergoedt maximaal de helft van de kosten voor het advies.
Naast advies over wat er mogelijk en haalbaar is, kunnen bedrijven ook steun aanvragen voor de eventuele benodigde investeringen. Het gaat om maximaal 35% van de investering tot een maximaal bedrag van 300.000 euro. Een voorwaarde is dat de oplossing het stroomnet tijdens piekmomenten niet erger mag belasten. Een flexibel contract met de netbeheerder is daarom een vereiste om voor subsidie in aanmerking te komen.
Meer informatie
De Flex-e regeling is vanaf 1 april tot en met 15 oktober 2025 aan te vragen door bedrijven en instellingen met een aansluiting vanaf 100kW op het midden- of hoogspanningsnet via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Meer informatie over de regeling en de voorwaarden is te vinden op onze website.
Een derde van de elektrische rijders overweegt volgend jaar over te stappen naar een brandstofauto zodra de belastingvoordelen verder worden afgebouwd. In 2030, als de fiscale voordelen helemaal wegvallen, zegt bijna 60% niet langer elektrisch te gaan rijden. Dat blijkt uit het jaarlijkse EV- en Berijdersonderzoek, een initiatief van de Vereniging Elektrische Rijders, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek is het meest uitgebreide onderzoek onder elektrische rijders in Nederland, afgenomen onder ruim 3.500 respondenten.
Belastingvoordelen afgebouwd
Eind dit jaar vervalt voor EV-rijders de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting en wordt de korting in de bijtelling beëindigd. Een elektrische auto wordt dan duurder dan een vergelijkbare brandstofauto. Particuliere EV-rijders zullen meer wegenbelasting gaan betalen omdat hierbij wordt uitgegaan van het gewicht van de auto. Hoe zwaarder de auto, des te meer wegenbelasting moet worden betaald. En door de ingebouwde accu’s van elektrische auto’s zijn deze een stuk zwaarder dan de gemiddelde brandstofauto. Ook de zakelijke EV-rijder gaat iets merken in de portemonnee. Doordat de korting op de bijtelling verder wordt afgebouwd, wordt het ook voor hen duurder om elektrisch te rijden.
Een derde van de elektrisch rijders geeft hierdoor aan (absoluut) niet elektrisch meer te willen rijden. Als de korting op de wegenbelasting helemaal wegvalt in 2030, zegt zelfs bijna 60% van de particuliere EV-rijders niet langer voor elektrisch te gaan.
Afhakende EV-rijders
Afhakende EV-rijders zijn een indicatie dat ook potentiële, toekomstige eigenaren van een elektrische auto -de benzinerijders van nu - minder snel zullen overstappen. Dat is zorgwekkend, gezien een groot deel van de beoogde milieuwinst in de sector mobiliteit, moet komen van meer elektrisch rijden.
Geloof in overheidsstandpunt
De overheidsambitie is dat in 2030 alle nieuw verkochte personenauto’s emissieloos zijn, waardoor in 2050 een volledig emissieloos wagenpark mogelijk is. Toch lijkt onder EV-rijders het geloof af te nemen dat de overheid daadwerkelijk elektrisch rijden wil stimuleren. Nog maar 29% van de bestuurders van elektrische auto’s denkt dat het kabinet echt wil dat Nederlanders elektrisch gaan rijden. Dit is een flinke afname ten opzichte van vorig jaar, toen de helft van de respondenten hier nog van overtuigd was.
Over het onderzoek
Er hebben ruim 3.500 respondenten deelgenomen aan het onderzoek van 2024. Particuliere EV-rijders zijn sterker vertegenwoordigd in de enquête dan in het nationale wagenpark van volledig elektrische auto's (67% versus 41% particuliere rijders). 74% van de respondenten rijdt een nieuwe EV, terwijl 26% een gebruikte elektrische auto rijdt.
Over de initiatiefnemers
Het Nationaal EV- en Berijdersonderzoek wordt geïnitieerd door de Vereniging Elektrische Rijders (VER) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De VER, opgericht in 2015, is dé vertegenwoordiger van EV-rijders in Nederland, met als doel het versnellen van de adoptie van elektrisch rijden. De RVO ondersteunt de transitie naar elektrisch rijden door financiële steun, het faciliteren van samenwerkingen en kennisdeling. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is partner in het onderzoek, waarbij zij onder andere betrokken zijn bij de enquête-opzet en -analyse. Dit onderzoek wordt ook gesteund door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W).
Tijdens de Week van de Circulaire Economie (17 tot 22 maart) lanceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) extra ondersteuningsmiddelen voor ondernemers bij circulaire projecten. Het gaat om 2 kennispleinen. Die brengen alle informatie over plastics en reparatie samen die ondernemers, organisaties en beleidsmakers nodig hebben om circulaire projecten samen succesvol uit te voeren. Hier vinden zij inhoudelijke informatie, evenementen voor netwerken en ondersteuning en relevante subsidie- en financieringsmogelijkheden.
Meer informatie is te vinden via de website van RVO: https://www.rvo.nl/onderwerpen/circulaire-economie
Kennisplein plastics
Het Kennisplein plastics richt zich op ondernemers en onderzoekers die actief zijn in de chemie (polymeren voor plastics, coatings en lijmen). Zij vinden hier alle informatie over de nieuwe ‘circulaireplasticnorm’ (die naar verwachting start in 2027), waaronder de eisen en verplichtingen die de norm voor ondernemers met zich meebrengt. Ook krijgen zij op het kennisplein een uitgebreid overzicht van de steunmogelijkheden binnen RVO, zoals subsidies en andere financieringsopties. Ook is een agenda te vinden, met de aankomende stappen tot de norm in werking zal treden en met evenementen die helpen ondernemers daarop voor te bereiden.
Het Kennisplein plastics is hier te vinden: https://www.rvo.nl/onderwerpen/kennisplein-plastics
Kennisplein reparatie
Het Kennisplein reparatie richt zich op ondernemers in de maakindustrie en elektronica. Het Recht op Reparatie, een Europese regel vanaf 2026, maakt het makkelijker voor klanten om kapotte producten te (laten) repareren in plaats van weg te gooien. Dat betekent voor ondernemers dat er nieuwe regels komen voor de beschikbaarheid van reserveonderdelen, dat zij reparatie-instructies moeten delen en consumenten moeten informeren. Met de informatie van het kennisplein bereiden ondernemers zich optimaal voor op de nieuwe regels. Ook vinden ze een tijdlijn tot de start van het Recht van Reparatie en ondersteuningsopties om ze te helpen met de voorbereiding op deze regel. Zo zijn meerdere soorten financiële steun beschikbaar.
Het Kennisplein reparatie is hier te vinden: https://www.rvo.nl/onderwerpen/circulaire-economie/reparatie
Online bijeenkomst
RVO lanceerde de kennispleinen tijdens de online bijeenkomst Financiële steun bij circulaire projecten op 19 maart. Tijdens deze bijeenkomst vertelden ondernemers hoe zij succesvol de stap naar circulair en naar reparatie-vriendelijke productieprocessen zetten. Ze deelden waarom ze ooit circulair zijn gaan ondernemen, hoe zij hun verdienmodel rond kregen en hoe je samenwerkt in de keten. Ook konden bezoekers een-op-een in gesprek met RVO-adviseurs over de regelingen die beschikbaar zijn.
Tussen 2021 en 2024 ontvingen deeptech startups in totaal 956 miljoen euro aan financiering via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO gaf subsidies en kredieten, en hielp ondernemers bij het aanvragen van Europese financiering. RVO voert dit uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Het grootste deel van het geld (594 miljoen) komt voort uit het European Innovation Council (EIC) Accelerator-programma. Ook kwam 18 miljoen vanuit het EIC Transition-programma. RVO is het nationaal contactpunt voor deze Europese subsidieregelingen, die onderdeel zijn van het Horizon Europe-programma van de Europese Commissie. Dat programma wil het concurrentievermogen van Europa vergroten door wetenschap en innovatie te stimuleren.
De rest van het bedrag kwam voort uit andere regelingen, zoals het Innovatiekrediet (175 miljoen), Seed Capital (80 miljoen), Eurostars (65 miljoen) en Thematische Technologie Transfer (TTT, 24 miljoen). Deze regelingen bieden ondernemers de kans hun innovaties door te ontwikkelen.
Hello Tomorrow
RVO presenteert deze resultaten tijdens Hello Tomorrow, de Europese top voor deeptech die op 13 en 14 maart in Parijs gehouden wordt. Op deze top komen deeptech startups, investeerders, experts uit de industrie en beleidsmakers samen.
Naar de top gaat een grote Nederlandse delegatie: meer dan 65 deeptech bedrijven uit verschillende sectoren zoals ruimtevaart, biotech en energie sluiten aan. Zij reizen mee met Discover Dutch Deeptech, een initiatief van Techleap, TNO, 4TU, Invest-NL en RVO gericht op het versterken van het Nederlandse techlandschap.
Deeptech startups in Nederland
Nederland heeft een leidende positie in technische innovatie. Innovaties die oplossingen bieden voor de transities waar we voor staan en die bijdragen aan duurzame economische groei. Deeptech startups zijn ondernemingen die gebouwd zijn op substantieel wetenschappelijk onderzoek en die vaak langdurige, grote investeringen nodig hebben om door te groeien tot een commercieel bedrijf.
RVO ondersteunt deeptech startups met financiering, kennis en netwerken. Zo is momenteel binnen de Seed Capital-regeling 25 miljoen euro financiering beschikbaar voor startersfondsen die investeren in deeptech ondernemingen. Met deze regeling verstrekt de overheid een renteloze lening met aantrekkelijke voorwaarden voor terugbetaling aan zo’n startersfonds. De overheid verdubbelt de inleg van private investeerders in het fonds. Met deze financiële stimulans krijgen meer deeptech startups de kans om zich te ontwikkelen tot succesvolle bedrijven. Aanvragen kan nog tot 2 april.
Ondernemers lopen tegen complexiteit aan bij handel binnen de EU. Met name de per lidstaat verschillende en soms complexe administratieve procedures en wetgeving maken het ondernemen binnen de EU lastig. 62% van de ondernemers geeft aan tegen complexe administratieve procedures aan te lopen binnen de EU. Bij handel buiten de EU is dit 64%. Dat blijkt uit de Handelsmonitor, een jaarlijks onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder een representatieve groep van internationaal handelende ondernemers.
Een voorbeeld van zo'n complexe procedure zijn de verschillende eisen en procedures voor verpakkingen. Zo krijgen de experts van RVO veel vragen van ondernemers over verpakkingseisen in Duitsland, Frankrijk, België en Spanje. Van de ondervraagde ondernemers is 89% actief binnen de Europese Unie, 70% haalt de meeste omzet uit landen binnen de EU. Een jaar eerder gaf 93% van de ondernemers aan actief te zijn in de EU, 78% haalde de hoogste omzet uit een Europees land. De dienstverlening van het Publieke Economische Netwerk aan internationaal handelende ondernemers veranderde niet; ongeveer 40% van alle dienstverlening vond het afgelopen jaar plaats in Europa.
Waar ondernemers wel duidelijke voordelen zien bij handel binnen de EU ten opzichte van daarbuiten, is op het gebied van grenscontroles. Zo ondervindt 52% van de ondernemers geen hinder van grenscontroles binnen de EU en 18% wel, terwijl dit bij handel buiten de EU gaat om 32% die geen hinder ondervindt en 37% wel.
Ook op het gebied van cultuurverschillen lijkt handel binnen de EU makkelijker te zijn. 20% van de ondernemers ervaart hinder van cultuurverschillen bij handel binnen de EU, 53% ervaart die hinder niet. Bij handel buiten de EU zijn de verhoudingen anders: 27% ervaart hinder, 41% niet.
Impact geopolitiek en economisch klimaat
De wereldpolitiek houdt ondernemers ook bezig. Zo noemen ondernemers het presidentschap van Donald Trump, de verhoogde spanningen tussen de EU en China en de onzekerheid over de nationale politiek als negatieve invloed op hun internationale activiteiten. Opvallend is dat minder dan de helft van de ondernemers negatieve impact van de oorlog in Oekraïne ervaart (43%). Voorheen gaf zo’n twee derde van de ondernemers aan hier last van de hebben.
De ondernemers blijven net als vorige jaren somber over de impact van de economie op hun internationale handel. 46% van de ondernemers ervaart die impact (sterk) negatief. Vorig jaar was dit nog 45%, het jaar ervoor 53%. Slechts 13% van de ondernemers ziet een positieve invloed van de economie op de internationale handel van het eigen bedrijf. Macro-economische problemen waar ondernemers tegenaan lopen, zijn vooral stijgende kosten in transport (44%), energie (38%) en loonstijgingen (37%). Wel hebben veel ondernemers vertrouwen dat ze meer zullen gaan exporteren in de nabije toekomst (79%).
Over het onderzoek
Deze cijfers maken onderdeel uit van de Handelsmonitor, een jaarlijks onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder ondernemers die internationaal handelen. Aan het onderzoek deed een representatieve groep van 962 ondernemers mee.
RVO stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen. RVO helpt ondernemers die willen innoveren, zowel in Nederland als daarbuiten, met tal van handelsmissies, subsidies en beurzen. RVO ondersteunt elk jaar zo’n 1,9 miljoen ondernemers.
Bekijk de Handelsmonitor 2024
In 2025 stelt de overheid meer geld dan ooit beschikbaar om innovatieve start-ups te helpen succesvol te worden. Het gaat om zo’n 150 miljoen euro, verdeeld over de regelingen Innovatiekrediet, Seed Capital, Thematische Technology Transfer (TTT) en Vroegefasefinanciering (VFF). Deze regelingen staan nu open voor aanvragen via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO voert de regelingen uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Innovatiekrediet
Vanuit het Innovatiekrediet is dit jaar 50 miljoen euro beschikbaar. Deze financiering is bedoeld voor de ontwikkeling van innovatieve projecten met flinke technische risico’s en een goed marktperspectief. Het Innovatiekrediet maakt innovaties mogelijk die anders – wegens een te groot technisch risico – niet van de grond zouden zijn gekomen. In de meeste gevallen financiert het Innovatiekrediet maximaal 45% van het project. De rest van de financiering moet uit eigen middelen komen.
Dit jaar is in totaal 10 miljoen voor klinische ontwikkelprojecten, 10 miljoen voor technische ontwikkelprojecten en 30 miljoen voor klinische én technische ontwikkelprojecten beschikbaar.
Aanvragen indienen kan tot en met 31 december 2025. Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/innovatiekrediet
Seed Capital
Via de Seed Capital-regeling komt in totaal 45 miljoen euro beschikbaar. Hiervan is 25 miljoen euro bedoeld voor startersfondsen die investeren in deep tech ondernemingen.
Met de Seed Capital-regeling verstrekt de overheid een renteloze lening met aantrekkelijke voorwaarden voor terugbetaling aan een startersfonds. Deze lening is maximaal 12 miljoen euro en heeft een maximale looptijd van 12 jaar. De overheid verdubbelt de inleg van private investeerders in het fonds.
De startersfondsen investeren dit geld in technologische innovatieve start-ups die zich in de vroege bedrijfsfase bevinden. Per start-up kan een fonds tussen de 100.000 en 5 miljoen euro beschikbaar stellen. Met deze financiële stimulans krijgen meer start-ups de kans om zich te ontwikkelen tot succesvolle bedrijven.
De Seed Capital-regeling staat open voor aanvragen tot en met 2 april 2025. Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/seed-capital
Seed Business Angel
Via de Seed Business Angel-regeling komt dit jaar 4 miljoen euro beschikbaar. Met deze regeling geeft de overheid een renteloze lening van maximaal 1 miljoen euro aan een business angel-fonds, met een maximale looptijd van 12 jaar. Minimaal twee en maximaal tien business angels leggen gezamenlijk minimaal 100.000 euro per angel in. De overheid verdubbelt hun totale inleg.
Het business angel-fonds investeert bedragen tussen 50.000 en 500.000 euro per start-up. De fondsen richten zich op technologische innovatieve start-ups in een zeer vroege bedrijfsfase. Naast kapitaal staan de business angels ondernemers bij met hun kennis, netwerk en ervaring.
Aanvragen en meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/seed-business-angel
Thematische Technology Transfer (TTT)
Voor de TTT-regeling is een nieuwe tender gestart waarvoor 40 miljoen euro beschikbaar is. Niet eerder was via deze regeling zoveel geld beschikbaar. Deze financiering draagt bij aan de samenwerking tussen onderzoeksorganisatie en de markt. Het bevordert onderzoeksorganisaties om gezamenlijk te investeren in innovatieve start-ups binnen Nederland. Deze start-ups moeten voortbouwen op de kennis van de onderzoeksorganisaties.
Daarnaast is ook de tender TTT Pandemische Paraatheid gestart. Deze tender is specifiek voor projecten die zich richten op het voorbereiden van Nederland op toekomstige pandemieën. Hiervoor is 8 miljoen euro beschikbaar.
Met de TTT-regeling helpt de overheid meer geld beschikbaar te maken voor start-ups in de risicovolle, eerste ontwikkelingsfase. De TTT-regeling stimuleert dat investeerders en onderzoeksorganisaties elkaar beter vinden en samenwerken, zodat innovatieve vindingen kunnen worden ontwikkeld en naar de markt worden gebracht. Ook helpt de TTT-regeling onderzoeksorganisaties, onderzoekers en studenten in een eerder stadium al inzicht te krijgen in de behoeftes van de markt. Dat moet de kans op succes voor deze start-ups vergroten.
De TTT-regeling staat open voor aanvragen tot en met 15 april 2025. Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/ttt
Vroegefasefinanciering (VFF)
Voor de Vroegefasefinanciering (VFF) zijn voor 2025 ook middelen beschikbaar, in totaal 2,25 miljoen euro. Via deze regeling kunnen starters en mkb-ondernemingen onderzoeken of een idee kans van slagen heeft op de markt. Zo kunnen ondernemers hun idee van de planfase naar de startfase brengen en de volgende stap zetten.
Ondernemers uit Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland kunnen de VFF-lening aanvragen via het landelijke loket op de website van RVO. Ondernemers uit andere provincies kunnen zich bij hun regionale loket melden.
De Vroegefasefinanciering is tot en met 31 december 2025 geopend. Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/vff
38% van ondernemers die internationaal handelen, verwacht dat het aanstaande 2e presidentschap van Donald Trump een negatieve invloed zal hebben op de handel. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze groep ondernemers vreest met name hogere importtarieven en andere protectionistische maatregelen. Ook schatten ze in dat bestaande handelsbetrekkingen met de EU geraakt zullen worden en dat de veiligheid en stabiliteit in Europa veranderen door Trumps houding tegenover de NAVO.
Niet alle ondervraagde ondernemers zien een 2e presidentschap van Trump somber in. 16% van de ondernemers denkt dat er een positief effect zal zijn. 27% van de ondernemers verwacht geen impact door de komst van de president en 20% geeft aan het niet te weten. Donald Trump wordt op 20 januari 2025 voor de tweede keer geïnaugureerd als president van de Verenigde Staten.
Impact Trump op geopolitiek
Ondernemers die positieve of negatieve impact van Trump op internationale handel verwachten, schatten beiden in dat de veiligheid en stabiliteit in Europa mogelijk verandert door Trumps standpunt over de Russische inval in Oekraïne. Ook verwachten ondernemers uit beide groepen dat de herverkiezing van Trump zal leiden tot een andere koers van de Verenigde Staten in de relatie met China.
Maatregelen
Van de ondernemers die negatieve impact verwachten van een nieuw Trump-presidentschap, overweegt 68% om maatregelen te nemen. Maatregelen waar deze ondernemers aan denken, zijn uitbreiding van exportmarkten buiten de VS, aanpassing van prijzen en tarieven, of het verkennen van subsidies of financiële steun voor internationaal ondernemen.
Over het onderzoek
Deze uitkomsten maken onderdeel uit van de Handelsmonitor, een jaarlijks onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder ondernemers die internationaal handelen. Aan het onderzoek deed een representatieve groep van 962 ondernemers mee. De gehele Handelsmonitor zal dit voorjaar verschijnen.
De overheid stimuleert ook in 2025 innovaties voor de verduurzaming van het energiesysteem en in de opbouw van een circulaire economie. Zo is er in totaal 414 miljoen euro beschikbaar in de regelingen EKOO, MOOI, DEI+ en HEP. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit namens het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Met deze regelingen helpt de overheid de CO2-doelstellingen te halen uit het Klimaatakkoord. Ook maken we daardoor de Nederlandse economie sterker en zorgen we voor banen en welvaart.
Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)
De DEI+ is een subsidieregeling voor ondernemers die energie-innovaties willen testen binnen hun bedrijf. Die innovaties richten zich op onder meer minder gebruik van energie in het productieproces of minder CO2-uitstoot. Hieronder vallen verschillende soorten projecten. Van innovatieprojecten voor een flexibeler elektriciteitssysteem tot gebruik van waterstof en van energiebesparing tot circulaire economie.
In totaal is 370 miljoen euro beschikbaar binnen de verschillende DEI+-regelingen. De DEI+ is geopend van 28 januari tot en met 28 augustus 2025. Meer informatie via https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/dei.
Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI), missie Systeemintegratie
De MOOI-missie Systeemintegratie is gericht op projecten die onderzoek en ontwikkeling van specifieke innovatiethema’s stimuleren. Deze specifieke MOOI-openstelling betreft één gezamenlijke regeling op het snijvlak van het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, de verduurzaming van de industrie en de integratie van verschillende duurzame oplossingen in het energiesyteem. Er is meer flexibel inzetbare capaciteit nodig bij zowel producenten als afnemers om de balans van vraag en aanbod te behouden. Aanvragers kunnen innovatieve oplossingen onderzoeken en ontwikkelen die twee of meer schakels in het energiesysteem omvatten.
Deze thema’s zijn transport & distributie, opslag & conversie, en grootschalig gebruik. Deze oplossingen moeten bijdragen aan de klimaatdoelen en zich richten op gebruik in de praktijk. De focus moet daarbij liggen op technische, sociale en andere factoren die de slagingskans vergroten.
In totaal is 16,5 miljoen euro beschikbaar voor projecten via de MOOI-missie Systeemintegratie. Geïnteresseerde partijen kunnen een verplichte vooraanmelding doen vanaf 18 maart. Definitieve aanvragen kunnen vanaf 3 juni worden ingediend. Meer informatie via https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/mooi.
Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO)
De EKOO-regeling richt zich op bedrijven die mogelijkheden voor goedkopere, klimaatneutrale en/of circulaire producten en diensten onderzoeken of ontwikkelen. De bedrijven moeten aan deze innovaties werken in samenwerking met andere bedrijven of onderzoekers.
In totaal is 20,5 miljoen euro beschikbaar voor de verschillende thema’s van de EKOO-regeling. Aanvragen voor de thema’s elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie en biobased circular zijn geopend van 1 april tot en met 6 mei 2025. De thema’s KIA CE en circulaire plastics zijn geopend van 6 mei tot en met 21 augustus 2025. Meer informatie via https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/ekoo.
Horizon Europe Partnership (HEP)
De HEP-subsidie stimuleert industrieel onderzoek en experimentele ontwikkelingen die helpen bij de energietransitie. De subsidie is als co-financiering beschikbaar voor Nederlandse ondernemers en onderzoeksorganisaties die deelnemen aan de Joint Call 2024 van het Europese Clean Energy Transition Partnership (CETPartnership).
In totaal is 7 miljoen euro beschikbaar in 2025 via de HEP-regeling. Aanvragen kan van 3 maart tot en met 2 april 2025. Meer informatie via https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/hep.
Deze subsidieronde is alleen beschikbaar voor bedrijven en onderzoeksorganisaties die in november 2024 een vooraanvraag hebben ingediend bij de CETPartnership Joint Call 2024. Naar verwachting zal in 2025 wederom een Joint Call 2025 georganiseerd worden. Hierover zal voor de zomer meer bekend gemaakt worden via de website van RVO.
De mogelijkheden voor ondernemers om met fiscaal voordeel te investeren in energiezuinige technieken wordt de komende twee jaar verruimd. In 2025 is een budget van 431 miljoen euro beschikbaar, een verhoging van 172 miljoen euro ten opzichte van 2024. Het budget voor 2026 is vastgesteld op 460 miljoen euro. Met de Energie-investeringsaftrek (EIA) geeft de overheid een impuls aan energiebesparing, CO2-reductie en duurzame economische groei. Bedrijven die investeren in technieken uit de zogenoemde Energielijst, kunnen via de Energie-investeringsaftrek (EIA) 40 procent van de investeringskosten aftrekken van hun fiscale winst.
Nieuwe EIA-energielijst bekend
De Energielijst is de basis van de EIA-regeling. Op deze lijst staan verschillende innovatieve, energiebesparende en duurzame energietechnieken. De lijst wordt elk jaar geactualiseerd. Voor 2025 zijn er technieken toegevoegd en verwijderd en zijn de eisen van een aantal technieken aangepast.
Onder bepaalde voorwaarden wél Energie-investeringsaftrek
Zo is het bij investeringen in zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking niet langer verplicht dat deze aangesloten zijn op een kleinverbruikersaansluiting (maximaal 3 x 80 ampère). Investeerders met een zon-PV-installatie achter een grootverbruikersaansluiting, die geen aanspraak kunnen maken op de SDE++, kunnen nu onder bepaalde voorwaarden wél profiteren van de Energie-investeringsaftrek (EIA).
Aanscherping omschrijving bedrijfsmiddelen
De omschrijvingen van enkele bedrijfsmiddelen zijn aangescherpt om beter aan te sluiten bij marktontwikkelingen. Zo zijn de SCOP-eisen voor warmtepompen in de gebouwde omgeving verhoogd, en is de omschrijving ‘warmtepomp proces’ uitgebreid met een extra temperatuurstap, waardoor ook warmtepompen voor hogere temperaturen in aanmerking komen. Daarnaast is, vanwege stijgende marktprijzen, het maximale investeringsbedrag voor de EIA verhoogd onder de categorieën ‘Isolatie voor bestaande constructies’ en ‘isolerende beglazing’.
Toevoeging van boilersysteem op ijzerbrandstof
De EIA is een regeling die de introductie van technisch bewezen innovaties stimuleert. Een opvallende toevoeging aan de lijst is het boilersysteem op ijzerbrandstof. Dit innovatieve systeem kan gasgestookte boilers vervangen en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de energietransitie.
Omschrijvingen Smart Grid en netbalancering verwijderd
Het verdienmodel voor technieken die bijdragen aan netbalancering wordt steeds aantrekkelijker. Bij sommige technologieën is de terugverdientijd inmiddels minder dan vijf jaar. Om deze reden zijn de omschrijvingen voor 'intelligent lokaal energienetwerk' (Smart Grid) en netbalancering door actieve sturing van installaties uit de regeling verwijderd.
Meer informatie?
• EIA-regeling 2025
• EIA in de praktijk
Voor 2025 trekt de overheid 189 miljoen euro uit voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en 20 miljoen euro voor de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). MIA en Vamil bieden ondernemers een fiscaal voordeel als zij investeren in een van de 225 innovatieve en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Vanaf 1 januari neemt RVO de afhandeling van beroep en bezwaar over van de Belastingdienst.
De MIA\Vamil stimuleert duurzaam grondstoffen- en watergebruik en technieken om emissies naar lucht, bodem en water te verminderen voor de sectoren industrie, mobiliteit, landbouw en de bouw. De MIA wordt ieder jaar veel gebruikt door bedrijven. Om zoveel mogelijk bedrijven fiscaal voordeel te kunnen bieden, is de regeling aangepast. Zo wordt het maximum jaarlijkse investeringsbedrag per belastingplichtige voor alle bedrijfsmiddelen verlaagd naar 25 miljoen euro. Voor een specifiek bedrijfsmiddel kan een lager maximaal bedrag gelden. Ook mag de MIA\Vamil niet meer gecombineerd worden met een aantal subsidies, dat geldt voornamelijk voor mobiliteit. Daarnaast zijn er verlagingen van het maximum en van enkele aftrekpercentages voor de MIA bij duurzame en circulaire gebouwen.
Tijdwinst door snellere duidelijkheid
De Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) neemt per 1 januari 2025 de bezwaar- en beroepsprocedure van de MIA\Vamil over van de Belastingdienst. Doordat RVO zelf de besluiten gaat nemen, krijgt de aanvrager eerder duidelijkheid over de toekenning. En kan een eventueel bezwaar worden afgehandeld vóór vaststelling van de belastingaangifte.
Aanpassingen in de Milieulijst
Bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel van de MIA\Vamil staan vermeld op de Milieulijst. Om op de lijst te komen, moet een bedrijfsmiddel een aanzienlijke milieuverdienste hebben boven de wettelijke norm en ook innovatief zijn (en daarmee duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche).
Nieuw per 1 januari zijn voor het grondstoffen- en watergebruik de inzamel- en het geldretoursysteem voor herbruikbare bekers en een tankinstallatie voor ruitensproeiervloeistof om het gebruik van verpakkingen te verminderen. Voor de landbouw is een voorbeeld van een nieuw bedrijfsmiddel een desinfectiesysteem voor melkrobots en een onkruidmachine met lasers. Ook wordt het onder voorwaarden weer mogelijk om MIA\Vamil aan te vragen voor de kosten van nageschakelde technieken bij duurzame landbouw. Voor het onderdeel mobiliteit zijn onder andere nieuw: een elektrische bakfiets of cargobike met zonnepanelen, oplaadkluis voor elektrische fietsen, brom- of snorfietsen, draadloos oplaadpunt voor elektrische fietsen en een elektrisch of waterstof aangedreven locomotief. Voor het onderdeel gebouwde omgeving en klimaatadaptatie is een nieuw middel een zuiveringsinstallatie voor grijswaterrecycling en gevelimpregnering zonder PFAS en chemicaliën.
Duurzame mobiliteit
Een aantal voertuigen komt niet meer in aanmerking voor de MIA\Vamil. Dit geldt voor elektrische bestelauto’s, elektrische motorfietsen, speed-pedelecs, elektrische vorkheftrucks en elektrische taxi’s met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer. Stimulering blijft wel mogelijk voor waterstof aangedreven bestelauto’s. Voor bakfietsen zijn de eisen aangepast. In plaats van een minimum investeringsbedrag van 4000 euro is er een gewichtseis gekomen.
Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie
Om budgettaire redenen zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd, zoals voor circulaire woningen die voor maximaal 700 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlakte in aanmerking komen voor de MIA. Voor enkele duurzame gebouwen is het MIA-percentage verlaagd van 45% naar 36% en een gebouwdeel met industriefunctie komt nog voor maximaal 5000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte in aanmerking voor MIA. Voor duurzame energie-installaties geldt dat deze weer als onderdeel van het gebouw worden gezien, waardoor ze ook meegenomen kunnen worden in de berekening van de milieuprestatie. Er zijn ook enkele verruimingen doorgevoerd, zoals voor de kosten van dakisolatie en dakbedekking die voortaan in een aanvraag voor een groendak meegenomen mogen worden. En er komt een hoger fiscaal voordeel voor een groen en gezond bedrijventerrein.
Over de uitvoering MIA\Vamil
Het ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën zijn verantwoordelijk voor de MIA\Vamil-regeling. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit.
Links:
• Meer over de MIA\Vamil (algemeen)
• Wijzigingen MIA\Vamil 2025
• Interactieve kaart met overzichten huidige bedrijfsmiddelen en technieken per sector (Industrie, Mobiliteit, Landbouw, Gebouwde omgeving)
Voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), de Lbv-plus en de Lbv voor kleinere sectoren zijn in totaal 1694 aanvragen ingediend. Afgelopen vrijdag is de Lbv-plus regeling gesloten. De Lbv-plus was een vrijwillige, financieel aantrekkelijke regeling voor melkvee-, varkens-, pluimvee- en vleeskalverhouders die onder de doelgroep van de aanpak piekbelasting vallen. In totaal hebben 920 ondernemers hiervoor een aanvraag ingediend. 20 december sloot ook de Lbv voor kleinere sectoren, waarvoor in totaal 104 aanvragen zijn ingediend. Hiermee zijn nu alle Lbv-regelingen gesloten; de bredere Lbv-regeling sloot namelijk al op 1 december 2023, met in totaal 665 aanvragen.
Van aanvraag tot overeenkomst
Het totaal aantal aanvragen geeft een indicatie van de belangstelling voor de subsidieregelingen, maar biedt nog geen zekerheid over het uiteindelijke aantal veehouders dat hun veehouderij zal beëindigen. Zodra een subsidieaanvraag is ingediend, wordt deze zorgvuldig beoordeeld. Nog niet alle aanvragen zijn beoordeeld. Dit proces loopt nog. Als uit de beoordeling blijkt dat een aanvrager recht heeft op deelname aan de regeling, volgt een positieve subsidiebeschikking. Samen met de beschikking ontvangt een ondernemer ook een overeenkomst, die zes maanden geldig blijft en binnen die periode ondertekend moet worden teruggestuurd. Deze keuze is meestal niet eenvoudig en hangt vaak samen met de plannen voor de periode na het beëindigen van het bedrijf. Op dit moment hebben 1442 ondernemers een positieve subsidiebeschikking ontvangen, waarvan 916 ondernemers een ondertekende overeenkomst hebben teruggestuurd. Het ondertekenen van de overeenkomst is een beslissing met heel veel impact, zowel zakelijk als persoonlijk, waarvoor ondernemers vaak de tijd nemen om zorgvuldig te overwegen.
Omdat een aanvraag dus niet automatisch leidt tot daadwerkelijke deelname, is het lastig om nu al te bepalen hoeveel stikstofreductie de regelingen precies opleveren. Minister Femke Marije Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) heeft in oktober al wel een voorlopige berekening met de Kamer gedeeld, gebaseerd op het aantal aanvragen dat op dat moment was ingediend.
Na een handtekening
Zodra de ondertekende overeenkomst is teruggestuurd, kan de ondernemer een eerste voorschot van 20% van het toegekende subsidiebedrag aanvragen. Een ondernemer heeft vervolgens een jaar de tijd om zijn veehouderijactiviteiten op de betreffende locatie te beëindigen, zoals het afvoeren van dieren en mest. Kijk voor meer informatie over het proces na een positieve beschikking op de website van RVO.
Overtekening Lbv kleinere sectoren
De regeling voor veehouderijen met melkgeiten, vleeskalveren, fokstieren, zoogkoeien, vleeseenden of konijnen, de Lbv kleinere sectoren, is overtekend. Dit houdt in dat er meer aanvragen binnen zijn gekomen dan het beschikbare budget. Minister Wiersma onderzoekt of het mogelijk is om extra geld beschikbaar te stellen. Het kabinet, de Tweede en Eerste Kamer en de Europese Commissie moeten hier vervolgens ook een besluit over nemen.
Andere beëindigingsregelingen
Nu alle Lbv-regelingen gesloten zijn, staat er momenteel geen vrijwillige beëindigingsregeling meer open. Wel kunnen provincies op dit moment geld aanvragen voor de Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (Rpgb, ook wel aangeduid als Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging, MGB). Dit betreft een specifieke uitkering aan provincies waarmee zij eigen subsidieregelingen kunnen opstellen voor veehouders die op vrijwillige basis, geheel of gedeeltelijk, hun veehouderij willen beëindigen. Provincies kunnen tot en met 28 februari 2025 geld aanvragen.
Daarnaast werkt het kabinet op dit moment aan een nieuwe, brede vrijwillige beëindigingsregeling. Voor deze regeling komt €1,25 miljard tot €2,5 miljard euro beschikbaar. Het kabinet komt begin volgend jaar met een Kamerbrief over hoe deze regeling eruit gaat zien.
Noot voor de redactie (niet voor publicatie)
- Meer cijfers vrijwillige beëindigingsregelingen
- Informatie Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)
- Informatie Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv)
- Informatie Lbv kleinere sectoren
- Informatie over proces na ondertekenen overeenkomst: Lbv, Lbv-plus en Lbv kleinere sectoren: Stappen na een positieve beslissing
- Informatie over andere regelingen binnen de aanpak piekbelasting
- Informatie over Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties
- Informatie over eerste berekening opbrengsten Lbv en Lbv-plus
Vanaf 2 januari 2025 kunnen woningeigenaren weer subsidie aanvragen bij RVO voor de verduurzaming van hun woning. De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) is dan weer beschikbaar met een budget van 555 miljoen euro. Woningeigenaren kunnen met de ISDE een deel van hun investeringen vergoed krijgen voor onder meer isolatie, een warmtepomp of zonneboiler. Ook is er ISDE voor zakelijke aanvragers. Nieuw in 2025 zijn, voor woningeigenaren, onder meer de hogere subsidiebedragen voor glasisolatie en het in twee keer mogen aanvragen van subsidie voor glas. Daarnaast komen ook kleinere woningen in aanmerking voor de ISDE doordat het minimale aantal vierkante meters glas waarvoor je subsidie kan krijgen, omlaag is gegaan.
Hogere subsidiebedragen voor isolatiemaatregelen
De subsidiebedragen voor isolatiemaatregelen gaan in 2025 omhoog. Met deze wijziging komt de overheid tegemoet aan de kosten die woningeigenaren moeten maken voor natuurvriendelijk isoleren. De bedragen voor isolatie verdubbelen bovendien als woningeigenaren voor meer dan één (isolatie)maatregel subsidie aanvragen. Dit maakt het financieel aantrekkelijker om woningen grondig te isoleren.
2 keer subsidie aanvragen voor glasisolatie
Woningeigenaren kunnen in 2025 2 keer subsidie aanvragen voor glasisolatie. Dit kan binnen 24 maanden nadat de 1e glasisolatiemaatregel is uitgevoerd. Deze verruiming komt tegemoet aan de wens van veel woningeigenaren die hun woning op meerdere momenten verduurzamen met isolerend glas.
Daarnaast komen ook kleinere woningen in aanmerking voor subsidie doordat de minimale oppervlakte voor glasisolatiemaatregelen omlaag gaat van 8 m2 naar 3 m2.
Hogere subsidie voor kleinschalige windturbines
Voor zakelijke gebruikers wordt de subsidie voor kleinschalige windturbines verhoogd van €66 naar €140 per m² rotoroppervlak. Dit subsidiebedrag komt overeen met ongeveer 20% van de gemiddelde investeringskosten.
Verlaging subsidie kleine lucht-waterwarmtepompen
Woningeigenaren die een lucht-waterwarmtepomp met een vermogen tot ongeveer 13 kW aanschaffen, krijgen vanaf 2025 te maken met een lager subsidiebedrag. Woningeigenaren die in 2025 subsidie aanvragen en een bewijs van aanschaf uit 2024 aanleveren, ontvangen nog de subsidie die gold in 2024. Dit bewijs kan zijn: een kopie van de opdracht of opdrachtbevestiging uit 2024, een digitaal getekende offerte of een digitale schriftelijke bevestiging van het installatiebedrijf.
Subsidie voor particuliere verhuurders in één regeling
De particuliere verhuurder kan straks voor subsidie op warmtepompen en zonneboilers terecht bij de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Voor deze verhuurders was het binnen de SVOH al mogelijk om subsidie aan te vragen voor isolatiemaatregelen. Met deze wijziging kan de particuliere verhuurder straks een complete aanvraag doen bij één regeling.
Aanvragen via RVO
De ISDE wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei en ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Een subsidieaanvraag voor de ISDE kan worden ingediend via de website rvo.nl.
Meer informatie
Ondernemers hebben nog tot 31 december 12.00u de tijd om subsidie aan te vragen voor de aanschaf of financial lease van een nieuwe, volledig uitstootvrije bedrijfsauto. Per bedrijfsauto is maximaal 5.000 euro beschikbaar via de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Ondernemers moeten hun subsidieaanvraag indienen voordat ze een definitieve overeenkomst sluiten. Bij operational lease kan de leasemaatschappij namens de ondernemer subsidie aanvragen.
Aanvragen van de SEBA kan via www.rvo.nl/seba.
Met de SEBA-regeling maakt de overheid de aanschaf van uitstootvrije bedrijfsauto’s gemakkelijker. In Nederland zijn ruim 28.000 aankopen van uitstootvrije bedrijfsauto’s met de SEBA gesubsidieerd. Deze voertuigen rijden al rond of komen de komende tijd op de weg. Op die manier gaat de CO2-uitsoot omlaag en komen de klimaatdoelen uit het Klimaatakkoord dichterbij.
De SEBA-regeling is beschikbaar voor ondernemers of eigenaren van een non-profitinstelling. Aanvragen van de SEBA moet met een niet-definitieve koop- of leaseovereenkomst. Bovendien moet het gaan om een nieuwe bedrijfsauto. Deze bedrijfsauto moet volledig uitstootvrij zijn en rijden door een elektromotor. Tevens mag de bedrijfsauto uitsluitend voor goederenvervoer worden gebruikt. Voor alle voorwaarden, zie: www.rvo.nl/seba.
Wat kunnen ondernemers doen om zich voor te bereiden op problemen met netcongestie? Met de nieuwe Wegwijzer Netcongestie ziet een ondernemer binnen een paar minuten of er alternatieve oplossingen zijn. Dit instrument is gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om ondernemers te helpen bij (toekomstige) problemen met netcongestie.
Vol netwerk
De druk op het stroomnet neemt toe. Vooral op piekmomenten als er veel vraag is naar elektriciteit. Door netcongestie kunnen sommige bedrijven nu of in de toekomst geen (extra) elektriciteit afnemen van het elektriciteitsnet. Bedrijven met een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting, krijgen te maken met wachttijden. Om het huidige gebrek aan capaciteit op te lossen wordt door de netbeheerders hard gewerkt aan uitbreiding van het elektriciteitsnet. Dit kost veel tijd en geld. In de tussentijd worden bedrijven uitgedaagd efficiënter en bewuster om te gaan met de beschikbare capaciteit.
Wegwijzer
Bijna elk bedrijf krijgt vroeg of laat te maken met netcongestie. Ook voor ondernemers die nog geen problemen ervaren is het verstandig om zich nu voor te bereiden. Met hulp van de Wegwijzer Netcongestie zien ondernemers binnen enkele minuten welke (voorbereidende) maatregelen mogelijk zijn bij netcongestie. Per maatregel geeft dit hulpmiddel aan wat mogelijke vervolgstappen zijn. Welke alternatieven zijn mogelijk? Welke acties horen daarbij? Wie kan verder helpen? De tool biedt inzicht hoe de energievoorziening slimmer te maken. En wat mogelijk is met bijvoorbeeld energiesturing. Zoals het laden van laadpalen wanneer er veel zonne-energie is. Of het tijdelijk stil zetten van processen die veel energie vragen om pieken op het elektriciteitsnet te verminderen.
Voor wie?
De tool is geschikt voor grote en kleinere bedrijven, voor kleingebruikers (netaansluiting die kleiner is dan 3x80 Ampère) en grootgebruikers (groter dan 3x80A). De Wegwijzer Netcongestie is beschikbaar op de website van RVO.
Netcongestie in het kort
Nederland loopt voorop in het 'elektrificeren' van onze energie: we stappen over op elektriciteit in plaats van bijvoorbeeld aardgas. Dit is beter voor het milieu. Het maakt ons minder afhankelijk van andere landen. En zo blijft energie betaalbaar. Dit biedt veel kansen, maar ook uitdagingen. Want door al die elektriciteit ontstaat er file op het elektriciteitsnet: netcongestie. In de komende jaren moeten bedrijven en consumenten hiermee rekening blijven houden. Eerder dit jaar publiceerde RVO het onderzoeksrapport 'Oplossingen voor netcongestie bij bedrijven'. In het rapport zijn succesvolle praktijkvoorbeelden in beeld gebracht en worden zeven praktische oplossingen voor bedrijven aangedragen.
Partners for Water lanceert op 21 november 2024 de podcast 'Waterproof'. In deze podcast neemt journalist en podcastmaker Tracy Metz luisteraars mee op een wereldreis langs innovatieve oplossingen voor prangende watervraagstukken. De zesdelige serie verschijnt driewekelijks op Spotify en Apple Podcasts en bevat verhalen van experts, onderzoekers en veldwerkers van over de hele wereld.
Van de mangroven in Ghana tot de rijstvelden in Vietnam, 'Waterproof' biedt een inkijkje in hoe verschillende culturen omgaan met watermanagement. Tracy Metz onderzoekt hoe internationale samenwerking en kennisuitwisseling worden ingezet om duurzame oplossingen te vinden voor problemen zoals kustbescherming, verzilting van landbouwgrond en overstromingsrisico's. Deze podcast geeft zowel waterprofessionals als geïnteresseerde luisteraars een unieke blik op de wereldwijde wateruitdagingen.
"In 'Waterproof' tonen we hoe Nederlandse waterexpertise wordt gecombineerd met lokale kennis en ervaring om wereldwijde waterproblemen aan te pakken, met een nadruk op samenwerking en systeemverandering," legt Tracy uit. "We presenteren inspirerende verhalen uit landen zoals Ghana, Vietnam, Nederland, Egypte, Bangladesh en Indonesië, waar lokale initiatieven en internationale kennis samenvloeien."
De eerste aflevering met als titel: ‘Let Nature do it’ gaat over Nature-based Solutions en is vanaf 21 november te beluisteren. Waterproof nodigt uit tot actie en reflectie, daarom zijn er live meet-ups gepland na elke aflevering waarin luisteraars dieper ingaan op de besproken thema's en direct in gesprek kunnen gaan met experts. Zie voor de volledige lijst van de afleveringen en de meet-ups: https://partnersforwater.nl/news/waterproof-podcast-launch-21-november-2024/.
Over Partners for Water
Partners for Water is een Nederlands overheidsprogramma, gefinancierd vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat zich richt op het verbeteren van de internationale waterveiligheid en waterzekerheid door langdurige samenwerking met lokale partners en de Nederlandse watersector. Partners for Water wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Vanaf 25 november 2024 worden 4 Zuid-Amerikaanse houtsoorten beschermd volgens CITES-regelgeving. Dit betekent dat deze houtsoorten alleen nog met een CITES-vergunning in- en uitgevoerd mogen worden. Het gaat om de soorten Handroanthus spp., Roseodendron spp., Tabebuia spp., en Dipteryx spp., bekend onder de handelsnamen ipé en cumaru. Deze houtsoorten worden o.a. in de tuinsector gebruikt voor vlonders en tuinmeubelen.
Hoewel deze houtsoorten niet direct met uitsterven bedreigd zijn, is regulering noodzakelijk om te voorkomen dat hun populaties afnemen. Handelaren en importeurs moeten de legale herkomst kunnen aantonen om de handel van deze houtsoorten duurzaam en verantwoord te houden. De regelgeving betreft uitsluitend specifieke houtproducten zoals stammen, blokken, planken, vellen fineer, en gelaagd of bewerkt hout. Voorbeelden van bewerkt hout zijn producten zoals kommen, borden en snijplanken.
Informatie en aanvragen
Handelaren en importeurs die houtsoorten kopen, verkopen of vervoeren moeten dus controleren of zij te maken hebben met een CITES-soort en hier de juiste vergunning voor hebben. Deze kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Over CITES
CITES is een internationaal verdrag dat in 185 landen is ondertekend om te voorkomen dat de internationale handel het voortbestaan van ruim 35.000 planten- en diersoorten in gevaar brengt. In Nederland zijn de bepalingen van CITES opgenomen in de Flora- en faunawet.
Tien bedrijven winnen de hoofdprijs van het Oranje Handelsmissiefonds 2024. De winnaars zijn bedrijven die uitblinken in de kracht van het product of dienst, ambities, duurzaamheid en de motivatie om te starten of uit te breiden in het buitenland. De jury koos uit 300 inschrijvingen. De tien bedrijven krijgen een jaar lang ondersteuning bij het realiseren van hun exportdroom.
De winnaars van het Oranje Handelsmissiefonds 2024 zijn:
- GreenMax Group – verbinden groen en infrastructuur
- Orbisk – grip op voedselverspilling
- Pixelfarming Robotics - slimme agrobots
- Avic – duurzame Internet of Things-oplossingen
- Kelp Blue Biotech – biostimulanten op basis van zeewier
- Luo Automation – automatiseringsoplossingen voor farmaceutische bedrijven
- Food for Skin – natuurlijke verzorgingsproducten
- Azeco Cosmeceuticals – hoogwaardig azelaïnezuur
- ihomer One – maatwerksoftware in projectvorm
- SEA Water – van zeewater drinkwater maken
Prijzenpakket
De winnaars worden ondersteund met een persoonlijk programma en prijzenpakket om een volgende stap te zetten. Het prijzenpakket bestaat onder meer uit deelname aan een handelsmissie, netwerkondersteuning vanuit het wereldwijde postennet van het ministerie van Buitenlandse Zaken en een training uit het opleidingspakket van evofenedex.
Over het Oranje Handelsmissiefonds
Het Oranje Handelsmissiefonds (OHMF) helpt jaarlijks tien mkb-ondernemingen met hun entree op een nieuwe buitenlandse markt. Het OHMF bestaat uit de volgende partners: het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), evofenedex, UPS, EY en ondersteunend partner Regina Coeli. Samen helpen zij ondernemers op weg met hun zakelijke avontuur in het buitenland.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen. RVO helpt ondernemers die willen innoveren, zowel in Nederland als daarbuiten, met tal van handelsmissies, subsidies en beurzen. RVO ondersteunt elk jaar zo’n 1,9 miljoen ondernemers. Zo’n 1700 ondernemers gingen in 2023 mee op handelsmissie.
----
Voor de pers/niet voor publicatie
Meer informatie: neem contact op met Peter Sonneveld, woordvoerder RVO.
Donderdag 24 oktober heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) officieel de Roadmap Brandstoftransitie in de zeevaart gepresenteerd. Afgelopen jaar werd – samen met 150 partijen – in kaart gebracht hoe er kan worden toegewerkt naar een klimaatneutrale zeevaart aan de hand van een aantal scenario’s.
Een klimaatneutrale zeevaart in 2050, dat is het doel. Nederland wil internationaal een koploperspositie spelen. Om de ambitie waar te maken, moet de hele keten samenwerken. Donderdag werden de plannen gepresenteerd waar verschillende sectoren aan gewerkt hebben. In het Roadmap-traject is samengewerkt over de gehele breedte van de keten – inclusief havens, verladers en financiers -, en met kennisinstellingen en de Rijksoverheid.
“Met deze roadmap bepalen 150 bedrijven en overheden gezamenlijk de koers richting een schone en duurzame scheepvaart op zee”, zegt Maurice Luijten van de RVO. “Deze roadmap laat zien wat er mogelijk is en welke acties nodig zijn.”
"De presentatie van deze roadmap is een belangrijke stap in de verduurzaming van de maritieme sector”, zegt directeur Annet Koster van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR). “De roadmap moet namelijk helpen bij een succesvolle uitrol van duurzame maritieme brandstoffen.”
Koster: “Opschaling van de beschikbaarheid van die nieuwe, groene brandstoffen gaat op dit moment simpelweg niet snel genoeg. Het wordt nog eens extra bemoeilijkt door het feit dat er meerdere gouden eieren zijn. Met andere woorden: niet één overduidelijke keuze. Deze roadmap moet bovendien helpen in het slechten van dat kip-eiprobleem tussen vraag en aanbod per type brandstof.”
Productie
Luijten: “Om de productie tijdig op gang te brengen, moet er in rap tempo een markt worden gecreëerd van vraag en aanbod. En de tijd is beperkt. Want de eisen uit regelgeving worden vanaf 2030 snel strenger.”
Sectoragenda
Gezant namens het kabinet maritieme maakindustrie Kees van der Staaij: “Deze roadmap is belangrijk voor onze veiligheid, onafhankelijkheid en onze welvaart als waterrijk land aan de Noordzee. Samen met de uitvoering van de maatregelen uit de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie ‘No guts, no Hollands Glorie!’ dragen wij er zo aan bij dat onze maritieme sector niet alleen een roemrijk verleden, maar ook een gouden toekomst heeft in het belang van ons land.”
Luijten: “Het is belangrijk dat er vanuit de roadmap, de sectoragenda en vergelijkbare initiatieven in de brandstofketen gezamenlijk wordt gewerkt om zo efficiënt en effectief de zeevaart te verduurzamen.”
Over de Roadmap
In 2022 begon Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met de roadmap in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Tijdens meer dan 20 fysieke bijeenkomsten in werkgroepen kwamen meer dan 150 partijen bij elkaar om van gedachten te wisselen over de zeevaartopgave. Daarnaast vonden er meerdere 1-op-1 gesprekken plaats. Uiteindelijk zijn de resultaten van deze bijeenkomsten gebundeld in de Roadmap.
Noot aan de redactie (niet ter publicatie):
Voor vragen aan de RVO kunt u terecht bij woordvoerder Vincent Triest 06-2934 6931 of vincent.triest@rvo.nl.
Maandag 21 oktober publiceert website Follow The Money een artikel over herberekeningen van GLB-gelden. Onze reactie op dit artikel is als volgt:
Voor de totstandkoming van dit artikel heeft RVO vele tientallen vragen beantwoord en gegevens gedeeld. Dit artikel komt niet overeen met de feiten die door RVO zijn ingebracht, waardoor een eenzijdig en onjuist beeld ontstaat.
De subsidieregeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) bestaat 10 jaar. Met steun van de DEI+-regeling hebben Nederlandse bedrijven in die periode voor zo’n € 1,76 miljard geïnvesteerd in innovaties voor vermindering van energiegebruik of CO2-uitstoot binnen hun bedrijf. Van de deelnemende bedrijven behoorde ruim 60% tot het mkb.
In de 10 jaar hebben 395 projecten DEI+-subsidie gekregen. 257 daarvan zijn inmiddels succesvol afgerond. Projecten richtten zich voornamelijk op minder gebruik van fossiele brandstoffen. Ook verbetering van energie-efficiëntie en elektrificatie waren vaak behaalde resultaten. De innovaties uit bijna de helft van de projecten zijn na afloop ingepast in de markt, anderen worden nog verder onderzocht.
De DEI+ ondersteunt innovatieve pilot-, demo- en demonstratieprojecten die bijdragen aan de verduurzaming van het energiesysteem, de gebouwde omgeving en industrie. Hieronder vallen veel verschillende soorten projecten: van innovatieprojecten voor een flexibeler elektriciteitssysteem tot gebruik van waterstof en van energiebesparing tot circulaire economie.
Gerecyclede garens
Spinning Jenny is één van de ondernemingen die DEI+-steun kreeg. De start-up uit Nijverdal produceert garens met gerecycled textiel. CEO Paula Gerritsen vertelt: "Met onze aanvraag 'Lowtex to Hightex' konden we allerlei samenstellingen van garens uit gerecyclede grondstoffen demonstreren. Van polyester-katoen-combinaties tot garens van acryl, wol en hennep." De subsidie was een mooi startkapitaal, zegt Gerritsen. Ook bood het Spinning Jenny de mogelijkheid om hun processen grotendeels te automatiseren. Daarnaast zorgde het voor € 7 miljoen aan nieuwe investeringen. "Dat was ons anders niet gelukt."
Aanvragen circulaire economie-projecten nu mogelijk
Bedrijven die innovaties willen testen op het gebied van circulaire economie kunnen daarvoor op dit moment DEI+-subsidie aanvragen. Tot 1 november 2024 is aanvragen mogelijk. Bij deze specifieke DEI+-subsidie komen projecten in aanmerking voor een subsidie van maximaal € 3 miljoen. Aanvragen kan via de website van RVO.
Over de DEI+
De Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) is een subsidieregeling voor ondernemers die energie-innovaties willen testen binnen hun bedrijf. Die innovaties richten zich op onder meer energievermindering in het productieproces of verlaging van de CO2-uitstoot. De DEI+-regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Peter Sonneveld, woordvoerder
E peter.sonneveld@rvo.nl
M 06 2756 4032
De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) voor kleinere sectoren gaat open van 18 november tot en met 20 december 2024. Deze regeling is bedoeld voor veehouderijen met melkgeiten, vleeskalveren, fokstieren, zoogkoeien, vleeseenden of konijnen die voldoen aan de drempelwaardes voor stikstofneerslag van de Lbv-plus of de inmiddels gesloten Lbv. Het doel van deze regeling is om stikstofneerslag op kwetsbare natuur in Natura 2000-gebieden te verminderen. Voor de kleinere sectoren is een budget beschikbaar van 50 miljoen euro. De regelingstekst is inmiddels gepubliceerd en daarmee zijn de voorwaarden voor aanvragen bekend.
De Lbv voor kleinere sectoren is de laatste beëindigingsregeling binnen de aanpak piekbelasting die opengaat. De Lbv sloot al eerder, de Lbv-plusregeling staat nog tot en met 20 december 2024 open voor aanvragen. Al eerder werden ook de investeringssubsidie Sbv bekend (open 21 oktober) en de verplaatsingsregeling (open 6 januari 2025, onderzoek haalbaarheid vanaf 2 december). Daarmee zijn alle verschillende regelingen binnen de aanpak bekend en staat een aantal regelingen gelijktijdig open. Veehouders kunnen de mogelijkheden van deze nieuwe regelingen meewegen in hun keuze over de toekomst.
Vergoeding
Veehouders die een veehouderijlocatie willen beëindigen die voldoet aan de drempelwaarde van de aanpak piekbelasting (2.500 mol per jaar of hoger) ontvangen 120% subsidie voor het waardeverlies van hun productiecapaciteit. Het waardeverlies van de productiecapaciteit wordt bepaad door de leeftijd en oppervlakte van de dierenverblijven. Veehouderijlocaties die aan de drempelwaarden van de Lbv voldoen, ontvangen 100% subsidie voor het waardeverlies. Veehouders die een veehouderijlocatie willen beëindigen die voldoet aan de drempelwaarde van de aanpak piekbelasting ontvangen ook een vergoeding voor sloopkosten van 45 euro per vierkante meter dierenverblijf.
Voorwaarden
De Lbv voor kleinere sectoren geldt alleen voor bedrijven met een stikstofvracht op een overbelast Natura 2000-gebied die voldoet aan een van de drempelwaarden: de drempelwaarde van een Natura 2000-gebied of de drempelwaarde van 2500 mol. Houders van vleeskalveren komen alleen in aanmerking voor de Lbv kleinere sectoren bij een stikstofvracht lager dan 2500 mol, maar boven de drempelwaarde van een Natura 2000-gebied. Bij een hogere stikstofvracht vallen zij onder de voorwaarden van de Lbv-plus. Andere voorwaarden zijn gelijk aan de Lbv en Lbv-plus, namelijk dat de dierenverblijven, mest- en voeropslagen de afgelopen 5 jaar onafgebroken in gebruik waren, er geen andere afspraken over sluiting zijn gemaakt en dat er geen stikstofruimte uit de vergunning ter beschikking is gesteld voor andere activiteiten waar een natuurtoestemming voor nodig is. De uitgebreide voorwaarden staan in de gepubliceerde regelingstekst.
Een volledig overzicht van de regelingen binnen de aanpak piekbelasting staat op de website van RVO.
Meer informatie
- Informatie over de LBV Kleinere sectoren
- Regelingstekst publicatie Staatscourant
- De cijfers van LBV/LBV-plus
Voor meer informatie over de Aanpak piekbelasting kunt u contact opnemen met Lisanne Roos, woordvoerder ministerie van LVVN.
T: 06-31987147
M: l.c.a.deroos@minlnv.nl
Voor meer informatie over de regelingen of cijfers van de diverse regelingen kunt u contact opnemen met Brenda Heidinga, woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
T: 06-15658393
M: pers@rvo.nl
Subsidies voor cybersecurity-innovaties zijn vanaf vandaag makkelijker te vinden. De nieuwe Cybersecurity Funding Portal is de enige plek waar de grote hoeveelheid informatie over beschikbare subsidies voor cybersecurity-innovatie overzichtelijk op één plek te vinden is. Zo helpt de portal bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen bij innovatieprojecten voor cybersecurity.
De Cybersecurity Funding Portal is ontwikkeld door dcypher en NEXIS NCC-NL. De portal is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Unieke ondersteuning
Bedrijven kunnen met behulp van filters eenvoudig zoeken op thema's, organisatietype en de ontwikkelfase van hun project, om zo de meest geschikte subsidies voor hun cybersecurity-oplossingen te vinden.
Eddy Boot, directeur dcypher: "In de praktijk zien we dat veel ondernemers vastlopen in de grote hoeveelheid cybersecurity-innovatiesubsidies op regionaal, nationaal en Europees niveau. Het vinden van passende subsidies kost veel tijd en kan ingewikkeld zijn. De nieuwe portal biedt hiervoor een overzichtelijke oplossing, zodat ondernemers meer tijd overhouden voor wat echt belangrijk is: innoveren en ondernemen."
Bovendien biedt de portal ook maatwerkondersteuning van gespecialiseerde RVO-adviseurs. Bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen kunnen bij hen terecht voor advies over financieringsmogelijkheden, uitleg over subsidievoorwaarden en inzicht in het aanvraagproces.
Cyberweerbaarheid
Het is belangrijk dat Nederland meer cyberweerbaar wordt. Cyberaanvallen worden steeds geavanceerder en kunnen een grote impact hebben op onze digitaliserende economie en samenleving. Bedrijven, inclusief het mkb, lopen dan risico’s zoals financiële schade, datalekken en reputatieverlies.
Innovatie in cybersecurity is cruciaal om de cyberweerbaarheid te vergroten. Met de Cybersecurity Funding Portal krijgen bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen sneller en makkelijker toegang tot de benodigde subsidies om hun projecten te realiseren. Zo komen cybersecurity-oplossingen dichterbij en vergroten we de cyberweerbaarheid van het Nederlandse bedrijfsleven.
Over de initiatiefnemers
De Cybersecurity Funding Portal is ontwikkeld door dcypher en NEXIS NCC-NL - met ondersteuning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Dcypher is het samenwerkingsplatform voor cybersecuritykennis en -innovatie. NEXIS NCC-NL is het Nationaal Coördinatie Centrum voor Cybersecurity. Dcypher en NEXIS NCC-NL combineren hun expertise van Nederlandse en Europese subsidies om bedrijven en kennis- en onderzoeksinstellingen optimaal te ondersteunen bij het vinden van passende subsidies voor hun cybersecurity-projecten.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Peter Sonneveld, woordvoerder
E peter.sonneveld@rvo.nl
M 06 2756 4032
Van de Subsidie Omschakeling Plasticverwerkers is nog de helft van het beschikbare budget voor 2024 beschikbaar. Van het totaal beschikbare bedrag voor 2024 is inmiddels voor € 2.963.900 aangevraagd, waarvan ongeveer de helft inmiddels is verleend. Dat betekent dat nog ruim € 3 miljoen subsidie beschikbaar is voor plasticverwerkers die willen onderzoeken hoe ze meer circulair plastic kunnen gaan gebruiken.
In cijfers:
| Status | Bedrag in euro (percentage totale budget 2024) |
| Verleend | 1.507.810 (25%) |
| In behandeling | 1.456.090 (24%) |
| Beschikbaar | 3.036.100 (51%) |
Per aanvraag is maximaal € 25.000 beschikbaar. Aanvragen voor dit jaar kunnen nog worden ingediend tot 3 oktober 2024 12:00 uur. Meer informatie en aanvragen kan via RVO.nl.
Met de subsidie kunnen plasticverwerkers technische tests uitvoeren om te onderzoeken of ze een deel van het fossiele plastic in hun productieproces kunnen vervangen door gerecycled of biogebaseerd plastic. Gerecycled plastic is plastic uit afval dat na inzameling en bewerking weer kan worden ingezet als plastic grondstof. Biogebaseerd plastic wordt gemaakt van bijvoorbeeld planten(resten) of algen.
Plastic wordt nu nog vooral gemaakt van fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas. Omdat deze grondstoffen eindig zijn en er bij de productie veel CO2vrij komt, moeten bedrijven die plastic (deel)producten maken meer gebruik gaan maken van gerecycled en biogebaseerd plastic.
Minder fossiel, meer recyclaat en biogebaseerd plastic
De subsidieregeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om een hoger percentage van gerecycled of biogebaseerd materiaal toe te passen in nieuwe plastics. Denk bijvoorbeeld aan plastic op basis van suikerriet dat verwerkt wordt in drinkflesjes.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Peter Sonneveld, woordvoerder
E peter.sonneveld@rvo.nl
M 06 2756 4032
Binnenkort openen 2 nieuwe subsidieregelingen voor laadinfrastructuur. Met de nieuwe regelingen kunnen ondernemers subsidie aanvragen om laadinfrastructuur aan te leggen. Ook is er geld beschikbaar voor advies.
Het aantal elektrische bestel- en vrachtwagens in Nederland groeit en daarom zijn er ook steeds meer laadmogelijkheden voor de transportsector nodig. Nederland is op weg naar uitstootvrij vervoer in 2050. Veel voertuigen zijn dan elektrisch. De regelingen zijn bedoeld om de overstap naar elektrisch logistiek vervoer, zoals bijvoorbeeld E-trucks, elektrische bestelauto’s en elektrische bussen, te versnellen.
SPRILA aanvragen is mogelijk vanaf dinsdag 24 september 9:00 uur. SPRILA staat voor 'Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij Bedrijven' en is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in laadpunten op eigen of gehuurd terrein. Aanvragen van SPULA is mogelijk van 1 oktober a.s. SPULA staat voor 'Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur Zwaar Vervoer' en is bedoeld voor de aanleg van publiek toegankelijke laadpunten voor zwaar wegvervoer.
SPRILA: Aanschaf van private laadinfrastructuur
Voorwaarde voor de SPRILA is dat laadinfrastructuur op eigen (of gehuurd) terrein wordt aangelegd, bijvoorbeeld een bedrijventerrein of distributiecentrum. Met de SPRILA Aanschaf krijgt een ondernemer een deel van de kosten vergoed voor de aanschaf en plaatsing van laadpunten voor het opladen van elektrische voertuigen. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de grootte van de onderneming en het vermogen van het laadstation. Mkb-ondernemingen krijgen tot 40% van de kosten vergoed, grote bedrijven tot 20%.
Batterij
Wanneer er onvoldoende netcapaciteit is, is het ook mogelijk om per laadlocatie aanvullende subsidie aan te vragen voor een stationaire batterij. Een uitdaging bij het aanleggen van laadinfrastructuur zijn de grenzen van het elektriciteitsnetwerk. Soms kan eigen batterijopslag uitkomst bieden. Een batterij kan overdag volladen en 's nachts een of meer voertuigen opladen. Een deel van de aanschafkosten voor zo'n stationaire batterij wordt vergoed via SPRILA Aanschaf en SPULA.
SPRILA Advies
Daarnaast is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor het inwinnen van extern advies over het aanleggen van laadpunten en het beter benutten van de ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Tot 50% procent van de advieskosten worden vergoed. Op deze manier wil de overheid voorkomen dat ondernemers investeringen uitstellen door een gebrek aan kennis. Voor SPRILA Aanschaf en SPRILA Advies is totaal in 2024 ruim € 42 miljoen beschikbaar.
SPULA: voor publiek toegankelijke laadinfrastructuur zwaar vervoer
Doel van de SPULA is om de uitrol van publiek toegankelijke laadlocaties voor zwaar wegvervoer te versnellen. De subsidie is bedoeld voor ondernemers die kosten maken voor aanleg of uitbreiding van de laadinfrastructuur die bijdraagt aan een landelijk dekkend netwerk voor zware elektrische voertuigen. De laadpunten moeten worden geplaatst op een locatie die altijd voor iedereen publiek toegankelijk is. Wanneer er onvoldoende netcapaciteit is, is het mogelijk om per laadlocatie aanvullende subsidie aan te vragen voor een stationaire batterij. Voor SPULA is in 2024 € 15 miljoen budget beschikbaar.
In overleg met sector
Beide subsidieregelingen zijn in overleg met de vervoerssector tot stand gekomen. Zo was er ruggespraak met brancheorganisaties en mkb'ers. Voor beide regelingen is er een internetconsultatie geweest.
Aanvragen
De subsidieregelingen worden uitgevoerd door de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Aanvragen van subsidie is mogelijk via de website van RVO. Subsidie aanvragen voor SPRILA Aanschaf en Advies is mogelijk vanaf dinsdag 24 september 9:00 uur tot en met 31 december 2024 12:00 uur. Aanvragen voor SPULA is mogelijk vanaf dinsdag 1 oktober 9:00 uur tot en met 31 december 2024 12:00 uur. Behandeling van de aanvragen is op volgorde van datum binnenkomst.
Achtergrondinformatie
Subsidieregelingen laadinfrastructuur: SPRILA en SPULA
Aantal geregistreerde elektrische bedrijfsvoertuigen in Nederland
Laadkaart zwaar vervoer (Nationale Agenda Laadinfrastructuur)
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Voor vragen over uitvoering - Woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Marcus Polman | marcus.polman@rvo.nl | 06 2161 7902
Voor vragen over beleid - Woordvoerder Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: Lennart Wegewijs | lennart.wegewijs@minienw.nl | 06 2535 7354
Steeds meer elektrische rijders zien de voordelen van slim laden bij de laadpaal, zo blijkt uit Nationaal Laadonderzoek 2024. Het jaarlijkse onderzoek, dit jaar de vijfde editie, is het grootste landelijke onderzoek naar de meningen en ervaringen van elektrische rijders (EV-rijders). Slim laden kan goed zijn voor de portemonnee van de EV-rijder én helpt bovendien om het stroomnet te ontlasten tijdens piekuren. Bij slim laden plugt de automobilist in bij aankomst, maar het laden begint (bijvoorbeeld via een app) op een ander moment of met een andere snelheid. Afhankelijk van wanneer de stroom goedkoper is, er meer duurzame stroom is, of wanneer het minder druk is op het stroomnet.
Laden met eigen zonnepanelen
Vooral thuis wordt al vaak slim geladen. Van de mensen die slim laden doet 83% dit thuis. Met name elektrische rijders die zelf de laadrekeningen betalen (2/3) hebben veel interesse in slim laden, zo blijkt uit het onderzoek.
Veelgebruikt is laden op dynamische stroomtarieven en laden op duurzaam opgewekte energie afkomstig van zonnepanelen op de eigen woning. Bijna alle thuisladers hebben zonnepanelen (91%). Zij willen de opgewekte zonnestroom vaker gebruiken voor opladen. EV-rijders hebben veel interesse om vaker gebruik te maken van lage stroomtarieven in daluren. 23% laadt al thuis met een dynamisch stroomcontract en is daar heel tevreden over. 31% wil dit nog gaan gebruiken. In Nederland maakt nu 4% van de huishoudens gebruik van dynamische stroomtarieven.
Groei slim laden publieke laadpalen
De EV-rijder is het afgelopen jaar vaker gaan slim laden op het werk en bij de publieke laadpaal. 17% geeft aan weleens slim te laden op het werk, tegenover 10% vorig jaar. Bij de openbare laadpaal is dit gestegen van tot 23% vergeleken met 14% vorig jaar.
Een vijfde van de EV-rijders wil graag dynamische tarieven aan de publieke laadpaal. Zij geven daarbij aan zelf te willen bepalen wanneer zij wel of niet slim laden tijdens piek- en daluren.
EV-rijders hebben minder behoefte aan laadzekerheid bij het slim laden. Vorig jaar gaf 72% aan alleen te kiezen voor slim laden als er een minimaal laadvolume gegarandeerd kon worden. Dit jaar is dat 43%.
Meer betalen op piekuren
EV-rijders zijn onder voorwaarden bereid tijdens piekuren meer te betalen voor laden. Maar wel met een zogenoemde opt-out mogelijkheid (ofwel tegen meerprijs te allen tijde aan een laadpunt kunnen laden). 70% wil slim laden uit kunnen zetten aan de publieke laadpaal. Ook als een opt-out zou leiden tot een hoger laadtarief verwacht 32% dit wel eens te gebruiken.
Bi-directioneel laden
Normaal gesproken stroomt elektriciteit naar de auto toe. Maar bij bi-directioneel laden kan het ook andersom en wordt de batterij van de elektrische auto als tijdelijke opslag gebruikt. De thuislader wil graag bi-directioneel kunnen laden (49%) vooral voor het opslaan van stroom uit zonnepanelen om deze later te gebruiken om het eigen huis van stroom te voorzien. 68% denkt dat de elektrische auto een onlosmakelijk onderdeel wordt van de energietransitie en 37% denkt (heel) waarschijnlijk geld te gaan verdienen met de eigen ‘rijdende batterij’.
Al vijf jaar hoge tevredenheid over laadpunten
Alle laadinfrastructuur in Nederland scoort een ruim voldoende of hoger. Het thuislaadpunt wordt net zoals vorige edities het best beoordeeld met een 9,2. Laadpunten in het buitenland scoren het laagst (6,2), hoewel de beoordeling is verbeterd vergeleken met vorig jaar (5,9). Privé laden wordt het meest gebruikt. De meeste respondenten (72%) hebben de mogelijkheid thuis aan een privé laadpaal op te laden. De laadmix (in geladen kilometers) is: 58% thuis, 15% publiek bij huis, 5% publiek elders, 12% werk, 9% snellader. De batterij van de elektrische auto voldoet meestal voor de dagelijkse afstanden. 45% van de EV-rijders hoeft onderweg nooit bij te laden (exclusief vakantie). Dat is 5%-punt meer dan vorig jaar. Driekwart van de EV-rijders hoeft slechts maximaal 1 keer per maand bij te laden.
Over het onderzoek
Het Nationaal Laadonderzoek is in samenwerking met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgezet en uitgevoerd en is een initiatief van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), ElaadNL en de Vereniging Elektrische Rijders (VER). De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is betrokken bij de uitvoering en validatie van het onderzoek. Aan het onderzoek deden 4.952 respondenten mee.
Meer informatie
- Download het gehele onderzoek hier, inclusief uitsplitsing per regio
- De resultaten van het Nationaal Laadonderzoek 2023 worden toegelicht in het webinar op donderdag 12 september, 15:00 – 16:00 uur.
***********************************
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Marcus Polman | marcus.polman@rvo.nl | 06 21 61 79 02
Woordvoerder Vereniging Elektrische Rijders: Maarten van Biezen | maartenvanbiezen@evrijders.nl | 06 155 99 743
Vanaf vandaag is er extra budget beschikbaar voor particulieren voor de aanschaf van een gebruikte volledig elektrische personenauto. In totaal is er € 23,1 miljoen extra beschikbaar. Medio juli was het eerdere subsidiebudget voor gebruikte elektrische auto’s voor dit jaar op. Dit is het laatste jaar dat er subsidie kan worden aangevraagd. De Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) stopt per 1 januari 2025. Voor nieuwe elektrische personenauto’s is dit jaar nog € 22,3 miljoen beschikbaar.
Het extra budget komt boven op het eerdere budget voor gebruikte elektrische auto’s van dit jaar (€ 29,4 miljoen). Met deze ophoging krijgen meer Nederlanders met een meer beperkt budget de mogelijkheid om over te stappen op een elektrische auto. Er is gekozen om het overgebleven subsidiebudget voor nieuwe elektrische auto’s in 2023 (€ 23,1 miljoen) over te hevelen naar 2024. Met deze ophoging zal het nieuwe subsidieplafond voor gebruikte elektrische personenauto’s naar verwachting eind 2024 zijn bereikt. Er kunnen nog 11.550 gebruikte elektrische auto’s met de aanvullende subsidie worden aangeschaft.
Vijf jaar SEPP
De SEPP-regeling is 1 juli 2020 van start gegaan. Doel van de subsidieregeling is om elektrisch rijden voor particulieren aantrekkelijk maken. Elektrische auto’s zijn voordelig in gebruik, maar duurder in de aanschaf. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken dat particulieren bij aanschaf of private lease subsidie kunnen aanvragen. De regeling geldt voor elektrische auto’s in het segment kleinere en compacte middenklasse, met een catalogusprijs (oorspronkelijke nieuwprijs) tussen de € 12.000 en € 45.000. Voor gebruikte elektrische auto’s is de subsidie € 2.000 per aanvraag, voor nieuw € 2.950. Bij de start van de regeling is opgenomen dat deze maximaal vijf jaar zou duren.
Sinds de start zijn er bijna 100,000 elektrische auto’s met behulp van SEPP-subsidie aangeschaft. Mede door een ruimer aanbod van gebruikte elektrische auto’s is de laatste jaren de interesse van consumenten in de aanschaf van een gebruikte elektrische auto’s gegroeid. Het beschikbare budget voor gebruikte elektrische auto's is daarom elk jaar verhoogd. Met de aanvulling komt het totaalbudget voor gebruikte elektrische auto’s dit jaar op € 52,5 miljoen. Voor nieuwe elektrische auto’s is in 2024 totaal € 58 miljoen beschikbaar.
Markt
Momenteel zijn er 502.180 volledig elektrische personenauto’s geregistreerd (peildatum juli 2024) op een totaal van bijna 10 miljoen personenauto’s (circa 5,%). Van alle nieuw verkochte personenauto’s is dit jaar 31% volledig elektrisch (bron: RVO). Als de regeling eind dit jaar stopt en het gehele budget is aangevraagd zullen er in vijf jaar 116.893 elektrische auto’s zijn aangeschaft met behulp van de SEPP-subsidie (nagenoeg evenveel nieuwe auto’s als gebruikte).
Aanvragen
De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Subsidie aanvragen is mogelijk via de website van RVO. Alleen koop- en leasecontracten die getekend zijn in 2024 komen in aanmerking voor subsidie. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.
Meer informatie
• Algemene informatie aanvragen SEPP
• Autolijst met auto’s die in aanmerking komen voor subsidie
• Cijfers elektrische personenauto’s in Nederland
Top 5
Onderstaand de vijf automerken waarvoor het vaakst SEPP is aangevraagd (in 2024 tot op heden):
| 2024 | Nieuw | Gebruikt |
| 1 | Volvo | Volkswagen |
| 2 | Tesla | Renault |
| 3 | Kia |
Hyundai |
| 4 | Citroën | Peugeot |
| 5 | BYD | Nissan |
***************
Noot voor de redactie, niet voor publicatie
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Marcus Polman, woordvoerder: marcus.polman@rvo.nl | 06 21 61 79 02
Vandaag zijn de innovatie- en de verplaatsingsregelingen in de Staatscourant gepubliceerd voor boeren die vrijwillig willen bijdragen aan het verminderen van stikstofneerslag op overbelaste Natura 2000-gebieden. Daarnaast volgt binnenkort de vrijwillige beëindigingsregeling voor kleinere sectoren, zoals melkgeiten en konijnen. Hiermee zijn alle regelingen uit de aanpak piekbelasting bekend, waardoor boeren in de gelegenheid zijn om een weloverwogen keuze te maken over hun toekomst. Dat is geen eenvoudig opgave. Daarom kunnen boeren gebruikmaken van een (gratis) zaakbegeleider die hen als vast aanspreekpunt informeert en ondersteunt.
Minister Femke Marije Wiersma: "Nu ook de laatste regelingen bekend zijn, komen we onze belofte na om boeren de kans te geven een weloverwogen keuze te maken uit de diverse opties die er zijn. Het is goed dat er dankzij de innovatie- en verplaatsingsregeling ook mogelijkheden ontstaan voor boeren die hun bedrijfsvoering willen verplaatsen of doorontwikkelen: dat biedt perspectief".
De innovatieregeling
De innovatieregeling binnen de aanpak piekbelasting betreft de investeringsmodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). Hiervoor komen veehouderijen in aanmerking met melkvee, varkens en vleeskalveren, die vallen in de doelgroep van bedrijven met piekbelasting. Deze bedrijven kunnen investeren in bewezen technieken die de stikstofneerslag fors verminderen, zoals stalsystemen en luchtwassers. Voorwaarde voor het aanvragen van de deze subsidie is dat het dieraantal op de veehouderijlocatie 5 jaar niet toeneemt.
De subsidieregeling staat open van 21 oktober 2024 tot en met 8 januari 2025, met een beschikbaar gesteld bedrag van € 60 miljoen. Meer informatie over deze regeling vindt u op de website van RVO.
De verplaatsingsregeling
Ook de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp) is vandaag gepubliceerd. Deze regeling richt zich op het stimuleren van vrijwillige verplaatsing naar een hervestigingslocatie waar geen of wezenlijk minder stikstofneerslag op overbelaste Natura 2000-gebieden wordt veroorzaakt. Die locatie kan ook in een ander land binnen de Europese Unie zijn. In totaal is er € 105 miljoen beschikbaar; dit geld wordt verdeeld over de twee modules van de regeling. Meer informatie over deze regeling vindt u op de website van RVO.
De vrijwillige beëindigingsregeling voor kleinere sectoren
De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren zal naar verwachting eind september gepubliceerd worden en in november 2024 open gaan. Deze regeling is bedoeld voor veehouderijen met de diercategorieën melkgeiten, vleeskalveren, overig rundvee, vleeseenden en konijnen die voldoen aan de drempelwaardes voor stikstofneerslag van de Lbv-plus of de inmiddels gesloten Lbv. Meer informatie volgt na publicatie van de regeling op de website van RVO.
Over de aanpak piekbelastingDe aanpak piekbelasting is een aanpak gericht op de circa 3.000 bedrijven die de meeste stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden veroorzaken. Deelname is vrijwillig. Het betreft veelal agrarische bedrijven en enkele industriële bedrijven. Voor die laatste groep wordt onder leiding van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gewerkt aan de aanpak industriële piekbelasting. Binnen de aanpak piekbelasting zijn er diverse mogelijkheden voor boeren. Dit zijn: innoveren, omschakelen, extensiveren, beëindigen en verplaatsen. Uitgebreide informatie over deze vrijwillige subsidieregelingen vindt u hier. |
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Brenda Heidinga, woordvoerder
E brenda.heidinga@rvo.nl
M 06 1565 8393
In de eerste 6 maanden van 2024 zijn er 2.556 voorwerpen van beschermde planten en dieren anoniem ingeleverd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een flinke toename, aangezien er in heel 2023 1.760 voorwerpen werden ingeleverd. De spullen die zijn ingeleverd bestaan onder andere uit ivoor, koraal, slangenleer en opgezette dieren. De voorwerpen werden ingeleverd in de CITES-inleverbak die staat bij de RVO in Den Haag.
Ingeleverde voorwerpen
Sinds 1 januari 2022 is er een strengere Europese wetgeving rond de handel in voorwerpen van olifantenivoor. De invloed van deze wetgeving is duidelijk te zien in onderstaande cijfers. Veel mensen voelen zich er niet meer prettig bij om voorwerpen van ivoor in bezit te hebben. Zij kiezen ervoor om bijvoorbeeld beeldjes, armbanden, kettingen, schaakstukken, biljartballen of pianotoetsen in te leveren. Behalve ivoor leverden mensen ook andere voorwerpen in, zoals de huid van een cheeta, slangen- en varanenleren tasjes en verschillende opgezette dieren. Het grootste gedeelte van de ingeleverde voorwerpen wordt vernietigd, waardoor deze niet in de (illegale) handel terechtkomen. Een klein deel wordt voor educatieve doeleinden gebruikt.
| Totaal ingeleverd | Waarvan Ivoor | |
| 2023 | 1.760 | 1.651 |
| 2024 | 2.556 | 1.169 |
Ik ga op vakantie en neem niet mee
Koraal is beschermd en mag je niet meenemen naar Nederland. Ook een slangenleren tasje dat je in het vakantieland in de winkel hebt gekocht, mag je niet meenemen. Het mag alleen met de juiste documenten. De regels gelden ook voor bijvoorbeeld de veren van een beschermde vogel of het schild van een beschermde schildpad. Maar ook voor medicijnen en voedingsmiddelen. Zo mag je geen Turkse koffie meenemen waar de Orchideeknol (salep) in is verwerkt, omdat alle orchideesoorten beschermd zijn. Wil je weten of je een voorwerp mag meenemen? Op onze website kun je controleren of je te maken hebt met een CITES-soort en welke regels hiervoor gelden.
Inleverbak
Heb je een voorwerp van een beschermde soort in huis en wil je hier van af? Lever het dan anoniem bij ons in of stuur het op.
Meer informatie vindt u op CITES.
Saskia Lalta, woordvoerder
E saskia.lalta@rvo.nl
M 06 273 56174
Nederland verdient fors meer aan de uitvoer van fietsen aan het buitenland. In 7 jaar tijd is deze markt meer dan verdubbeld. De totale exportwaarde van de sector groeide door van € 1,1 miljard in 2015 naar € 2,37 miljard in 2022.
Dat blijkt uit het rapport 'Internationaal verdienpotentieel Nederlandse fietsensector' opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze fietsen worden voornamelijk geëxporteerd naar de Europese Unie. In totaal is er in Nederland € 3,24 miljard aan fietsen geproduceerd in 2022. De toegevoegde waarde kwam uit op 1,22 miljard.
Nederland wordt wereldwijd erkend om zijn uitgebreide fietsdeskundigheid die zich uitstrekt van de productie van fietsen tot geavanceerde mobiliteitsdiensten en infrastructuurontwerp. Voor veel landen is ons land een voorbeeld voor het gebruik van de fiets als een duurzaam en gezond vervoermiddel. Dat dit een maatschappelijke winst is die kan oplopen tot miljoenen euro’s tonen bijvoorbeeld samenwerkingsprojecten tussen Nederlandse en andere Europese steden of initiatieven van jonge Nederlandse bedrijven.
E-bikes bijna 80% van omzet
Opvallend is het grote aandeel van e-bikes, die goed waren voor 56% van de markt en bijna 80% van de totale omzet, wat neerkomt op € 1,17 miljard. De gemiddelde prijs van een nieuwe fiets steeg in 2023 met 24% naar € 1.815, met een nog sterkere stijging voor e-bikes naar een gemiddelde prijs van € 2.574.
Eerst zorgde een toename van de vraag naar fietsen door COVID-19 voor extra groei van de fietsensector. Na een kleine terugval in de groei de afgelopen jaren door eerst leveringsproblemen en daaropvolgende overschotten in de markt lijkt de sector de positieve trend dankzij de sterke uitgangspositie weer op te pakken.
Naast fysieke producten zoals fietsen, is fietsinfrastructuur en ook kennis een exportproduct van de Nederlandse fietsensector. Zo zijn er verschillende projecten die kennis van Nederlandse bodem exporteren naar andere EU-landen. Die kennisoverdracht is weer een goede voedingsbodem om de Nederlandse fiets in het buitenland te introduceren.
Innovatieve concepten
Voorbeelden van innovatieve concepten uit het fietsecosysteem met internationale betekenis zijn Swapfiets, Lease-a-bike en OV-fiets. Alle drie hebben ze op hun eigen manier impact op het fietsgedrag en de maatschappelijke waarde. Met een exportgroep als onderdeel van het International Clean Energy Partnership (ICEP), handelsmissies en internationale netwerken ondersteunt RVO de fietsensector.
Fietsen internationaal
Om andere landen op de fiets te krijgen zijn er 5 hoofdfactoren die cruciaal zijn voor het creëren van optimale condities voor mensen om de fiets te pakken. Het gaat om de inrichting van het stedelijk landschap, de aanwezigheid van alternatieve vervoersmodaliteiten, het verkeersbeleid, sociale bewegingen en de culturele status van fietsen. Deze factoren verklaren waarom het fietsen in sommige steden bloeit, terwijl het in andere steden achterblijft.
Nederland heeft van oudsher een bloeiende en innovatieve fietsensector. Bovendien is er een sterke basis gelegd voor internationale kennisdeling voor de fiets, mede dankzij de leidende rol op internationaal vlak en een rijke geschiedenis van innovatie in fietsinfrastructuur.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Vincent Triest, woordvoerder
E vincent.triest@rvo.nl
M 06 2934 6931
Wat kunnen ondernemers – naast de inspanningen van de netbeheerders en andere partijen - zelf doen om problemen met netcongestie op korte termijn het hoofd te bieden? In het onderzoeksrapport 'Oplossingen voor netcongestie bij bedrijven' zijn succesvolle praktijkvoorbeelden in beeld gebracht en worden zeven praktische oplossingen voor bedrijven aangedragen. Met onder meer 'sturing-achter-de-meter' en 'elektriciteitsopslag' zijn goede resultaten gerealiseerd door bedrijven die te maken hebben met netcongestie, zo blijkt uit het onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Door de overstap op duurzame energie (energietransitie) neemt de vraag naar elektriciteit toe. Op piekmomenten ontstaat file op het elektriciteitsnet, ofwel netcongestie. Netbeheerders moeten daarom steeds vaker bedrijven die aanvragen doen voor (de uitbreiding van) transportcapaciteit op een wachtlijst zetten. Om het huidige gebrek aan capaciteit op te lossen wordt door de netbeheerders hard gewerkt aan uitbreiding van het elektriciteitsnet. Dit kost veel tijd en geld. In de tussentijd worden bedrijven uitgedaagd genoodzaakt efficiënter en bewuster om te gaan met de beschikbare capaciteit.
Belang voor ondernemers
Het onderzoek laat zien welke mogelijkheden ondernemers hebben als ze geconfronteerd worden met netcongestie. Voor ondernemers is het belangrijk om te kijken welke oplossingen nu al mogelijk zijn om efficiënter gebruik te maken van het elektriciteitsnet. Dat kan in veel gevallen financieel voordelen opleveren, bijvoorbeeld omdat het netkosten bespaart.
Meeste potentieel
In het rapport staan zeven oplossingen uitgewerkt aan de hand van analyses van 49 succesvolle praktijkvoorbeelden van bedrijven uit verschillende sectoren. Veel potentie zit in individuele oplossingen zoals 'sturing-achter-de-meter', zo blijkt uit het onderzoek. Door het elektriciteitsverbruik op piekmomenten te verschuiven naar andere momenten kan netcongestie worden verminderd. Concreet bestaat deze oplossing uit hardware en software die monitoring en sturing van vraag en aanbod van elektriciteit mogelijk maakt. Ook elektriciteitsopslag in de vorm van batterijopslag kan door een bedrijf worden ingezet, afhankelijk van de sector. Een andere oplossing is een capaciteitsbeperkend contract (CBC). Dit contract biedt bedrijven de mogelijkheid om hun elektriciteitsverbruik flexibel aan te passen. In ruil voor een financiële vergoeding verbinden bedrijven zich eraan om hun energieverbruik te verminderen op momenten van congestie.
Energiehubs
Collectieve oplossingen waar volgens het onderzoek grote kansen liggen zijn het delen van één bestaande netaansluiting door 2 gebruikers (‘cable pooling’) en het afsluiten van groepscontracten waarbij meerdere bedrijven gezamenlijk vermogen afnemen van de netbeheerder (ook bekend als ‘energiehub’).
Kosten
Naast het potentieel van de verschillende oplossingen (hoeveel vermogen kan met een oplossing gerealiseerd worden?) behandelt het rapport 'Oplossingen voor netcongestie bij bedrijven' de nettokosten van de verschillende oplossingen. In een andere, aparte studie van onderzoeksbureau Ecorys is de brutokostprijs van netcongestie onderzocht, ofwel de gemiste inkomsten van bedrijven doordat zij geen grotere of helemaal geen netaansluiting kunnen krijgen. Een vergelijking van beide rapporten leert dat de brutokosten van de beschreven oplossingen over het algemeen lager zijn dan kosten en gederfde inkomsten die bedrijven zouden ondervinden als gevolg van netcongestie.
Aanbevelingen
De onderzoekers concluderen dat ondernemers het beste kunnen beginnen met individuele oplossingen en om prioriteit te geven aan het in kaart brengen van het elektriciteitsverbruik, nu en voor de komende jaren. Het is daarbij belangrijk om te kijken naar de momenten waarop de stroom verbruikt wordt (het verbruiksprofiel) en de mate van flexibiliteit in het stroomverbruik (is het mogelijk een deel op een ander moment te gebruiken?). Verder wordt ondernemers aangeraden om bij de netbeheerder na te gaan of capaciteitsbeperkende contracten en groepscontracten lokaal mogelijk zijn.
Het onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Merosch en onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In totaal zijn 49 praktijkvoorbeelden geanalyseerd waar één of meerdere oplossingen worden toegepast in netcongestiegebied.
Meer weten?
• Rapport ‘Oplossingen voor netcongestie bij bedrijven’
• Factsheets voor ondernemers
• Informatie RVO over Netcongestie en flexibel energieverbruik
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Marcus Polman, woordvoerder
E marcus.polman@rvo.nl
M 06 2161 7902
De grootste vergunningsronde voor windparken op zee in Nederland tot nu toe is succesvol afgerond. Noordzeker, een consortium van ABP, APG en SSE Renewables, is de winnaar van de vergunning voor windpark IJmuiden Ver kavel Alpha. Hierbij ligt de nadruk op de versterking van de natuur van de Noordzee. Zeevonk II, een joint venture van Vattenfall en Copenhagen Infrastructure Partners (CIP) is de winnaar van IJmuiden Ver kavel Beta. Bij dit windpark ligt de nadruk op de slimme inpassing van het windpark in het energiesysteem. De twee windparken zullen hernieuwbare elektriciteit produceren en hebben elk een vermogen van ten minste 2 gigawatt (GW). De windparken zullen naar verwachting in 2029 in gebruik worden genomen.
De windenergiegebieden liggen ongeveer 62 km uit de kust en worden aangesloten op het stroomnet op zee via 2 platforms met een verbinding naar land. De elektriciteit van kavel Alpha landt aan in Borssele en de elektriciteit van kavel Beta landt aan op de Maasvlakte. Beide kavels zijn vergund met een vergelijkende toets met financieel bod. Met de bouw van deze windparken wordt weer een flinke stap gezet in het vergroten van de energieonafhankelijkheid en verduurzaming van Nederland. Samen zijn deze windparken goed voor ongeveer 14% van het totale huidige elektriciteitsverbruik in Nederland.
Minister Jetten (Klimaat en Energie): "Noordzeker en Zeevonk II hebben mooie plannen voor deze nieuwe windparken op zee. Het laat zien dat windparken en natuur goed samen kunnen gaan, en dat wind op zee met slimme oplossingen kan helpen bij het verminderen van druk op het stroomnet op land. De marktomstandigheden zijn ingewikkelder geworden, dus ik ben extra blij dat deze partijen de windparken op zee willen bouwen!"
Versterking natuur Noordzee
Het windpark in IJmuiden Ver kavel Alpha draagt bij aan het herstel en de versterking van de Noordzee natuur. In de plannen van Noordzeker zitten turbine- en windparkontwerpen die bijdragen aan de bescherming van vogels, en maatregelen die de verstoring van zeezoogdieren tijdens de bouw- en exploitatieperiode sterk zullen verminderen. Ook zal Noordzeker verschillende kunstmatige riffen installeren bij ruim 75% van de turbines. Daarnaast gaat Noordzeker een levend laboratorium bouwen om te laten zien hoe windparken kunnen helpen om klimaatverandering tegen te gaan. Noordzeker heeft een financieel bod van ruim € 1 miljoen euro per jaar gedaan, wat Noordzeker gedurende de gehele vergunningsduur van 40 jaar jaarlijks zal betalen. Ook betaalt Noordzeker de kosten van de milieueffectrapportages en locatiestudies ter hoogte van ongeveer € 20 miljoen.
Inpassing in het energiesysteem op land
Het ontwerp van het windpark IJmuiden Ver kavel Beta heeft als doel de opgewekte elektriciteit beter te integreren in het energiesysteem en overbelasting van het stroomnet op land te voorkomen. Zeevonk II zal een elektrolyser (waterstoffabriek) met een capaciteit van 1 GW gaan bouwen in de haven van Rotterdam. Doordat de elektriciteit van het windpark op de Maasvlakte aan land komt en de elektrolyser daar in de buurt wordt gebouwd, hoeft de elektriciteit niet eerst verder het stroomnet op. Dit ontlast de druk op het stroomnet. Zeevonk II heeft een financieel bod van € 20 miljoen euro per jaar gedaan, ook voor een periode van 40 jaar. Ook Zeevonk II betaalt de kosten van de milieueffectrapportages en locatiestudies ter hoogte van ongeveer € 20 miljoen.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft samen met onafhankelijke expertcommissies de aanvragen beoordeeld. Ook de vergunningaanvragen voor de volgende tenders voor kavels IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek I (samen 4 GW) zullen op basis van een vergelijkende toets met financieel bod worden beoordeeld. Aan het einde van het 3e kwartaal van 2025 kunnen windparkontwikkelaars een vergunningaanvraag voor deze windparken indienen. Deze windparken zijn onderdeel van de plannen voor de realisatie van 21 GW aan windenergie op zee in 2032. Voor deze 21 GW zal ongeveer 4,4 % van het Nederlandse deel van de Noordzee nodig zijn. Binnen deze windenergiegebieden zijn ook vormen van medegebruik mogelijk, waardoor de ruimte nog beter kan worden benut.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Marcus Polman, woordvoerder
E marcus.polman@rvo.nl
M 06 2161 7902
Maandag 3 juni ging de subsidieregeling voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed open. De subsidieregeling komt eigenaren van maatschappelijk vastgoed tegemoet in de kosten om te verduurzamen. Het beschikbare budget is dit jaar € 452.300.000, een ruime verdubbeling vergeleken met vorig jaar. Na de eerste dag zijn er 1.364 aanvragen ingediend, voor een totaalbedrag van ruim € 280 miljoen.
De grote interesse laat zien dat eigenaren hun gebouwen graag willen verduurzamen. Het verduurzamen van (publieke) gebouwen moet een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelen. Het gaat om het verduurzamen van o.a. scholen, culturele instellingen, overheidsgebouwen, religieuze gebouwen, zorginstellingen en monumenten. Hoge energietarieven en de noodzaak om energie te besparen maken verduurzaming van maatschappelijk vastgoed extra urgent. Het doorvoeren van verduurzamingsmaatregelen levert niet alleen een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie maar kan ook zorgen voor forse besparingen op de energierekening, en voor meer comfort in schoolgebouwen, kerken, moskeeën, theaters, ziekenhuizen en andere instellingen.
Derde ronde
De Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (hierna DUMAVA) is 2 jaar geleden voor het eerst opengesteld en was na één dag overtekend (€ 150 miljoen budget beschikbaar, € 300 miljoen aangevraagd). Vorig jaar was tweede ronde DUMAVA met een budget van € 190 miljoen. In die ronde zijn er op de eerste dag 1.524 aanvragen binnengekomen waarmee totaal € 375 miljoen subsidie is aangevraagd. Vanwege de grote belangstelling is het budget dit jaar verhoogd tot € 452.300.000 (onder andere door middelen uit de DUMAVA-reeks naar voren te halen).
Verduurzamingsprojecten
Het grootste deel van DUMAVA (€ 283.700.000) is gereserveerd voor zogenoemde integrale verduurzamingsprojecten waarbij een pakket van maatregelen gebaseerd op maatwerkadvies wordt uitgevoerd. Voorwaarde voor subsidie is dat het maatregelenpakket leidt tot een energieprestatieverbetering van minstens 3 energielabelstappen (voor niet-monumentale panden tot minimaal energielabel B). Van de beschikbare subsidie is € 47 miljoen speciaal gereserveerd voor gebouwen in het basis- en voortgezet onderwijs. Voor deze doelgroep is dus zowel het generieke plafond als dit extra bedrag beschikbaar.
Subsidie losse maatregelen
Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor losse maatregelen. Maatregelen die in aanmerking komen voor subsidie zijn vastgelegd in de Maatregelenlijst. Voorbeelden zijn isolatiemaatregelen (dak, gevel, spouw, vloer), HR-glas, warmtepomp, zonnepanelen het vergroenen van een dak of gevel. De DUMAVA-subsidie bedraagt minimaal € 5.000 en maximaal € 1,5 miljoen per aanvraag en kan worden aangevraagd voor de kosten van verduurzamingsmaatregelen, maar ook voor energieadvies en voor certificering met energielabel.
Energie besparen
De DUMAVA-regeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de gebouwde omgeving (woningen en gebouwen) te verduurzamen zoals vastgelegd in het beleidsprogramma 'Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving', onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda.
De regeling keert jaarlijks terug tot 2030. In totaal is er € 1,9 miljard beschikbaar, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Eigenaren zijn hierdoor flexibel om te bepalen in welk jaar zij de subsidie willen aanvragen.
De aanvragen worden door de Rijkdienst van Ondernemend Nederland (RVO) beoordeeld. Aanvragers hadden 2 weken voor de openstelling de mogelijkheid om de conceptaanvraag voor te bereiden en klaar te zetten om in te dienen.
Meer informatie over DUMAVA: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)
*** Niet voor publicatie***
Meer informatie: Marcus Polman, woordvoerder RVO | marcus.polmant@rvo.nl | 06 2161 79 02.
Bedrijven die plastic producten maken kunnen vanaf 18 juni subsidie aanvragen om te onderzoeken hoe ze meer circulair plastic kunnen gaan gebruiken. Hier is tot 2030 in totaal 49 miljoen euro voor beschikbaar.
Hiermee kunnen plasticverwerkers technische tests uitvoeren om te onderzoeken of ze een deel van het fossiele plastic in hun productieproces kunnen vervangen door gerecycled of biogebaseerd plastic. Gerecycled plastic is plastic uit afval dat na inzameling en bewerking weer kan worden ingezet als plastic grondstof. Biogebaseerd plastic wordt gemaakt van bijvoorbeeld planten(resten) of algen.
Plastic wordt nu nog vooral gemaakt van fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas. Omdat deze grondstoffen eindig zijn en er bij de productie veel CO2 vrij komt, moeten bedrijven die plastic (deel)producten maken meer gebruik gaan maken van gerecycled en biogebaseerd plastic.
Minder fossiel, meer recyclaat en biogebaseerd plastic
De subsidieregeling is onderdeel van een breder pakket aan maatregelen om een hoger percentage van gerecycled of biogebaseerd materiaal toe te passen in nieuwe plastics. Denk bijvoorbeeld aan plastic op basis van suikerriet dat verwerkt wordt in drinkflesjes.
In Nederland wordt momenteel ongeveer 8% van de plastic (deel)producten gemaakt met recyclaat. Biogebaseerd plastic wordt nog maar zeer beperkt toegepast. Dat percentage moet omhoog.
Minister Mark Harbers: "We willen af van het gebruik van fossiele grondstoffen. Niet alleen als energiebron, maar ook als grondstof voor dingen die we maken, zoals plastic. Het doel is om in Nederland in 2050 klimaatneutraal én volledig circulair te zijn. Dat wil zeggen een economie waarin we grondstoffen steeds blijven hergebruiken en er nagenoeg geen afval overblijft. Daar hebben we het bedrijfsleven hard bij nodig en met subsidies als deze helpen we ze om de overstap te maken van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen."
Nationale circulaire plastic norm
Het kabinet werkt aan de invoering van een nationale circulaire plastic norm (NCPN). Dat houdt in dat in Nederland vanaf 2027 een oplopend percentage gerecycled of biogebaseerd materiaal wordt toegepast in nieuwe plastics. Deze subsidieregeling wordt beschikbaar gesteld in combinatie met de invoering van de NCPN en is onderdeel van een pakket van in totaal € 267 miljoen aan subsidies voor het stimuleren van circulair plastic.
De subsidie is tot stand gekomen in overleg met de sector van plasticverwerkers. De regeling wordt ingesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Peter Sonneveld, woordvoerder
E peter.sonneveld@rvo.nl
M 06 27 356 174
Bedrijven hebben in 2023 meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. In totaal zijn er 12.757 aanvragen ingediend en komt het totaalbedrag van deze investeringen uit op € 5,8 miljard. Dat is bijna 2 miljard meer dan in 2022. Duurzame en circulaire investeringen in de gebouwde omgeving zijn het meest in trek.
Dit blijkt uit het jaarverslag MIA\Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert. Via twee fiscale regelingen maakt de overheid het investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk: Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).
Hoger investeringsbedrag en beschikbaar budget
Ondernemers hebben in 2023 in totaal 12.757 aanvragen ingediend. Dat is een stijging van 14% ten opzichte van 2022, toen er 11.185 aanvragen zijn ingediend. Het totaalbedrag aan investeringen dat hiermee gemoeid is komt uit op € 5,8 miljard. Dat is bijna 2 miljard meer dan het jaar ervoor (2022: € 3,9 miljard). Bij € 5,8 miljard aan investeringen bedraagt het fiscale voordeel voor ondernemers circa € 329 miljoen. Het definitieve belastingvoordeel voor bedrijven valt naar verwachting lager uit omdat RVO nog niet alle aanvragen van 2023 heeft beoordeeld. Dat betekent dat het MIA\Vamil-budget van 2023 (€ 217 miljoen) is overschreden. Dit kan met de meerjarig opgebouwde budgetreserve van de MIA\Vamil worden opgevangen. Ook zijn er maatregelen genomen om een budgetoverschrijding in 2024 te voorkomen.
Gebouwde omgeving en circulariteit
De belangstelling van ondernemend Nederland om te investeren in circulaire en duurzame gebouwen en woningen blijft groot. Er is ten opzichte van 2022 fors meer geïnvesteerd in de gebouwde omgeving. In 2023 komt het totale investeringsbedrag uit op € 3,5 miljard, wat een ruime verdubbeling is.
Ook is er ten opzichte van 2022 aanzienlijk meer geïnvesteerd in aanpassingen van productieprocessen om grondstoffen te besparen. In nieuwe en innovatie recyclingapparatuur is beduidend minder geïnvesteerd dan het jaar ervoor.
Duurzame Mobiliteit
Mobiliteitsinvesteringen zijn met ruim een derde toegenomen naar € 1,3 miljard, met een groot aandeel voor elektrisch vervoer (bestelauto’s, vrachtwagens, bussen en mobiele werktuigen). Van het totaal aantal aanvragen is rond de 70% onder het hoofdstuk Mobiliteit van de Milieulijst ingediend.
Duurzame landbouw
Ook landbouw blijft met 2400 aanvragen een belangrijke pijler in de totale milieu-investeringen. In totaal gaat het om een kleine half miljard euro aan investeringen. Het meest is geïnvesteerd in Groen Label Kassen.
Voor de cijfers van de overige categorieën (Lucht en Klimaat; Grondstoffen en Watergebruik; Ruimtegebruik), zie de link onderaan dit bericht.
Over de Milieulijst
De basis van de regelingen is de zogenoemde Milieulijst, een lijst met meer dan 200 bedrijfsmiddelen en investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel met de MIA\Vamil. Of een bedrijfsmiddel nieuw op de Milieulijst verschijnt, hangt af van verschillende criteria: een bedrijfsmiddel moet een aanzienlijke milieuverdienste hebben, boven de wettelijke norm, en ook innovatief zijn (en daarmee vaak duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche).
Hoe werkt het fiscale voordeel?
De Vamil biedt de mogelijkheid tot 75% van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Door af te schrijven in het jaar waarin dat het beste uitkomt, vermindert de fiscale winst. Ondernemers hoeven in het jaar dat zij meer afschrijven minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. Met de MIA profiteren ondernemers van een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst. De aftrekpercentages voor de MIA zijn 45%, 36% of 27%, afhankelijk van het bedrijfsmiddel op de Milieulijst waarin men investeert. Als een ondernemer naast de Vamil ook gebruik kan maken van de MIA, kan het netto voordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag.
Uitvoering
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën zijn verantwoordelijk voor de MIA\Vamil-regelingen. De MIA\Vamil-regeling zijn in 2023 positief geëvalueerd wat betreft de doelmatigheid en doeltreffendheid. De Belastingdienst en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voeren de regelingen uit. RVO ondersteunt de regeling met onder andere een helpdesk, technische controles van de meldingen, technisch inhoudelijke advisering van de Belastingdienst en de coördinatie van voorstellen voor de Milieulijst. De Belastingdienst besluit over de toekenning van MIA en/of Vamil.
Meer weten?
- Voorwaarden MIA en Vamil voor ondernemers
- Infographics en jaarcijfers 2023 en toelichting
- Praktijkverhalen van ondernemers over MIA\Vamil
*** Niet voor publicatie***
Meer informatie: Marcus Polman, woordvoerder RVO | marcus.polman@rvo.nl | 06 2161 7902.
Ondernemers maakten in 2023 veel gebruik van belastingvoordeel met de Energie-investeringsaftrek (EIA). Bijna 23.000 ondernemers vroegen de EIA aan. Het totale bedrag aan energiezuinige investeringen was bijna € 4,4 miljard. Dit is een stijging van 24% ten opzichte van 2022. De energie-investeringen realiseren een energiebesparing vergelijkbaar met het jaarlijkse energieverbruik van 586.000 huishoudens. Dit blijkt uit de cijfers van het EIA-jaarverslag 2023 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De Energie-investeringsaftrek (EIA)
De EIA is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen en duurzame energietechnieken. Ook kleine bedrijven en eenmanszaken kunnen van de regeling gebruikmaken. De EIA geldt voor investeringen die een forse energiebesparing opleveren. Ondernemers kunnen tot 40% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. De energie-investering (bedrijfsmiddel) moet voldoen aan de omschrijving zoals opgenomen in de zogenoemde Energielijst. De Energielijst wordt ieder jaar geactualiseerd. Er komen bedrijfsmiddelen bij, er gaan bedrijfsmiddelen vanaf. De nieuwe Energielijst wordt elk jaar eind december in de Staatscourant gepubliceerd.
Sectoren
Ondernemers uit uiteenlopende sectoren kunnen gebruikmaken van de EIA, zoals bijvoorbeeld de glastuinbouw, transport, veehouderij, horeca en industrie. Zo hebben ondernemers in de industriesector voor € 1,8 miljard geïnvesteerd in energiebesparing. Dit is een stijging van € 0,4 miljard ten opzichte van 2022. Bedrijven dienden de meeste aanvragen in voor zonnepanelen, warmtepompen en het isoleren van gebouwen.
Warmtepompen
Uit het jaarverslag blijkt dat ondernemers in 2023 voor bijna € 88 miljoen hebben geïnvesteerd in warmtepompen, een forse stijging vergeleken met 2022. Toen ging het om een investering van € 67 miljoen. Warmtepompen zijn een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van gebouwen doordat men hierdoor vaak volledig van het gas afkan.
Energieopslag
Ondernemers investeerden in 2023 € 90 miljoen in de opslag van elektrische energie. Deze opslag kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van een overbelast elektriciteitsnet.
Minder CO2 uitstoot
De € 4,4 miljard aan investeringen door ondernemers die gebruikmaakten van de EIA zorgden in 2023 voor een verdere vermindering van de CO2 uitstoot: van 1.753 kiloton CO2 in 2022 naar 1.906 kiloton CO2 in 2023. De verwachte energiebesparing van deze investeringen is circa 1.077 miljoen m3 aardgas, een stijging van bijna 9% vergeleken met 2022. Het totale investeringsbedrag in duurzame energie is met 15% toegenomen ten opzichte van 2022.
Trend 27 jaar
Dat ondernemers steeds meer investeren in energiebesparende maatregelen is duidelijk te zien in het investeringspatroon van de afgelopen 27 jaar. In het eerste jaar van het bestaan van de EIA werd bijna € 500 miljoen uitgegeven aan energiebesparende investeringen.
De gegevens uit het EIA-jaarverslag 2023 hebben betrekking op de periode van 1 januari 2023 tot 1 april 2024 (peildatum 1 april 2024). In deze periode zijn alle aanvragen ingediend voor de EIA-regeling van 2023.
Meer informatie: EIA Jaarverslag in vogelvlucht.
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Saskia Lalta, woordvoerder
E saskia.lalta@rvo.nl
M 06 27 356 174
Het aantal laadpunten in Nederland is vorig jaar opnieuw fors gegroeid. In Nederland staan per eind maart 2024 674.000 laadpunten. Dit is een stijging van ruim 30 procent vergeleken met het jaar ervoor, zo rapporteert de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) in de Voortgangsrapportage 2023 die vandaag is gepubliceerd. Het gaat om private, (semi) publieke laadpunten en snellaadpunten.
Sinds de start van de NAL (in 2019) is er elk jaar sprake van een stijging van de groei van het aantal laadpunten. Desondanks is er de komende jaren een verdere versnelling nodig volgens de NAL. Gerben-Jan Gerbrandy, voorzitter NAL. “We liggen tot op heden op koers. De toename van het aantal laadpunten heeft de forse groei van elektrisch auto’s goed kunnen bijbenen. Het tempo waarin we laadpunten plaatsen is in 2023 tot een record gestegen tot ruim 1.900 nieuwe laadpunten gemiddeld per maand. Het tempo moet de komende jaren fors omhoog om de verwachte groei van elektrisch vervoer de komende periode bij te houden. Naast uitbreiding van het aantal laadpunten is het slimmer benutten van de capaciteit van het netwerk van cruciaal belang om te voorkomen dat we achterop raken.”
De NAL heeft als opgave voldoende laadinfrastructuur te realiseren zodat een snelle transitie naar elektrisch vervoer mogelijk wordt gemaakt. Gemeenten en NAL-regio’s hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitrol van publieke laadinfrastructuur.
Landelijk netwerk: 80% dekkend
De ambitie van de NAL is een landelijk dekkend, toegankelijk en toekomstbestendig laadnetwerk in 2030. Vorig jaar lanceerde de NAL een interactieve kaart waarop de dekkingsgraad visueel wordt weergegeven, inclusief ‘witte vlekken’ waar nog geen publieke laadpunten staan. Het uitgangspunt is dat in elke buurt, met uitzondering van het landelijke gebied, een laadpunt op loopafstand beschikbaar moet zijn. Per 31 maart 2024 bereikte het landelijk netwerk een dekkingsgraad van 80 procent. In 2023 was dit, per 31 maart, in een nog 71 procent.
Regionaal
De verhouding tussen publiek en thuis laden verschilt sterk per regio, zo blijkt uit de gepresenteerde cijfers. Dit komt doordat inwoners in bepaalde regio’s vaker over een eigen oprit of eigen parkeerplaats beschikken. In de stedelijke gebieden is dit minder het geval waardoor het aantal private laadpunten in verhouding lager is en men meer op de publieke laadinfrastructuur aangewezen is. In de landelijke regio’s, Oost voorop, laadt 82% van de EV-rijders thuis (landelijk is dit percentage 67%). De groei van het aantal plekken, 863, waar je kunt snelladen zorgde ervoor dat dit nu mogelijk is bij ruim 20% van het aantal tankstations in Nederland.
Hoger plaatsingstempo
Het plaatsingstempo van de laadinfrastructuur is de afgelopen jaren gestegen. Door grotere aantallen kan er vaak efficiënter worden gewerkt en gemeenten en netbeheerders hebben hun werkwijzen aangepast zodat plaatsing sneller kan gaan. Voor 2019 werden er gemiddeld rond de 400 laadpunten per maand geplaatst. Sindsdien ligt het plaatsingstempo flink hoger. Van 800 laadpunten per maand in 2019 tot 1.500 in 2022 en in 2023 een toename tot ruim 1.900 per maand. De toename geldt voor elke regio, in de G4-steden zien we alleen een dip, omdat het aantal geplaatste laadpunten in 2023 licht is afgenomen. Dit is deels te verklaren doordat er laadpunten in voorraad staan die nog geplaatst moeten worden. Dat zijn laadpunten waarvoor al een verkeersbesluit is doorlopen en die alleen nog geïnstalleerd moeten worden. Tekorten in uitvoeringscapaciteit bij de netbeheerder en installateurs hebben gezorgd voor deze vertraging.
Datagestuurd
In 2023 hebben gemeenten en NAL-regio’s steeds vaker publieke laadpunten proactief en datagestuurd geplaatst. Bij datagestuurd plaatsen wordt gekeken naar de laaddruk in bepaalde gebieden: hoeveel auto’s maken gebruik van een laadpunt? Bij een hoge laaddruk worden vervolgens laadpunten bijgeplaatst. Proactief plaatsen zorgt ervoor dat EV-rijders van meer laadpunten gebruik kunnen maken. In regio’s G4 en Oost is het aantal proactief geplaatste laadpunten bijna vergelijkbaar met het aantal laadpunten op aanvraag.
Logistiek
Ook voor (zwaardere) elektrische vrachtwagens wordt hard gewerkt aan een landelijk basisnetwerk. De eerste laadlocaties zijn inmiddels gerealiseerd en steeds meer ontwikkelaars en exploitanten tonen interesse bij gemeenten, provincies en het Rijk voor de ontwikkeling van laadpleinen op strategische locaties. De NAL lanceerde vorige week een interactieve laadkaart voor zwaar vervoer die inzichtelijk maakt waar op dit moment geschikte publieke laadpunten zijn voor zwaar vervoer.
Trend: netbewust laden
In 2023 is de krapte op het elektriciteitsnet verder toegenomen. Extra maatregelen zijn nodig anders ontstaan de komende jaren risico’s voor stroomuitval op piekmomenten in delen van Nederland waar het net overbelast raakt. Slim laden is een noodzakelijke voorwaarde om te zorgen voor een stabiel en betaalbaar elektriciteitsnetwerk. Slim laden maakt vraagsturing en tijdelijke opslag via miljoenen elektrische voertuigen mogelijk. Binnen het actieplan “Slim laden voor Iedereen” werkt de NAL samen om te zorgen dat 60 procent van alle laadsessies slim zijn in 2025. Vorig jaar is gewerkt aan een handreiking netbewust laden. Met netbewust laden kan overbelasting van het lokale net door pieken in de vraag worden voorkomen. In de handreiking is uitgewerkt hoe netbewust laden door gemeenten en regio’s vertaald kan worden naar eisen voor contracten voor publieke laadinfrastructuur. Op dit moment vindt in 3,9% van de publieke laadsessies netbewust laden plaats. Dit percentage zal de komende jaren door de uitrol van netbewust laden op publieke laadpunten flink gaan stijgen. In regio’s Noord en Noordwest geldt netbewust laden al voor de nieuwe laadpunten die dit jaar geplaatst zullen worden.
Gebrek aan prijstransparantie
De NAL is vorig jaar met diverse belanghebbenden gestart met een actieplan om prijstransparantie te verbeteren. De elektrisch rijder moet in staat zijn om de kosten van elektrisch rijden te beperken en de kosten af te zetten tegen de geboden kwaliteit. In het Laadonderzoek 2023 is geconstateerd dat ongeveer de helft van de e-rijders vaak niet of nooit de prijs weet bij een openbare laadpaal. Het onderzoek ‘Benchmark Prijstransparantie 2023’ van NAL-partner NKL laat zien dat de prijstransparantie achteruit gaat.
Gerben Jan Gerbrandy: “Het gebrek aan prijstransparantie is voor de NAL een reden voor zorg. Vertrouwen van consumenten is essentieel voor de grootschalige overstap naar elektrisch rijden. Prijstransparantie geeft vertrouwen aan elektrisch rijders en bevordert concurrentie. De noodzaak voor transparantie wordt alleen maar groter. De beweeglijke energiemarkt en uiteenlopende laadtarieven verhogen het belang van prijstransparantie. Daarnaast zullen in de komende jaren dynamische prijzen en slim en bi-directioneel laden een goed inzicht in laadprijzen vragen. ”
Zie ook:
- Dashboard laadpunten (landelijk, per provincie)
- Dashboard landelijk dekkend netwerk
Over de NAL
In de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) werken overheden, netbeheerders en kennisinstellingen gezamenlijk aan de uitrol van landelijke laadinfrastructuur. Het gaat om laadpunten op de eigen oprit, maar ook in de openbare ruimte, op bedrijventerreinen en bij tankstations. De NAL ondersteunt regio’s en gemeenten om een dekkend, betrouwbaar en toekomstbestendig laadnetwerk te realiseren. Eind vorig jaar is de samenwerkingsovereenkomst tussen de Rijksoverheid en de zes NAL-samenwerkingsregio’s verlengd tot en met 2030.
*** Informatie voor de media, niet voor publicatie ***
Woordvoerder NAL en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland RVO: Marcus Polman | marcus.polman@rvo.nl | 06 21 61 79 02
Het aantal elektrische bestel- en vrachtwagens in Nederland groeit en daarom zijn er ook steeds meer publieke laadmogelijkheden voor de transportsector nodig. Door de komst van zero-emissiezones in Nederlandse binnensteden, zal de behoefte voor elektrisch goederentransport verder toenemen. Om het voor ondernemers nog makkelijker te maken presenteert de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) een interactieve laadkaart voor zwaar vervoer waar bedrijven alle informatie over laadpunten onderweg kunnen vinden.
Elektrische bestel- en vrachtwagens worden tot op heden meestal op depot geladen. Dit wordt doorgaans gedaan op de plek waar de voertuigen ’s nachts worden geparkeerd, zoals op het eigen bedrijfsterrein. Naast het laden op het depot wordt het met name voor de langere nationale en internationale ritten steeds belangrijkers dat elektrische bestel- en vrachtwagens onderweg kunnen bijladen. Om te weten waar op dit moment geschikte publieke laadpunten zijn, ontwikkelde de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) een interactieve laadkaart voor zwaar vervoer die woensdag 17 april op het jaarlijkse NAL-evenement in Amersfoort is gepresenteerd,. Per locatie wordt aangegeven welk type voertuig daar kan laden, hoeveel laadpunten er zijn en hoeveel vermogen deze hebben. De laadpunten op de laadkaart zijn onderverdeeld in RDW- voertuigcategorieën (N2, N3 en N3+O4). Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen laadpunten die geschikt zijn voor zwaar vervoer, en laadpunten die specifiek bedoeld zijn voor het laden van vrachtwagens (aangeduid als dedicated N3). Op dit moment zijn er in totaal 60 laadlocaties geschikt voor de categorieën N3/N3+O4 en 118 voor de categorie N2.
Laden in de toekomst
De komende jaren wordt er hard gewerkt aan de uitbreiding van een landelijk basisnetwerk voor elektrische vrachtwagens. De eerste laadlocaties zijn inmiddels gerealiseerd en steeds meer ontwikkelaars en exploitanten tonen interesse bij gemeenten, provincies en het Rijk voor de ontwikkeling van laadpleinen op strategische locaties. De nieuwe interactieve laadkaart zwaar vervoer biedt een overzicht van de actuele laadpunten en maakt inzichtelijk hoe de verhouding tussen het aanbod van publieke laadpunten en de laadbehoefte van zwaar vervoer zich ontwikkelen en waar nodig bijgestuurd kan worden.
Meer informatie
De laadkaart voor zwaar vervoer is ontwikkeld door de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), werkgroep Logistiek. In deze werkgroep zit een brede afvaardiging vanuit het hele werkveld: de laadsector, netbeheerders, bouwsector, automotive sector, overheid en de NAL-regio’s.
Voor de ontwikkeling van het basisnetwerk werken NAL, ministerie van Verkeer en Waterstaat, Nationaal kennisplatform laadinfrastructuur (NKL) en andere partijen aan verschillende projecten, waaronder Logistiek Laden (LoLa), Living Lab Heavy Duty Laden (LLHDL) en Clean Energy Hubs (CEH).
De op kaart getoonde laadlocaties zijn gebaseerd op data die door de laadpaalexploitanten (CPO’s) is aangeleverd. De exploitant is de partij die aangeeft of de betreffende locatie geschikt is voor de verschillende categorieën zware voertuigen (N2, N3, N3 + O4). Databeheerder Eco-Movement verwerkt deze data tot informatie die in de laadkaart gebruikt kan worden.
Bekijk de kaart hier.
*** Informatie voor de media, niet voor publicatie ***
Woordvoerder NAL en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO): Marcus Polman | marcus.polman@rvo.nl | 06 21 61 79 02
59% van de ondernemers die internationaal handelen gebruiken kunstmatige intelligentie (AI) in de bedrijfsvoering. Daarnaast vindt 56% van de ondernemers AI belangrijk voor zakendoen in de toekomst. Dat blijkt uit de Handelsmonitor 2023 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Gebruik van AI varieert van gratis tools die beschikbaar zijn, tot bedrijven waar de helft van het werk door AI-algoritmes wordt gedaan. 1 op de 10 bedrijven maakt actief gebruikt van machine learning/AI algoritmes in bepaalde bedrijfsprocessen.
Conflicten in de wereld
Ook de situatie in de wereld beïnvloedt de export van Nederlandse bedrijven. 61% van de ondernemers ondervinden (indirect) hinder door de oorlog in Oekraïne. Ondernemers merken ook negatieve impact van het conflict tussen Israël en Hamas (25%) en de spanningen tussen de Verenigde Staten en China (21%). Ten opzichte van vorig jaar is opvallend dat de Brexit geen grote impact meer lijkt te hebben, terwijl vorig jaar 33% van de ondernemers nog aangaf hiervan hinder te ondervinden.
Ondernemers die internationaal handelen ondervinden die hinder het meest in de vorm van de stijgende kosten van transport (51%), energie (47%) en lonen (39%). Toch is het overgrote deel van de ondervraagde ondernemers positief: 80% denkt dat ze in de nabije toekomst meer gaan exporteren.
Export naar Europa neemt af, naar Azië lichte stijging
Europa blijft de belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven, goed voor 71,5% van de totale Nederlandse goederenexportwaarde. Ook nam het aantal vragen van ondernemers over handel in Europa in 2023 toe en namen meer ondernemers deel aan evenementen. Maar de totale exportwaarde daalde wel, met 4,8%. Met name Duitsland (-11%) en België (-9%) waren grote dalers. De grootste toename in export binnen Europa was naar Zweden (+7%), Ierland (+5%) en het Verenigd Koninkrijk (+4%). Belangrijke vragen die bij ondernemers leven die met andere Europese landen handelen zijn gerelateerd aan regelgeving voor verpakkingen en afval als gevolg van de Europese Green Deal, en duurzame energie. De toename in het aantal vragen over duurzame energie wordt versterkt door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, zo merken de RVO-experts.
De export naar Azië nam licht toe, met een gestegen exportwaarde van 0,5% in 2023. China is goed voor ongeveer 40% van de Nederlandse export naar Azië. In Singapore (+13%) nam de export toe, in India (-28%), Indonesië (-23%) en Vietnam (-14%) daalde de export flink in 2023. Belangrijke handelstrend in Azië betreft halfgeleiders. In 2023 bleek er meer vraag te zijn naar halfgeleiders, met name in Oost-Aziatische landen. Het aantal vragen van ondernemers verdubbelde ten opzichte van 2022, het aantal georganiseerde evenementen verdrievoudigde. Het aantal deelnemers aan die evenementen was zelfs negen keer zo hoog.
De Handelsmonitor
De Handelsmonitor 2023 is een onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft uitgevoerd onder internationaal opererende bedrijven. Een representatieve groep van in totaal 1.024 bedrijven nam deel.
Over RVO
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie. RVO helpt ondernemers die willen handelen, zowel in Nederland als daarbuiten, met tal van handelsmissies, subsidies en beurzen. RVO ondersteunt elk jaar zo’n 1,9 miljoen ondernemers. In 2022 was hiermee een bedrag van €12,4 miljard gemoeid. Zo’n 1.700 ondernemers gingen in 2023 mee op handelsmissie.
Voor de pers, niet voor publicatie
Meer informatie: Peter Sonneveld, woordvoerder RVO, 06 2756 4032, peter.sonneveld@rvo.nl
Het budget voor zowel de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) als de Lbv-plus wordt definitief opgehoogd met in totaal bijna €1,45 miljard. Ook wordt de vrijwillige beëindigingsregeling van de aanpak piekbelasting, de Lbv-plus, verlengd tot en met 20 december 2024.
De Europese Commissie heeft voorstellen van Nederland hiertoe goedgekeurd, waardoor de langere openstelling en het grotere budget nu zeker zijn. Het kabinet is blij met de goedkeuring, want dankzij deze aanpassingen kunnen ondernemers die vrijwillig willen stoppen geholpen worden én hebben ondernemers die de verschillende mogelijkheden binnen de aanpak piekbelasting nog willen afwegen meer tijd.
Meer budget
De interesse voor zowel de Lbv als de Lbv-plus is groot, met in totaal nu al meer dan 1.300 aanvragen. Het kabinet wil dat elke ondernemer die het ingrijpende besluit heeft genomen om een aanvraag voor een beëindigingsregeling in te dienen (en voldoet aan de voorwaarden), daadwerkelijk kan deelnemen aan de regeling. Het kabinet verhoogt het budget voor de Lbv daarom naar €1,102 miljard, en voor de Lbv-plus komt in totaal €1,820 miljard beschikbaar. Door deze budgetophoging gaat het kabinet ervan uit dat er voldoende geld is om alle goedgekeurde aanvragen te honoreren.
Nu de Europese Commissie akkoord is met de budgetophoging kan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verder met het versturen van positieve beslissingen. Alle Lbv- en Lbv-plusaanvragers ontvangen een e-mail met informatie over het proces na hun aanvraag.
Verlenging van de Lbv-plus
De aangepaste regeling wordt later deze week in de Staatscourant gepubliceerd, en treedt een dag na publicatie in werking. De Lbv-plusregeling stond oorspronkelijk open tot en met 5 april jl. Zodra de aangepaste regeling in werking treedt, staat de Lbv-plus met terugwerkende kracht en onder dezelfde voorwaarden weer open, tot en met 20 december 2024. Aanvragen die vanaf 6 april zijn ingediend worden nu weer in behandeling genomen door de RVO. De Lbv-plusregeling is en blijft eenmalig.
Meer tijd voor zorgvuldige afweging
Het kabinet hecht er grote waarde aan dat ondernemers die onder de aanpak piekbelasting vallen in staat zijn om weloverwogen keuzes te maken. Daarom is het belangrijk dat ondernemers voldoende tijd hebben om de diverse opties binnen de aanpak goed te overwegen. Op dit moment zijn er, naast de vrijwillige beëindigingsregelingen, diverse mogelijkheden voor ondernemers die (verder) willen verduurzamen. Zo is het omschakelfonds beschikbaar, is de regeling voor extensiveren gepubliceerd en is de nationale grondbank in werking. Ook wordt met twee pilots de mogelijkheid onderzocht om een agrarische ondernemer zelf met een voorstel te laten komen in de vorm van een ondernemingsplan. Aan de regeling voor verplaatsing en innovaties wordt hard gewerkt, zodat ondernemers die daarin geïnteresseerd zijn ook ondersteund kunnen worden.
Mededeling aan redacties (niet voor publicatie)
Lisanne de Roos, woordvoerder ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), 06 3198 7147 of via e-mail: l.c.a.deroos@minlnv.nl
Brenda Heidinga, woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), 06 1565 8393 of via e-mail: brenda.heidinga-dejong@rvo.nl
Voor meer informatie over de aanvragen: https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel
Afgelopen dinsdag 26 maart is de regeling geopend voor het aanvragen van subsidie voor elektrische vrachtauto’s. Het budget voor dit jaar bedraagt €45 miljoen. Er zijn 647 aanvragen binnengekomen waarmee het beschikbare openingsbudget geheel is aangevraagd. De Aanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET) is bedoeld voor het stimuleren van de markt van emissieloze trucks.
Net als vorig jaar is er veel interesse in de subsidieregeling. Op eerste dag zijn er 428 aanvragen binnen gekomen. Op de tweede dag zijn nog eens 219 aanvragen ingediend. Het totaal aangevraagd budget is € 46,5 miljoen.
Met deze subsidieronde kunnen ruim 600 elektrische vrachtwagens worden aangeschaft. Momenteel rijden er in Nederland ruim 740 volledig elektrische vrachtwagens (exclusief waterstoftrucks). Het streven is dat er in 2025 minimaal 1.000 uitstootvrije vrachtwagens rijden. In 2030 16.000. In 2040 zouden alle nieuwe vrachtwagens schoon moeten zijn. Het totale aantal vrachtwagens in Nederland bedraagt circa 160.000.
Wijzigingen
Vorig jaar was de AanZET-subsidie reeds na één dag ruim overtekend. Ten opzichte van vorig jaar zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. Een onderneming kan per werkdag slechts één subsidieaanvraag indienen voor de aanschaf van één emissieloze vrachtwagen. Zo lang er budget is kan een onderneming elke werkdag opnieuw een aanvraag indienen. Daarmee komt de regeling onder handbereik van meer bedrijven.
Subsidiebedragen
Het subsidiebedrag is een percentage van de verkoopprijs. Het precieze percentage hangt af van het soort vrachtwagen en de grootte van de onderneming. Kleine ondernemers krijgen relatief meer voordeel. Alleen een nieuwe, volledig uitstootvrije vrachtauto, bijvoorbeeld elektrisch of op waterstof, komt in aanmerking voor subsidie. Dat is exclusief de fiscale voordelen waarvoor ondernemers bovenop de subsidie in aanmerking komen bij aanschaf van een schone truck. Ten opzichte van vorig jaar zijn de percentages en maximale subsidiebedragen aangepast zodat deze voldoen aan de Europese staatsteunregels.
Overtekening
De aanvragen voor de AanZet-subsidie moeten nog worden beoordeeld. Soms worden aanvragen afgewezen, omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden. Soms trekken klanten zelf hun aanvraag in. Zo kan er alsnog een deel van het subsidiegeld vrijkomen, ook al is de regeling overtekend. er Indien er meer subsidiegeld vrijkomt dan benodigd voor de aanvragen van dag 2, dan wordt er geloot tussen de aanvragen op dag 3. De uitslag van de loting wordt op een later moment aan de aanvragers bekend gemaakt.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regeling uit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De Eerste Kamer moet het totaal budget voor AanZET nog goedkeuren. De behandeling van het wetsvoorstel wordt begin april verwacht. Mocht de begroting onverwachts niet wordt goedgekeurd, kan dit betekenen dat reeds ingediende aanvragen worden afgewezen.
Meer informatie;
*** Niet voor publicatie ***
Voor persvragen: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Marcus Polman, woordvoerder RVO | marcus.polman@rvo.nl | 06 2161 7902.
In de grootste tenderronde voor wind op zee in Nederland tot nu toe zijn meerdere aanvragen ingediend. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft meerdere aanvragen gekregen voor beide vergunningen voor windenergiegebied IJmuiden Ver (kavels Alpha en Beta) op de Noordzee. IJmuiden Ver ligt ruim 60 kilometer voor de westkust van Nederland. De twee windparken zullen hernieuwbare elektriciteit produceren en hebben elk een capaciteit van ten minste 2 gigawatt (GW). In totaal wordt in één ronde 4 GW vergund; goed voor ongeveer 14% van het totale huidige elektriciteitsverbruik in Nederland.
Minister Jetten (Klimaat en Energie): "De windsector heeft internationaal te maken met uitdagingen zoals recente prijsstijgingen en hoge rente. Ik ben blij dat ondanks deze ontwikkelingen, meerdere partijen interesse hebben getoond in het bouwen van deze windparken in Nederland. Deze windparken dragen bij aan het behalen van onze klimaatdoelen en energieonafhankelijkheid."
Bijdrage aan natuur en inpassing in energiesysteem
De windparken worden gerealiseerd zonder subsidie. De tenders bestaan uit een vergelijkende toets met een financieel bod. De overheid wil hiermee stimuleren dat de windparken ook een bijdrage leveren aan de natuur op de Noordzee en aan de inpassing in het energiesysteem op land. Daarnaast gelden voor beide kavels criteria over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en circulariteit.
Verder worden aanvragen beoordeeld op onder meer de zekerheid dat het windpark wordt gerealiseerd. De meeste punten worden toegekend aan criteria met een maatschappelijk doel (85% van totaal aantal punten). Hiermee wil het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) oplossingsgerichte en innovatieve aanvragen stimuleren. Ook de hoogte van het bedrag dat een bedrijf wil betalen voor het mogen bouwen en exploiteren van het windpark levert punten op (15% van totaal aantal punten). Het is niet de verwachting dat partijen het maximaal gevraagde financieel bod bieden. Een financieel bod is in de tenders opgenomen om te zorgen voor voldoende variatie tussen aanvragen. De winnaar is de partij met de meeste punten.
Beoordeling
Geïnteresseerde ondernemingen en consortia konden een aanvraag indienen tot en met donderdag 28 maart 17.00 uur. RVO beoordeelt de aanvragen in samenwerking met twee expertcommissies. De verwachting is dat in juni 2024 de winnaar(s) van de tenders IJmuiden Ver kavels Alpha en Beta bekend zijn. Het is de verwachting dat de windparken eind 2029 / begin 2030 stroom gaan leveren.
Verbinding naar land
Netbeheerder TenneT gaat twee platforms met twee netaansluitingen binnen het gebied plaatsen (zogenoemde 'stopcontacten op zee') om de windparken te verbinden met het Nederlandse elektriciteitsnet op land. Dit zijn de eerste windparken op zee in Nederland met een gelijkstroomverbinding in plaats van een wisselstroomverbinding. Gelijkstroom maakt transport over langere afstanden mogelijk en heeft als voordeel dat er minder elektriciteitsverlies is tijdens het transport.
Ambities
In 2022 verhoogde het kabinet de doelstelling voor windenergie op zee van 11 naar ongeveer 21 GW rond 2030. Er zijn hiervoor meerdere gebieden voor windparken op zee aangewezen. Samen leveren deze rond 2030 ongeveer 75% van de huidige elektriciteitsbehoefte van Nederland.
RVO organiseert in opdracht van het Ministerie van EZK de aanvraagprocedure (tenders) voor de vergunningen voor de bouw en exploitatie van nieuwe windparken op zee. Een aantal windparken op zee is al in bedrijf, ook zijn er projecten in aanbouw en in voorbereiding.
Meer informatie
Windenergiegebied IJmuiden Ver
Informatie voor de media, niet voor publicatie
Persvragen over uitvoering tenders: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Marcus Polman, woordvoerder RVO, marcus.polman@rvo.nl, 06 2161 7902.
Persvragen over beleid Wind op Zee: Ministerie van Economische Zaken, Noortje Beckers, n.m.beckers@minezk.nl, 06 5017 6504.
De regeling Tegemoetkoming energiekosten (TEK) was een tijdelijke regeling die vorig jaar is geopend om energie-intensieve mkb-ondernemers te helpen om de sterk toegenomen energieprijzen op te vangen die ontstonden als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De subsidie kon worden aangevraagd voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023. Ondernemers kregen een voorschot van 35% van de subsidiabele kosten. Vanaf medio maart kan een verzoek om de definitieve subsidie vast te stellen worden ingediend. De daling van de energieprijzen van gas en elektriciteit leidt ertoe dat veel bedrijven die een voorschot hebben ontvangen (een deel van) het voorschotbedrag moeten terugbetalen.
Om ondernemers zo snel mogelijk te helpen, is tijdens het opstellen van de subsidie uitgegaan van gemodelleerde verbruiks- en prijsgegevens en dus niet van daadwerkelijke verbruik en de actuele prijs van energie per individuele ondernemer. Hierdoor konden aanvragen sneller worden behandeld. Voor het verbruik is uitgegaan van het verwachte gas- en elektriciteitsverbruik over de subsidieperiode. RVO ontvangt daarover gegevens van de netbeheerders. De administratieve lasten voor zowel ondernemers als RVO (uitvoerder van de regeling) zijn daardoor lager, omdat er niet per bedrijf met daadwerkelijk verbruik gewerkt hoefde te worden.
Bij de vaststelling van de definitieve subsidie ontvangen ondernemers over hun verbruik 50% van het verschil tussen de drempelprijs (het deel dat ondernemers zelf betalen) en de modelprijs van 2023 (de gemiddelde prijzen van elektriciteit en gas over heel 2023).
Energieprijzen bekend
Eind februari zijn de modelprijzen bekendgemaakt, gebaseerd op cijfers van het CBS. Nu kan de balans worden opgemaakt en kunnen de definitieve subsidiebedragen worden vastgesteld. In 2023 begonnen de energieprijzen te dalen, en deze lijn heeft zich gedurende het jaar doorgezet. De definitieve modelprijzen voor 2023 zijn aanmerkelijk lager dan de energieprijzen waarmee bij de aanvraag is gerekend. Als gevolg van deze lagere energieprijzen blijkt dat ongeveer 69% van de ondernemers die een voorschot hebben ontvangen, een deel van het voorschot moet terugbetalen. Voor 26% van de ondernemers geldt dat ze het voorschot geheel moeten terugbetalen. Naar verwachting zullen ongeveer 200 bedrijven nagenoeg het maximale bedrag aan subsidie (€ 160.000) ontvangen. Dit komt omdat zij een zeer hoog verbruik hebben.
Aantal aanvragen
Bij de opening van de TEK werd rekening gehouden met ongeveer 57.000 aanvragen. Uiteindelijk zijn er in totaal 10.864 aanvragen ingediend. Er is een totaalbedrag van € 156 miljoen aan voorschotten uitgekeerd. Het gemiddelde voorschot bedraagt circa € 19.000.
De top vijf sectoren die TEK hebben aangevraagd zijn:
1. Eet- en drinkgelegenheden (3.918)
2. Sport en recreatie (1.624)
3. Landbouw (1.330)
4. Detailhandel waaronder bakkers (585)
5. Wellness en overige dienstverlening (452)
Terugbetalingen
De terugvorderingen als gevolg van de lagere energieprijzen leiden ertoe dat de kosten van de TEK-regeling aanmerkelijk lager zijn dan aanvankelijk geraamd. De totale uitkeringen onder de TEK subsidie bedragen naar schatting ongeveer € 60 mln.
Ruime terugbetalingsregeling
Vanaf medio maart 2024 krijgen aanvragers een vaststellingsverzoek. De verwachting is dat de eerste beschikkingen, met daarin een verzoek tot betaling kunnen worden gestuurd in de eerste week van april 2024. RVO hanteert hierbij ruime terugbetalingsmogelijkheden. Zo is het mogelijk om op gemakkelijke wijze via een digitaal formulier op de website een terugbetalingsregeling van 2 tot 3 jaar aan te vragen. In het geval dat niet voldoende is, dan kan in overleg met RVO ook een maatwerkoplossing worden gezocht. Vorderingen tot maximaal € 500 zullen niet worden geïnd. Verder geldt dat er geen rente wordt gerekend over de bedragen die wel terugbetaald moeten worden. Ondernemers dienen uiterlijk 31 mei hun vaststellingsverzoek in.
Meer informatie
• Uitleg TEK (algemeen)
• Rekentool TEK
Informatie voor de media, niet voor publicatie:
Voor vragen over uitvoering: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), woordvoerder Marcus Polman, marcus.polman@rvo.nl,+ 31 6 2161 7902.
Voor vragen over beleid: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, woordvoerder Harald Hanemaaijer, h.hanemaaijer@minezk.nl, +31 6 1594 9016.
Vanaf 10 september 2024 wordt de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) opnieuw opengesteld. De SDE++ is de belangrijkste regeling waarmee de overheid grootschalige duurzame (energie)projecten ondersteunt. Zowel bedrijven, lokale overheden als non-profit organisaties kunnen een aanvraag doen. Er is een openstellingsbudget van € 11,5 miljard beschikbaar voor 2024. Als het volledige budget wordt aangevraagd en gerealiseerd levert dit naar verwachting een CO2-besparing van circa 4,7 megaton op in 2030. Dit is een grotere verwachte CO2-besparing dan vorig jaar, doordat er dit jaar een hoger openstellingsbudget beschikbaar is.
Hekjes
Sinds vorig jaar zijn er ‘hekjes’ geïntroduceerd in de SDE-regeling. Met een hekje rond een deel van het budget wordt een minimum bedrag voor een specifiek domein gereserveerd. Daardoor komen technieken die op de korte termijn minder kosteneffectief zijn, maar op de langere termijn noodzakelijk zijn voor de energietransitie, vaker aan bod. De hekjes bestaan uit drie domeinen: Lagetemperatuurwarmte (zoals geo- en aquathermie), Hogetemperatuurwarmte (zoals open industriële warmtepompen en elektrische boilers) en Moleculen (zoals groen gas en hernieuwbare brandstoffen). Voor de drie domeinen is ieder € 1 miljard gereserveerd. Binnen (en buiten) de hekjes blijft het concurrerende principe gelden waarbij kosteneffectieve projecten eerder aan bod komen.
Categorieën en aanpassingen
De SDE++ staat in 2024 voor de meeste categorieën opnieuw open die in 2023 ook in aanmerking kwamen. Waaronder zon, wind, geo- en aquathermie, elektrische boilers, waterstof en CCS. Dit jaar worden er op advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een aantal nieuwe categorieën toegevoegd, waaronder: zonne-energie waar een kleine dak aanpassing voor nodig is, een nieuwe categorie warmtepomp voor de glastuinbouw. Ook voor technieken met een lagere netimpact worden twee nieuwe categorieën opengesteld: de procesgeïntegreerde warmtepomp en thermische opslag voor hogetemperatuurwarmte.
Verrekenen van overwinsten
Het kabinet is voornemens om overwinsten bij de productie van duurzame elektriciteit uit zon en wind vanaf dit jaar te verrekenen. Voor deze categorieën zullen inkomsten boven een bepaald niveau als overwinst worden aangemerkt. Deze overwinst wordt vervolgens gedurende de subsidieperiode verrekend met reeds uitgekeerde of nog uit te keren subsidie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er door hoge energieprijzen sprake is van hoge winsten, en in een latere periode bij lagere energieprijzen sprake zou zijn van subsidie. De Raad van State zal hier nog een advies over uitbrengen.
Openstellingsronde
De openstellingsronde heeft vijf fasen, waarin de maximale subsidie oploopt. Projecten met een lagere subsidie per ton vermeden CO2 kunnen zo eerder indienen en dus eerder aan bod komen.
| Openstellingsronde SDE++ 2024 | Fasegrenzen maximaal subsidiebedrag (in EUR) per ton CO₂ reductie |
| 10 september | 75 |
| 16 september | 150 |
| 23 september | 225 |
| 30 september | 300 |
| 7 oktober | 400 |
De SDE-regeling vergoedt alleen het eventuele verschil tussen de kostprijs van de duurzame techniek en de opbrengst van de geproduceerde duurzame energie of verminderde CO2-uitstoot (de onrendabele top).
----
Niet voor publicatie: Meer informatie, Marcus Polman, woordvoerder RVO | marcus.polman@rvo.nl | 06 2161 7902
Voor de eco-activiteit verlengde weidegang is het proces veranderd. Vanaf dit jaar voert Qlip de controles uit en zorgt voor de verklaring; de voorwaarden zijn opgesteld door stichting Weidegang. Een verklaring is nodig om deel te kunnen nemen aan de eco-activiteit verlengde weidegang. Dubbel aanmelden is daardoor nodig: 1 keer bij Qlip en 1 keer in de Gecombineerde Opgave. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De eco-activiteit verlengde weidegang voor melkveehouders is een onderdeel van de eco-regeling binnen het GLB.
De eco-activiteit verlengde weidegang geldt voor agrariërs met melkkoeien die minimaal een keer hebben gekalfd en die worden gehouden voor de productie van melk of melkproducten voor mensen. Bedrijven met buffels, zoogkoeien voor vleesproductie en bedrijven met uitsluitend jongvee komen niet in aanmerking.
Melkveehouders die mee willen doen aan de eco-activiteit verlengde weidegang moeten zich tussen 1 maart en 1 mei melden bij Qlip. Zonder aanmelding is deelname niet mogelijk. Daarnaast is registratie nodig in de Gecombineerde Opgave tussen 1 maart en 15 mei. De aanmelding is pas definitief als de landbouwer zich zowel in de Gecombineerde Opgave als in de definitieve aanvraag in het najaar heeft aangemeld. De aanmelding voor de verklaring weiden bij Qlip moet zijn aangevraagd voordat gestart wordt met weiden. Als het niet lukt om aan de voorwaarden te voldoen, moet de landbouwer de eco-activiteit tijdig terugtrekken. Als aan alle voorwaarden is voldaan, stuurt Qlip de verklaringen automatisch naar RVO.
Melkveehouders krijgen een verklaring van Qlip als onder andere aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Melkkoeien weiden per jaar minimaal 1.500 of 2.500 uur.
- De agrariër sluit voor 1 mei een deelnameovereenkomst af met Qlip.
- De agrariër begint niet later dan 15 mei met weiden.
- De agrariër weidt een maximaal aantal melkkoeien per hectare.
- De agrariër houdt een weidekalender bij en deze kalender wordt 5 jaar bewaard.
Meer informatie staat op de website van RVO: https://www.rvo.nl/onderwerpen/glb-2024/eco-regeling/eco-activiteiten en Stichting Weidegang - Eco-activiteit verlengde weidegang.
Aanmelden bij Qlip kan vanaf 1 maart op: https://www.qlip.com/nl/inspectie-en-certificering/duurzaamheid/eco-activiteit-verlengde-weidegang/
Meer informatie, niet voor publicatie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Brenda Heidinga, woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: 06 15658393
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) keurt de operationele programma’s van 11 producentenorganisaties voor de groente- en fruitsector goed. Daardoor ontvangen zij als ze de plannen uitvoeren ongeveer € 156 miljoen Europese subsidie voor het vergroenen en verbeteren van de Nederlandse groente- en fruitteelt.
Het subsidiebedrag komt uit de Sectorale Interventie Groenten en Fruit (SIG&F) voor 2024, onderdeel van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). De producentenorganisaties en hun leden worden hiermee beloond voor hun inspanningen die bijdragen aan een groenere en betere groente- en fruitproductie. Daarmee werken ze aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw, een beter klimaat, betere kwaliteit van het water en gezond en beschikbaar voedsel.
Eigen bijdrage vanuit de sector
Door voortdurend te ontwikkelen, verduurzamen, investeren en innoveren maken de producentenorganisaties en hun leden de groente- en fruitteelt groener en beter. Hiervoor leveren ze zelf ook een behoorlijke financiële bijdrage van bijna € 75 miljoen. Met de SIG&F-subsidie kunnen ze dit proces versnellen. Zo zetten ze samen met de overheid de sector nog beter op de wereldkaart van kwalitatief goed, gezond en veilig voedsel.
Uiteenlopende duurzame maatregelen
De inspanningen en maatregelen uit de operationele programma’s zijn gericht op onder andere energiebesparing, duurzame energie(opwekking) en -opslag. Denk aan vervanging van bestaande belichting door led-belichting, energiezuinige koeling, tweede energieschermen, zonnepanelen, gebruik van aardwarmte, batterijen en warmtepompen.
Ook zetten de producentenorganisaties in op het telen van nieuwe producten en meer klimaatbestendige rassen. Dit vermindert de kwetsbaarheid voor extreme weersomstandigheden en klimaatverandering. De financiële steun wordt ook gebruikt om innovatie en onderzoek te bevorderen. Er is dan aandacht voor verbeterde teeltmethoden, gewasvariëteiten en technologieën. Dit draagt bij aan de productiviteit en de kwaliteit van de groenten en het fruit.
Erkenning
Om voor de Europese SIG&F-subsidie in aanmerking te komen, hebben de deelnemende producentenorganisaties een erkenning van de overheid verworven. Erkende producentenorganisaties kunnen op basis van hun meerjarenplannen de SIG&F-subsidie elk jaar via RVO aanvragen. RVO voert dit beleid van de Europese Unie uit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Meer weten?
Lees verder op rvo.nl over de Sectorale interventie Groenten & Fruit (SIG&F).
Over RVO
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. RVO werkt met ondernemers aan drie grote maatschappelijke vraagstukken: de klimaattransitie, de landbouwtransitie en de economische transitie. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen. RVO ondersteunt elk jaar zo’n 1,9 miljoen ondernemers.
Meer informatie, niet voor publicatie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Brenda Heidinga, woordvoerder Rijksdienst voor Ondernemend Nederland:
06-15658393 of pers@rvo.nl
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de publieke dienstverlener voor ondernemers trekt aan de bel. Het geheel aan regels, wetten en programma’s is te omvangrijk en te complex door de stapeling van politieke wensen en beleid. De politiek zit vol plannen, maar vergeet daarbij vaak de uitvoerbaarheid. Het gevolg: ondernemers zien door de bomen het bos niet meer, haken af en raken gefrustreerd.
Het moet simpeler. Dat is de hoofdboodschap van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gepresenteerd in de Stand van RVO van 2023. Het is tijd om minder te willen. Minder beleid, minder wetten en regels, minder regelingen en minder programma’s. Door minder te doen krijg je meer gedaan, in plaats van dat we nóg meer willen doen en nóg meer beleid optuigen. Ook is het tijd voor minder (administratieve) druk en minder frustraties bij ondernemers, zonder dat de overheid, in ambities gas terugneemt. RVO verwacht dat als het simpeler en aantrekkelijker wordt voor ondernemers, de overheid doeltreffender wordt met haar ambities.
“Met minder kunnen we dus meer bereiken”, stelt directeur generaal RVO Abdeluheb Choho. ”Maar daarvoor zijn er wel scherpe keuzes van de politiek nodig. Ook is het essentieel dat de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en de ambitie om het simpel te houden centraal komt te staan bij politiek en beleid. Alleen dan kan de volle potentie van ondernemend Nederland worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de transities waar Nederland voor staat”.
In de Stand van RVO staan 4 concrete oproepen aan de politiek en beleidsmakers:
1. Betrek de uitvoering bij het ontwerp van nieuwe wetten en regelingen. Dan toetsen we vroegtijdig nieuwe initiatieven op uitvoerbaarheid en haalbaarheid voor ondernemers. Zo voorkomen we valse verwachtingen omdat niet haalbaar is wat de politiek belooft.
2. Geef ruimte aan de uitvoering en laat de grootste groep het uitgangspunt zijn. Maak wetten en regels zo, dat er ruimte voor de uitvoering ontstaat. Als de grootste groep de norm bepaalt, kan een regeling grotendeels geautomatiseerd worden uitgevoerd. Zo ontstaat ruimte bij de uitvoering voor maatwerk voor de uitzonderingen. Nu wordt te vaak de uitzondering tot norm verheven en creëren we complexiteit en onuitvoerbare regelingen.
3. Houd het simpel en coördineer. Er zijn nu te veel regelingen vanuit verschillende ministeries. Veelal concurreren of conflicteren deze regelingen met elkaar. Betere Rijksbrede coördinatie, betere samenwerking en meer bundeling van regels is de oplossing. Het uitgangspunt moet altijd zijn: houd het simpel.
4. Verminder administratieve lasten voor ondernemers. Complexiteit die ondernemers ervaren bestaat uit vaak onnodige administratieve druk die voortkomt uit bewijslast. Het spreekt voor zich dat wij zorgvuldig met publieke middelen moeten omgaan. Maar tegelijkertijd moeten we oog houden voor de administratieve lasten voor de ondernemer.
RVO heeft daarbij als verantwoordelijkheid om de kennis van de ondernemers die zij heeft en de expertise over het uitvoeren van regelingen vroeg in het proces bij politiek en beleid neer te leggen.
De Stand van RVO is een notitie die aandacht besteedt aan de belangrijkste knelpunten die RVO in haar dienstverlening aan ondernemers ervaart. Een notitie waarin RVO uiteenzet hoe politiek, beleid en uitvoering gezamenlijk de dienstverlening aan ondernemers kunnen verbeteren. Naast de oproepen aan politiek en beleid, wordt de ondernemer aan het woord gelaten. Zo levert De Stand vanuit de ervaring van de ondernemer, de bewijslast dat het anders moet.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert, begeleidt en ondersteunt ondernemers die duurzaam, innovatief of internationaal willen ondernemen. RVO werkt met ondernemers aan drie grote maatschappelijke vraagstukken: de klimaattransitie, de landbouwtransitie en de economische transitie. Dit doet RVO, in opdracht van ministeries, provincies en de Europese Unie, met meer dan 700 verschillende regelingen. RVO ondersteunt elk jaar zo’n 1,9 miljoen ondernemers. In 2022 was hiermee een bedrag van €12,4 miljard gemoeid.
Voor meer informatie voor de pers:
Judith Thompson-Sepmeijer, judith.thompson@rvo.nl, 06 8100 7321